Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), de hoogste rechter op het gebied van het economisch bestuursrecht, heeft vandaag uitspraak gedaan over de tarieven die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft vastgesteld voor huisartsenzorg.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de financiering voor huisvesting van huisartspraktijken in de tarieven niet goed geregeld is, dat het norminkomen van zelfstandige praktijkhouders niet goed is vastgesteld door een onderwaardering van de poortwachtersfunctie van de huisarts in het Nederlandse zorgstelsel. De derde conclusie is dat bij het omrekenen van dit norminkomen naar een tarief de factor arbeid onvoldoende is beloond.
De rechtbank heeft de NZa een half jaar gegeven de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 opnieuw te berekenen. Deze herberekening dient in nauw overleg met huisartsenorganisaties plaats te vinden, waarbij constructieve voorstellen van de huisartsen, zo stelt de rechter, in serieuze overweging moeten worden genomen.
Deze uitspraak is definitief, het CBb is de eindrechter in deze al jaren voortslepende zaak.
Verheugde reacties bij de beroepsgroep: drie citaten van websites
*Reactie DBH (+ hier): “Rechtbank schat de huisarts wél op waarde. Zojuist heeft het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de huisartsen in het gelijk gesteld: de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de huisarts stelselmatig onderschat en de tarieven voor de huisartsen te laag vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft de NZa:
-De inzet van de huisarts ten onrechte begrensd op 36 uur
-De huisvestingskosten te laag vastgesteld
-De complexiteit van het vak onderschat, de NAC moet omhoog
Met dit besluit heeft de rechtbank een belangrijk stap gezet voor het behoud van de huisartsenzorg zoals we die nu kennen: dicht bij de patiënten met continue en persoonsgerichte zorg, met oog voor alle aspecten van het leven.
Alleen met goede tarieven kan de huisartsenzorg innoveren en kunnen nieuwe praktijkhouders fatsoenlijke ruimte huren en investeren in de toekomst. En dat is in ons aller belang.”
*Reactie LHV: “Het CBb bevestigt opnieuw dat de tarieven structureel geen reële dekking bieden voor de daadwerkelijke kosten van huisartsenzorg.
Kern van de uitspraak
Het CBb oordeelt onder meer dat de NZa:
-Onvoldoende rekening heeft gehouden met de werkelijke kosten van huisvesting, terwijl duidelijk is dat huisartsenpraktijken kampen met hoge en stijgende lasten en schaarse beschikbare praktijkruimtes;
-De praktijkhoudersfunctie structureel heeft ondergewaardeerd doordat in de norminkomsten onvoldoende rekening is gehouden met de taken, risico’s en verantwoordelijkheden van de praktijkhouder;
-Geen adequate waardering heeft toegepast voor de arbeid van de huisarts, terwijl de NZa zelf tijdens de zitting erkende dat de gehanteerde norminkomens geen realistische benadering geven van de benodigde beloning;
Een werkweek van 36 uur is onvoldoende onderbouwd.
Het oordeel is glashelder: de tarieven schieten tekort, zijn niet kostendekkend en moeten opnieuw worden vastgesteld.”
*Reactie VPH: De rechter bevestigt opnieuw: de huisartsentarieven van de NZa zijn niet kostendekkend. Dit is een kantelpunt voor elke praktijkhouder én voor de toekomst van de eerstelijnszorg. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven CBb oordeelt dat de door de NZa vastgestelde huisartsentarieven voor 2023, 2024 en 2025 niet kostendekkend zijn. Deze uitspraak bevestigt wat veel praktijkhouders al jaren ervaren: de financiering van Nederlandse huisartsenzorg sluit niet aan bij de werkelijke kosten en verantwoordelijkheden in de praktijk. Voor VPHuisartsen is dit een cruciale mijlpaal in de strijd voor toekomstbestendige huisartsenzorg na jaren procederen.
VPHuisartsen blijft zich met andere partijen inzetten voor een krachtige huisartsenzorg en focused zicht daarbij op:
-Structurele en kostendekkende financiering voor alle praktijkhouders
-Realistische tarieven die passen bij de volledige verantwoordelijkheid van de huisarts
-Adequate bekostiging van huisvesting, een van de grootste knelpunten van dit moment
-Een sterk, modern en uitvoerbaar bekostigingsmodel voor de hele eerste lijn
De VPH-boodschap richting NZa, ministerie en verzekeraars blijft helder: Huisartsenzorg kan alleen sterk blijven als de dragers ervan – de praktijkhouders – eerlijk en structureel worden gefinancierd.
