Morgen, 30 september 2025, is het een belangrijke dag in huisartsenland. Zowel de huisartsenverenigingen (LHV/VPH) als stichting “De Bevlogen Huisarts” (DBH) voeren beiden al enkele jaren juridische procedures (hier) tegen de NZa over de tariefbeschikkingen voor 2023, 2024 en 2025 (PS: en 2026).
Morgen dient de zaak bij de hoogste bestuursrechter, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De CBb-rechter heeft besloten om de beide zaken gelijktijdig te behandelen. De rechtszaak is via een livestream te volgen.
Deze blog gaat over enkele financiële aspecten. Het beschrijven van de consequenties voor de zorg laat ik over aan (echte) huisartsen en relevante zorgpartijen in het werkveld.
Waar draait het om?
De NZa is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) die zich uitspreekt over tarieven (voorbeeld: 2026). Deze tarieven moeten kostendekkend zijn voor geleverde zorg zoals binnen de beroepsgroep gebruikelijk is en zoals in contracten wordt afgesproken. De zorgplicht van verzekeraars vloeit voort uit artikel 11 van de Zorgverzekeringswet en geldt bij inkoop voor alle zorgverzekeraars. Dat betekent dat de NZa bij het opstellen van tariefbeschikkingen rekening moet houden met het kostenniveau van noodzakelijke zorg, zodat verzekeraars zorg fatsoenlijk volgens de wet kunnen inkopen. Zorginkopers mogen immers geen zorg inkopen tegen tarieven die hoger zijn dan in de tariefbeschikking staan (hier).
Het tarief van de huisarts
Het tarief huisartsenbasiszorg wordt bij de NZa berekend uit de bestanddelen van de Tariefformule. Een berekening (formule/breuk)) met in de breukteller de arbeidskostencomponent (inkomen/arbeidsduur) en de praktijkkostencomponent (kosten) en in de breuknoemer de werkbelasting (het aantal ingeschrevenen bij bepaling van het nieuwe inschrijftarief en het aantal jaarconsulten bij bepaling van het nieuwe consulttarief). Hoe hoger de werkbelasting, in overeenstemming met de formule, dus hoe lager het tarief. Dit fenomeen is al vaak beschreven (zie onderstaand de blogs + de verwijzingen in deze blog).
Het praktijkkostenonderzoek (PKO)
Het vastleggen van de bestanddelen voor de Tariefformule gebeurt door de NZa op basis van hun eigen conclusies van het praktijkkostenonderzoek (PKO). Sinds de Zorgverzekeringswet (2006) bestaat, heeft de Zorgautoriteit al 4 keer een PKO uitgevoerd, voor het laatst over het praktijkjaar 2022.
Algemeen kritiekpunt is dat “achteromkijken” geen solide basis is om “vooruitkijkend” je werk goed te kunnen doen en met dat doel zo nodig te investeren en te innoveren.
De methode van achteromkijken met slechts een jaarlijkse indexatie voor basiszorg werkt niet. Elk jaar dat zo wordt gerekend, is voor de zorgtoekomst een verloren jaar.
Daarnaast, de DBH heeft het Excelbestand van 40 pagina’s met PKO-gegevens mogen narekenen en hebben diverse fouten gevonden (hier/hier). De NZa bepaalt ook zélf de partij die eerst de gegevens verzamelt.
Specifieke punten binnen de Tariefformule na het PKO 2022
De bekostiging van huisartsenzorg is gebaseerd op vier fundamenten: werk, arbeidsduur, kosten en inkomen. De Tariefformule includeert deze bestanddelen als volgt…
*Arbeidskostencomponent (breukteller): van alle gewerkte uren worden 36 uren nog betaald. Dit is geheel buiten de werkelijkheid (hier/hier/hier + blog, 2 mei 2025). De NZa beroept zich op een rapport van een consultant (blog), terwijl notabene het NIVEL een publieke kennisorganisatie is. Gevolg: reguliere extra uren worden niet betaald, hetgeen leidt tot opvolgingsproblemen (hier), maar ook tot het niet vergoeden van extra zorgtaken. De werktijdfactor per week en per jaar bedraagt bij de NZa maximaal 1 (36 uur).
Conclusie 1: te lage arbeidskostencomponent heeft remmend effect op tariefbepaling.
*Kostencomponent (breukteller): De belangrijkste kostenposten zijn huisvesting en personeel. Als 77% van alle huisartsen nadelen ondervindt door ruimtegebrek en 52% van de praktijkhouders dringend wil verhuizen, verbouwen of uitbreiden (blog), dan deugt de huidige financiering van huisvesting niet. Huisvestingskosten dienen gebaseerd te zijn op actuele marktprijzen van huur of bouw, met een blik op de toekomst.
Conclusie 2: te lage praktijkkostencomponent heeft remmend effect op tariefbepaling.
