Alleen het eerste deel van bovenstaand plaatje laat al zien hoe complex jeugdzorg qua levering en inkoop in Nederland is geregeld. Noodzakelijk integrale jeugdzorg bij medische, mentale, emotionele, functionele, opvoedkundige, sociaalmaatschappelijke, ontwikkelings- en gedragsproblemen laat zich niet makkelijk via bewust gescheiden wegen regelen. Zeker niet gezien de impact en wederkerigheid van het resultaat van jeugdzorg op aanpalende domeinen als onderwijs, veiligheid, kinderopvang, volwassenzorg, sociaal mediabeleid en sociale zekerheid.

In deze blog een pleidooi voor aanpak opnieuw de route van het uitvoeringsplan te volgen. Vandaag deel 2.

20.02.2026: Meer zorg, minder overzicht…, maar integrale jeugdzorg begint… dichterbij (1)

 

De rode draad op uitvoeringsniveau jeugdzorg: 3 uitgangspunten, 8 processtappen

Het tot nu toe geschetste beeld over jeugdzorg is niet positief en daar is alle reden voor. Toch zijn er ook wel enkele positieve ontwikkelingen zichtbaar, zonder dat daarbij succes verzekerd is.

Mijn gewenst beleid bij jeugdzorg bevat 3 uitgangspunten, via 8 stappen te realiseren.

Allereerst tijdig geleverd integrale gezinsgerichte steun aan jeugdige in de eigen leefomgeving (1). Eerst een nulde lijn (digitaal of netwerk), met nadien laagdrempelige basiszorg, met een professioneel interdisciplinair wijkteam in nabijheid, zich houdend (hier/hier) aan landelijke kwaliteitsstandaarden (2). Betrek jongeren/ouders bij te maken keuzes voor hun eigen hulp, en bij beleidsontwikkeling, door hen een betere rechtspositie (hier/hier) te geven (3).

*Samenwerking lokale teams, huisartsen en jeugdartsen (VNG, VWS, AJN, LHV)

De definitieve versie van dit document verscheen op 3 juli 2025 (hier/hier). Het betreft een actualisering van de eerdere ‘Leidraad samenwerking rond jeugd’ uit 2018. Het nieuwe document gaat over afspraken van samenwerking en verwijzen. Van onderling verwijzen en verwijzen naar specialistische zorg. Goede onderlinge communicatie en onderlinge afstemming kan worden geborgd door de inzet van jeugdconsulenten/POH-J in de huisartspraktijk en zodoende een contactkoppeling, digitaal/telefonisch of fysiek, mogelijk te maken met thuis, leefomgeving, scholen, SLT en het sociaal domein. Dat is nodig omdat bekend is dat de mentale en fysieke gezondheid van jongeren nauw samenhangt met de samenleving waarin zij opgroeien. Factoren zoals bestaansonzekerheid, woningmarkt, zorgen over oorlog en klimaatverandering, prestatiedruk en een continue stroom aan online informatie vormen de dagelijkse realiteit voor veel jongeren. Mentale gezondheid (hier) is daarmee niet alleen een individueel of zorgvraagstuk, maar kent ook een collectieve maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een conclusie die de Deskundigencommissie in ‘Groeipijn’ ook al had getrokken.

*Van Lokale Teams (‘wijkteam’) naar Stevige Lokale Teams (SLT)

Bij een huidig wijkteam (of het lokale team) kunnen burgers nu terecht voor advies, hulp- en zorgvragen. Een wijkteam biedt een luisterend oor en steun aan een inwoner en diens netwerk, biedt zelf hulp en haalt aanvullende hulp erbij als nodig. Er bestaan verschillende varianten van wijkteams (hier). Van groot tot klein, werkzaam in een stad of juist in een dorpskern, voor alle inwoners of alleen voor jeugd of volwassenen. De wijkteams zijn georganiseerd in samenwerkingsverbanden, stichtingen, bv’s, coöperaties of in dienst van de gemeente.

De noodzakelijke transitie van een lokaal team naar een SLT houdt een veel professioneler wijkteam in, aanwezig in nabijheid, zonder wachttijd, zich houdend aan landelijke kwaliteitsstandaarden (hier + hier + hier + hier). Denk aan aanwezigheid in het SLT van expertise op medisch (JA/GGD), pedagogisch, orthopedagogisch en kinderpsychologisch gebied (hier). De PO-J en jeugdconsulent houden contact met huisartsenpraktijk en school.  Verder kunnen deelgenoot zijn in het SLT, schoolmaatschappelijk werk, preventiemedewerkers, jongeren- en welzijnswerk.

De SLT moet als regisseur op gezinsniveau het kloppend hart worden/zijn om de agenda van de HAJ uit te voeren. De voorzitter van deskundigheidscommissie stelde nadrukkelijk dat de SLT “de huisarts moet worden in het sociale domein”.