Allereerst, dit zijn de belangrijkste citaten van de gerechtelijke uitspraak vandaag…
Belangrijkste citaten uit uitspraak CBb: ECLI:NL:CBB:2025:606, (CBb, 18 november 2025)
|
“Het College komt tot de conclusie dat de NZa niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tarieven voor de jaren 2023, 2024 en 2025 kostendekkend zijn. In die tarieven is ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat veel huisartsen te krap gehuisvest zijn en zullen moeten investeren in nieuwe, grotere en/of aangepaste praktijkruimte. Verder is niet gebleken dat de zwaarte van de functie van praktijkhoudend huisarts juist is gewogen. De weging van die functie is ondeugdelijk gemotiveerd. De daarop gebaseerde vaststelling van de arbeidskosten (normatieve arbeidscomponent, NAC) van de praktijkhoudend huisarts kan daarom geen stand houden. Ook de toerekening van de NAC aan de praktijken die aan het kostprijsonderzoek hebben meegedaan is ondeugdelijk gemotiveerd. De door de NZa gehanteerde methode, waarbij de NAC aan de huisartsenpraktijken wordt toegekend aan de hand van een berekening van het aantal fte’s per praktijk, waarbij aan iedere praktijkhoudend huisarts die in 2022 36 uur of meer per week werkte (gedurende minimaal 46 weken in dat jaar) steeds 1,0 fte is toegekend, leidt tot een scheef resultaat. Daardoor is niet aannemelijk geworden dat deze methode voor de toerekening van de NAC aan de huisartsenpraktijken tot kostendekkende tarieven leidt.” ———————————————————————————————————————- “De door de NZa vastgestelde tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van veelal te krappe huisvesting, zonder dat rekening is gehouden met de extra kosten die nodig zijn om de huisvesting geschikt te maken of nieuwe huisvestiging te vinden voor de in omvang toegenomen praktijken. De NZa had nader onderzoek moeten doen naar de financiële knelpunten bij het oplossen van huisvestingsproblemen en had nader moeten onderzoeken wat de kosten van huisvesting voor de praktijken zijn als zij wél over adequate huisvesting zouden beschikken.” ———————————————————————————————————————- “De door het College te verrichten rechtmatigheidstoets houdt niet alleen in dat de tarieven die de NZa heeft vastgesteld moeten voldoen aan het vereiste van kostendekkendheid, maar ook dat deze tarieven moeten zijn voorzien van een draagkrachtige motivering en moeten voldoen aan eisen van zorgvuldigheid en de materiële algemene beginselen van behoorlijk bestuur.” ——————————————————————————————————————— “Het College is van oordeel dat de huisartsen aannemelijk hebben gemaakt dat een zeer groot gedeelte van de huisartsenpraktijken al gedurende langere tijd kampt met te kleine huisvesting… De tarieven zijn dus gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van veelal te krappe huisvesting, zonder dat rekening is gehouden met de extra kosten die nodig zijn om de huisvesting geschikt te maken of nieuwe huisvesting te vinden voor de in omvang toegenomen praktijken. De NZa had daarom niet mogen volstaan met de uitkomsten van het kostprijsonderzoek om de tarieven te herijken voor de huisvestingskosten, maar had nader onderzoek moeten doen naar de financiële knelpunten bij het oplossen van huisvestingsproblemen en had nader moeten onderzoeken wat de kosten van huisvesting voor praktijken zijn als zij wél over adequate huisvesting kunnen of zouden kunnen beschikken.” ———————————————————————————————————————- “Het College is van oordeel dat de beschrijving van de “maatmens” praktijkhoudend huisarts in het Berenschot-rapport onvolledig is, vooral wat betreft de verantwoordelijkheid van de huisarts voor de patiënten en wat de huisartsen op goede gronden aanduiden als de leven-en-dood-aspecten. Het College komt tot de conclusie dat de NZa de weging van het functiehouderschap ondeugdelijk heeft gemotiveerd. De vaststelling van het norminkomen kan daarom geen stand houden.” ———————————————————————————————————————- “Uit het Verantwoordingsdocument blijkt namelijk dat een praktijkhoudend