*Werkbelasting (breuknoemer): In het PKO2022 is ter vergelijk met het PKO2015 het aantal inschrijvingen per fte huisarts verhoogd van 2095 (2015) naar 2439 (2022). Het aantal gerealiseerde inschrijvingen per praktijk is gestegen van 3317 (2015) naar 4477 (2022). Een grotere praktijk betekent meer werk. Het aantal reguliere consulten per jaar bij 4477 ingeschrevenen bedroeg 20.892 (2022). In 2015 was dit nog 14.051 consulten.
Conclusie 3: Extra werk (grotere praktijken, meer werk) heeft zonder compensatie een remmend effect op tariefbepaling.
Nog een specifiek voorbeeld…
In mijn laatste blog wordt beschreven hoe een grote zorgverzekeraar voor 2026 de ketenzorg (segment 2) voor kwetsbare ouderen wil stoppen ten gunste van de financiering voor een praktijkondersteuner ouderenzorg (blog, 24 september 2025). In dat contractvoorstel staat (citaat): “De vergoeding van zorgvragen die buiten het zorgprogramma ‘integrale zorg voor kwetsbare ouderen’ van het Samenwerkingsverband vallen, kunnen via reguliere consulten, visites en verrichtingen gedeclareerd worden” (einde citaat).
Hier wordt zorg uit segment 2 overgeheveld naar het segment 1 van de basiszorg, zijnde het segment van 100% tariefregulering door de Zorgautoriteit. Deze extra consulten basiszorg staan bij het volgende PKO, bij een ongewijzigde berekeningssystematiek, opnieuw in de breuknoemer van de Tariefformule.
In 2026 breekt de MDZ van segment 2 door de kostenbarrière van 1 miljard euro (Rijksbegroting VWS 2026, pg. 177, 16 september 2025), met toekomstige tariefregulering in het basiszorgsegment als remmend en compenserend effect. Zo komt Jan Splinter door de zorgwinter van 2026.
Tot slot
Een goed tarief is geen garantie voor een goed contract. Een slecht tarief binnen een sector waarin ¾ van de jaaromzet (inkomen en kosten) top-down tarief gereguleerd is, kan sowieso nooit leiden tot een goed contract.
Het is van belang dat alle 8 processtappen (visie – missie – inhoud – organisatie/logistiek – noodzakelijk budget – bekostiging – tarifering – zorgcontract) in samenhang en synergie worden doorlopen. Alleen dan is het resultaat, voor huisarts en burger, duurzaam en gedragen.
De uitspraak van de rechtszaak is van groot belang voor de huisartsensector (hier/hier), maar ook voor de overige eerstelijns zorgpartijen. Volgens de LHV wordt de uitspraak verwacht over ongeveer zes weken.
De hoorzitting over de tariefbeschikkingen is dinsdag 30 september 2025 bij het CBb in Den Haag en is, zoals gemeld, vanaf 9.00 uur online te volgen (hier)
Relevante eerdere blogs
22.02.2023: Kostenvergoeding huisvesting huisartspraktijk vraagt nieuwe berekening (IZA/PKO)
02.03.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (1)? (transitie/govern./prev./OECD)
21.03.2023: Staan huisartsen op scherp richting hun nieuwe bekostiging? (PKO22, IZA, contract)
04.04.2023: Zélf richting geven aan sturing zorgaanbod en bedrijfsvoering (Commercie,PKO,IZA etc.)
07.04.2023: Rapport “De basis op orde”, nu voortgang aan IZA-thematafel 1e lijn (RVS-IZA/OECD)
18.04.2023: Zware verantwoordelijkheid voor regionale organisatie bij ouderenzorg (KWO-Wlz)
24.04.2023: Aspirant huisartsen formuleren in Manifest 3 hoofdboodschappen (LOVAH,10puntenplan)
08.05.2023: Behoud van kernwaarde continuïteit als baken van vooruitgang (commercie/ketens-contract)
16.05.2023: Proactief toezicht budgetkader huisartsenzorg niet onmogelijk (-154 mln.in 2022)
27.05.2023: Huisartsen stellen beroep in bij hoogste rechter economisch bestuursrecht (CBb)
01.06.2023: Verander inzet Wtza: naar selectief alléén op specifieke indicatie (maatsch.verantwoord.)
05.06.2023: LHV beroept zich bij MTVP-bekostiging op ‘afspraak = afspraak’ (IZA tekenvoorw.)