huisarts gemiddeld 46,5 uur per week werkt. Door de toerekening van 1 volledige NAC aan iedere praktijkhouder die 36 uur of meer per week werkt, wordt aan praktijkhouders die 36-40 uur per week werken relatief veel NAC toegekend, wat in de berekening van de tarieven tot hogere tarieven leidt. Aan praktijkhouders die (veel) meer dan 46,5 uur per week werken wordt daarentegen relatief weinig NAC toegekend, wat in de berekening van de tarieven tot lagere tarieven leidt. Namens de NZa is op de zitting verklaard dat dit scheve resultaat zich in de berekening van de tarieven “uitmiddelt”, maar de NZa heeft niet kunnen onderbouwen in hoeverre deze methode juist is en tot juiste tarieven leidt. Dat het scheve resultaat zich zou uitmiddelen is evenmin onderbouwd. De NZa heeft daarmee het verweer van de huisartsen, dat een groot deel van hun arbeidsinzet niet door de vastgestelde maximumtarieven wordt gedekt, niet weerlegd.” ———————————————————————————————————————- Conclusie en gevolgen “Gezien de gebreken die het College heeft geconstateerd komt het College tot de conclusie dat niet deugdelijk is gemotiveerd dat de voor 2025 vastgestelde tarieven kostendekkend zijn. Omdat de NZa voor de motivering dat de door haar voor de jaren 2023 en 2024 vastgestelde tarieven kostendekkend zijn, heeft verwezen naar de tarieven 2025, heeft de NZa ook voor de tarieven 2023 en 2024 niet aannemelijk gemaakt dat deze kostendekkend zijn. De beroepen van de huisartsen zijn gegrond. Het College zal de NZa opdragen om binnen zes maanden na deze uitspraak opnieuw op de bezwaren van de huisartsen te beslissen. Het College draagt de NZa op om de herbeoordeling van de hiervoor aangegeven punten (huisvestingskosten, vaststelling van de NAC voor de functie van de praktijkhoudend huisarts en toerekening van de NAC) in nauw overleg met de huisartsenorganisaties uit te voeren, waarbij de NZa constructieve voorstellen van de huisartsen in serieuze overweging moet nemen. Totdat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden en de NZa nieuwe tariefbeschikkingen zal hebben vastgesteld, zullen de tariefbeschikkingen 2023, 2024 en 2025 blijven gelden.” |
Korte beschouwing
Alle 8 stappen van het uitvoeringsplan huisartsenzorg zijn van belang. In deze zaak draait het primair om stap 7 van de tarifering: visie (1) – missie – inhoud – organisatie/logistiek – noodzakelijk budget (5) – bekostiging – tarifering (7) – zorgcontract (8). De rechter stelt dat de onderbouwing van tarieven niet klopt, waarbij wordt teruggevallen op alle drie bouwstenen van de bekostiging: een inkomenscomponent, een kostencomponent en de component arbeidsduur.
Aan al die drie fundamenten geeft de NZa, verantwoordelijk voor het tarief gereguleerde deel van de huisartsenzorg, zo stelt het CBb, een onvoldoende invulling. Dat de CBb-rechter dit constateert, en aanstuurt op verbetering, is terecht. Maar het is ook jammer dat pas na het vierde praktijkkostenonderzoek (2006, 2009/2010, 2015, 2022) het bekende kwartje is gevallen. In de uitspraak lees ik zinnen, die ik nog nooit gelezen heb in overheidsdocumenten aangaande de bekostiging van huisartsenzorg.
Je kunt in het uitvoeringsplan als beroepsgroep niet een visie hebben over de nabije toekomst huisartsenzorg, maar bij stap 7 terugvallen en akkoord gaan met een berekening van gemaakte kosten in het verleden. Zo werkt het in geen enkel bedrijf, niet bij de NZa zelf, maar ook niet in de zorg.
Het is nu aan de toezichthouder en de huisartsenorganisaties om samen een werkagenda op te stellen hoe te komen tot (wel) een betere invulling van de componenten van de Tariefformule.
In een recente blog is uitgerekend dat de beroepsgroep in 2025 afstevent op bijna 109 mln. verwachte consulten huisartsenzorg. Ter vergelijk (blog, 30 oktober 2023), bij de start van de huidige bekostiging met het 3-segmentenmodel leverden huisartsen 71 mln. consulten basiszorg in dat eerste jaar (2015). Naast de arbeidsduur is ook de werklast onderdeel van de Tariefformule.
En nu?
Als 74% van de omzet tarief gereguleerd is, met de Zorgautoriteit als bepaler van het vastgesteld maximumtarief in de basiszorg, betekent dat voor 26% van de omzet nog steeds aangeklopt moet worden bij zorgverzekeraars. Onder andere voor ketenzorgfinanciering en alle innovatiegelden, net als tarieven basiszorg ook van belang voor de toekomst. Dit samengevoegd impliceert een goed contract (8) als garantie bij straks herberekende tarieven (blog). Maar over dit juiste contract gaat deze gerechtelijke uitspraak niet.
Waar de gerechtelijke uitspraak ook niet over gaat is het noodzakelijk budget (5). Als voor alle praktijkhouders de tarieven voor 3, straks 4 jaar, opwaarts moeten worden bijgesteld, zijn aandacht en nieuwe afspraken nodig voor regels van het vaststellen van macrobudgetten: in Rijksbegrotingen, in AZWA, in een nieuw regeerakkoord, bij spelregels van het macrobeheersingsinstrument.
Tot slot
Gegeven het feit dat het tariefconflict een al jaren bestaand probleem is (zie alle onderstaande blogs), is de uitspraak van de CBb-rechter vandaag als nieuw vertrekpunt de meest gunstige uitslag. Felicitaties richting mijn voormalige beroepsgenoten zijn dan ook op zijn plaats.
Met de uitspraak kan worden voortgebouwd op weg naar wél rechtvaardige, wél kostendekkende tarieven huisartsenzorg. Het wordt tijd om door te pakken.
DBH, LHV en VPH hierbij veel succes gewenst.
Relevante eerdere blogs over bekostiging, kostenonderzoeken en tarieven huisartsenzorg
22.02.2023: Kostenvergoeding huisvesting huisartspraktijk vraagt nieuwe berekening (IZA/PKO)
02.03.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (1)? (transitie/govern./prev./OECD)
21.03.2023: Staan huisartsen op scherp richting hun nieuwe bekostiging? (PKO22, IZA, contract)
04.04.2023: Zélf richting geven aan sturing zorgaanbod en bedrijfsvoering (Commercie,PKO,IZA etc.)
07.04.2023: Rapport “De basis op orde”, nu voortgang aan IZA-thematafel 1e lijn (RVS-IZA/OECD)
18.04.2023: Zware verantwoordelijkheid voor regionale organisatie bij ouderenzorg (KWO-Wlz)
08.05.2023: Behoud van kernwaarde continuïteit als baken van vooruitgang (commercie/ketens-contract)
16.05.2023: Proactief toezicht budgetkader huisartsenzorg niet onmogelijk (-154 mln.in 2022)
27.05.2023: Huisartsen stellen beroep in bij hoogste rechter economisch bestuursrecht (CBb)
01.06.2023: Verander inzet Wtza: naar selectief alléén op specifieke indicatie (maatsch.verantwoord.)
05.06.2023: LHV beroept zich bij MTVP-bekostiging op ‘afspraak = afspraak’ (IZA tekenvoorw.)
08.06.2023: Zorgkloof huisartsenzorg niet oplosbaar met aanpassing opleidingscapaciteit
13.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (1) (IZA, transformatie, beoordelingskader, ongelijkwaardig)
15.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (2) (minister spoorboek, nieuwe Handreiking contract)
19.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (3) (bijdragen advocaatkantoren contract)
22.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (4) (NZa monitor contractering 2022)
03.07.2023: Praktijkmanagement in de huisartsenpraktijk (7) (de input voor cursist en docent)
08.07.2023: Ontknoping MTVP-bekostiging huisartsenbasiszorg doet geen recht aan urgentie
21.07.2023: Nieuwe contractinstructies toezichthouders richting brancheorganisaties (acm/nza)
25.08.2023: Oordeel toezichthouders private equity in huisartsenzorg laat te lang op zich wachten
29.08.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (2)?(consultant/ELZ)
04.09.2023: Stel grenzen en doe aangifte bij agressie en geweld in de zorg (frequentie hoog)
11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio))
18.09.2023: De paarse krokodil blijft fier overeind (Ledenpeiling LHV + schamel resultaat van 25 jaar)
09.10.2023: Bespreking van de bundel “Taboes en Belangen” (persoonl. bijdragen dappere dokters)
30.10.2023: Huisartsen strijden terecht voor rechtvaardiger tarief basiszorg (CBb/beschikking)
02.11.2023: Stop verplichting intern toezicht op basis van medewerkerscriterium (Wtza/onnodig)
06.11.2023: Ook bij nieuwe ZZP-wet blijft schijnzelfstandigheid een risico (nieuw = inbedding)
06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)
22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)
08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking
15.01.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (18) (over consequenties verschil bekostiging 1e en 2e lijn)
27.02.2024: Kanttekeningen bij visie eerstelijnszorg 2030 (historie, regio, GR, AMW, gemeente)
13.03.2024: Beperkt toezicht geeft huisartsenzorg leverende bedrijfsketens veel vrijheid (NZa)
18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)
16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg
22.04.2024: Praktijkperikel: “De huisarts en Wlz in de praktijk van alledag” (huisarts + beschouwing)
25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)
15.05.2024: Herijking inkomenscomponent praktijkhoudend huisarts op veel punten onduidelijk
24.05.2024: Beleidsmotto “Thuis als het kan”. Hoe wordt dat bepaald? (budget/pers./extramuraal/MGZ)
11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?