08.06.2023: Zorgkloof huisartsenzorg niet oplosbaar met aanpassing opleidingscapaciteit
13.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (1) (IZA, transformatie, beoordelingskader, ongelijkwaardig)
15.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (2) (minister spoorboek, nieuwe Handreiking contract)
19.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (3) (bijdragen advocaatkantoren contract)
22.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (4) (NZa monitor contractering 2022)
03.07.2023: Praktijkmanagement in de huisartsenpraktijk (7) (de input voor cursist en docent)
08.07.2023: Ontknoping MTVP-bekostiging huisartsenbasiszorg doet geen recht aan urgentie
21.07.2023: Nieuwe contractinstructies toezichthouders richting brancheorganisaties (acm/nza)
25.08.2023: Oordeel toezichthouders private equity in huisartsenzorg laat te lang op zich wachten
29.08.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (2)?(consultant/ELZ)
04.09.2023: Stel grenzen en doe aangifte bij agressie en geweld in de zorg (frequentie hoog)
11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio))
18.09.2023: De paarse krokodil blijft fier overeind (Ledenpeiling LHV + schamel resultaat van 25 jaar)
09.10.2023: Bespreking van de bundel “Taboes en Belangen” (persoonl. bijdragen dappere dokters)
30.10.2023: Huisartsen strijden terecht voor rechtvaardiger tarief basiszorg (CBb/beschikking)
02.11.2023: Stop verplichting intern toezicht op basis van medewerkerscriterium (Wtza/onnodig)
06.11.2023: Ook bij nieuwe ZZP-wet blijft schijnzelfstandigheid een risico (nieuw = inbedding)
06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)
22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)
08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking
15.01.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (18) (over consequenties verschil bekostiging 1e en 2e lijn)
27.02.2024: Kanttekeningen bij visie eerstelijnszorg 2030 (historie, regio, GR, AMW, gemeente)
13.03.2024: Beperkt toezicht geeft huisartsenzorg leverende bedrijfsketens veel vrijheid (NZa)
18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)
16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg
22.04.2024: Praktijkperikel: “De huisarts en Wlz in de praktijk van alledag” (huisarts + beschouwing)
25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)
15.05.2024: Herijking inkomenscomponent praktijkhoudend huisarts op veel punten onduidelijk
24.05.2024: Beleidsmotto “Thuis als het kan”. Hoe wordt dat bepaald? (budget/pers./extramuraal/MGZ)
11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?
25.06.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (19) (n.a.v. tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord)
04.07.2024: Uitkomst kostprijsonderzoek huisartsenzorg onder de maat (4e PKO NZa idem methode)
10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg
27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)
10.09.2024: Nieuws over beoordeling arbeidsrelaties raakt ook huisartsenzorg (Vbar/Handhaving)
25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)
29.10.2024: Een regionaal samenwerkingsverband eerste lijn: wens of noodzaak? (ELZ-RESV)
09.12.2024: Promovendus ziet financiële risico’s doorgeschoven worden naar zorgorganisaties
20.12.2024: Oplopend tekort zorgpersoneel. Juist nú bezuiniging op opleidingen?… (begroting)
28.12.2024: Proefschrift: inkoop huisartsenzorg richten op samenwerking, minder op concurrentie (K.Stolper)
23.01.2025: Voor “iedereen een huisarts”? Dat impliceert zorginkoop met passend contract
08.02.2025: Huisarts: “we hebben vertrouwen en helpende handen nodig, niet nog meer toezichthouders” (Wtza/jr.verantw.plicht)
14.02.2025: Verouderde wetgeving rond tuchtrecht steunt niemand (uitspraken/evaluatie aanstaande)
18.02.2025: Maak voor palliatieve zorg (thuis) één landelijk dekkende regeling (dwalen i/e regelwoud)
04.03.2025: De huisartsenweg naar morgen (TV/VTV-2024/Kamervragen/Stand vd Zorg 2024)
29.03.2025: In afwachting van AZWA (het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord/ + IZA/sociaal domein)
08.04.2025: Urgentie aanpak (dis)continuïteit huisartsenzorg is geboden (Rekenkamer/Visie/Oratie)
02.05.2025: Systeemfouten kostenonderzoek staan juiste tarifering huisartsenzorg i/d weg
11.06.2025: Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg biedt oudere Wlz-verzekerde (veel) onzekerheid
22.07.2025: Ook in AZWA worden scherpe beleidskeuzes vooruitgeschoven (BO/21 partij/30 pnt.)
28.07.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (1) (financieel/veel contextitems)
16.08.2025: Regel financiering organisatie/infrastructuur eerste lijn via werkvloer (RESV/wijkzorg)
09.09.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (2) (financieel/veel contextitems)
24.09.2025: Praktijkondersteuner ouderenzorg is geen robot (Module oudere, dan geen ketenzorg)
Hallo Anton !
Het meest perverse in dit hele probleem is de morele chantage die op de huisartsenzorg wordt toegepast: Ze kunnen en mogen hun patiënten niet in de steek laten vanwege hun beroepseed en -eer. Dus dit lukt wel.
Hopelijk begrijpt de rechter ook dit!
Beste Anton,
Tarieven zijn sowieso voor 2026 een heet hangijzer voor de NZa. VWS heeft de NZa blijkbaar opgedragen te gaan bezuinigen zonder dat dat duidelijk blijkt uit ambtsstukken. Transparantie is ver te zoeken.
Naast de huisartsen wordt ook de GGZ gekort in de tarieven, psychiaters tot 10% daling, monodisciplinaire behandelingen 5% tot 7% daling en zonder actie van de LVVP hadden de vrijgevestigde psychologen ook een daling van 7% gehad.
Deze bezuinigingen zullen voor nog meer tekorten gaan zorgen want veel kleine GGZ instellingen zonder contracten gaan hier aan onderdoor en zullen gedwongen gaan stoppen met behandelingen.
2026 wordt een ravijnjaar voor de GGZ.