25.06.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (19) (n.a.v. tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord)
04.07.2024: Uitkomst kostprijsonderzoek huisartsenzorg onder de maat (4e PKO NZa idem methode)
10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg
27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)
10.09.2024: Nieuws over beoordeling arbeidsrelaties raakt ook huisartsenzorg (Vbar/Handhaving)
25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)
29.10.2024: Een regionaal samenwerkingsverband eerste lijn: wens of noodzaak? (ELZ-RESV)
09.12.2024: Promovendus ziet financiële risico’s doorgeschoven worden naar zorgorganisaties
20.12.2024: Oplopend tekort zorgpersoneel. Juist nú bezuiniging op opleidingen?… (begroting)
28.12.2024: Proefschrift: inkoop huisartsenzorg richten op samenwerking, minder op concurrentie (K.Stolper)
23.01.2025: Voor “iedereen een huisarts”? Dat impliceert zorginkoop met passend contract
08.02.2025: Huisarts: “we hebben vertrouwen en helpende handen nodig, niet nog meer toezichthouders” (Wtza/jr.verantw.plicht
18.02.2025: Maak voor palliatieve zorg (thuis) één landelijk dekkende regeling (dwalen i/e regelwoud)
04.03.2025: De huisartsenweg naar morgen (TV/VTV-2024/Kamervragen/Stand vd Zorg 2024)
29.03.2025: In afwachting van AZWA (het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord/ + IZA/sociaal domein)
08.04.2025: Urgentie aanpak (dis)continuïteit huisartsenzorg is geboden (Rekenkamer/Visie/Oratie)
02.05.2025: Systeemfouten kostenonderzoek staan juiste tarifering huisartsenzorg i/d weg
03.06.2025: Budgetonderschrijding IZA-sectoren vooral zichtbaar bij wijkverpleging (€€Rijk/AR)
11.06.2025: Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg biedt oudere Wlz-verzekerde (veel) onzekerheid
22.07.2025: Ook in AZWA worden scherpe beleidskeuzes vooruitgeschoven (BO/21 partij/30 pnt.)
28.07.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (1) (financieel/veel contextitems)
16.08.2025: Regel financiering organisatie/infrastructuur eerste lijn via werkvloer (RESV/wijkzorg)
09.09.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (2) (financieel/veel contextitems)
24.09.2025: Praktijkondersteuner ouderenzorg is geen robot (Module oudere, dan geen ketenzorg)
29.09.2025: De dag dat de hoogste bestuursrechter zich buigt over tarieven huisartsenzorg (CBb)
06.10.2025: Evaluatie topambtenaren: commerciële huisartsenzorg niet ten principale afgewezen
14.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: eerstelijnszorg c.q. huisartsenzorg (3)
29.10.2025: Mantelzorg en professionele zorg zien de grens van hun zorg (arbeidsmarkttekorten)
04.11.2025: Formalisering meedenkadvies start met kleine budgetoverheveling (van HAZ –> MSZ)
10.11.2025: Analyse kostendata alleen zinvol i.c.m. gelijktijdige beleidswijziging (databank ZiN)
Inderdaad felicitaties. Eindelijk. Ik denk dat de NZa nu meer zaken aan de broek gaat krijgen. Want er bestaat nu jurisprudentie hierover.