Dat zijn allemaal mooie woorden, maar zoals het nu is geregeld is niet voorgeschreven welke professionele achtergrond lokale teams moeten hebben. Dit is nu vaak een samenstelling van disciplines op basis van de maatschappelijke opgave/vraag in de eigen gemeente: sociaal werk, ambulante jeugdhulpverleners met SKJ-registratie, soms basis of gezondheidszorgpsychologen. De gemeente is formeel de opdrachtgever en bepaalt vaak samen met het lokale team de samenstelling van het wijkteam. Maar als in het uitvoeringsplan “het perspectief van kinderen en gezinnen centraal staat en leidend is bij besluitvorming” (HAJ), dan is een stevig SLT, die snel interventies kan plegen, de aangewezen weg om op lange termijn erger/schade te voorkomen.

Conclusie-1: er zal méér uniformiteit moeten komen en minder vrijblijvendheid bij gemeenten om het SLT zelf een personele/professionele invulling te geven. Een generieke multidisciplinaire basis als robuust fundament in elke gemeente kan zorgen voor een snelle interventie bij zorgvragen rond jeugdzorg en voorkomt estafettehulp.

Gelijkvormigheid van SLT’s neutraliseert in enige mate bij gelijke jeugdproblemen het gevaar van lokale en/of regionale postcodezorg.

Er is nog een ander organisatorisch probleem. Paul van der Velpen… (hier + Z&I, 28 januari 2026)

De manier waarop de JGZ nu is georganiseerd is te divers…

De organisatie van de JGZ moet uniformer. De 342 gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van de 38 jeugdgezondheidszorgorganisaties. Ruim driekwart van de gemeenten heeft de totale JGZ (van 0-18 jaar) ondergebracht bij hun GGD. Veertien procent van de gemeenten heeft totale JGZ ondergebracht bij de GGD voor een deel van de gemeenten in een regio, voor de overige gemeenten in die regio is de JGZ deels bij de GGD, deels bij de zorgorganisaties ondergebracht. Bij de resterende tien procent van de gemeenten is de jeugdgezondheidszorg ondergebracht bij een aparte zorgorganisatie, in een onafhankelijk stichting of bij de gemeente zelf. Deze verschillen in organisatievormen leveren in de reguliere situatie extra werk en knelpunten op, maar zeker ten tijde van een crisis (b.v. een epidemie) is meer uniformiteit nodig en sturing door GGD.”

Conclusie-2: Een uniformer werkend JGZ gaat effectiever werken, waarbij de sector, volgens de IGJ, deze verandering zelf heeft voorgesteld.

*Aandacht preventie, juist voor jeugd belangrijk…(blog, 2019)

Een actueel voorbeeld (hier/hier + Buitenhof, 22 februari 2026, vanaf 39min20 seconden) én een tweetal citaten in deze zeggen al genoeg. Allereerst een waarschuwing van de Inspectie (hier, pg.3 t/m 6, 28 mei 2025)….

Citaat: “De JGZ als preventieve basisvoorziening voor ieder kind en gezin is één van de oplossingsrichtingen die bij kan dragen aan deze ambitie [NB: de inzet op een gezonde generatie jongeren] en aan het keren van het tij van de alsmaar stijgende zorgkosten. Door vroegsignalering, preventieve interventies en het bieden van lichte opvoedondersteuning levert de JGZ een belangrijke bijdrage aan het bewust en veilig laten opgroeien van kinderen tot gezonde volwassenen. Daarnaast kan goede JGZ de instroom in de jeugdzorg en het curatieve domein, en het beroep op sociale voorzieningen later beperken. De inspectie maakt zich zorgen of de continuïteit van een gelijke toegang en een passend aanbod van jeugdgezondheidszorg voor kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden in de nabije toekomst is geborgd.”

….en daarnaast een tweede citaat van Piet van Loon (blog), orthopeed/houdingsdeskundige (Zorgvisie, 10 februari 2026)

Citaat: “Nu zien we dat allerlei preventieplannen en -akkoorden geen resultaten opleveren. Voor de bijziendheid zijn de alarmbellen al afgegaan. Voor de rugklachten, “bekkenbodemproblemen”, blessures, artrose en andere gevolgen van het niet goed ontwikkelen van de lichaamshouding, nog lang niet. Het valt curatief ook niet meer op te lossen. We gaan de VS razendsnel achterna! Primaire preventie start vanaf de geboorte door de kennis over de goede zorg voor het ontwikkelen van een gezond en sterk houding- en bewegingsapparaat weer terug te brengen in alle curricula en opleidingen, die de zorg voor het (kinder)lichaam of de zorg voor het gehele kind horen te behartigen. Nieuwe Ministers, wijsheid, doordenkkracht en doorzettingsvermogen gewenst!”

*Wetgeving (1) (2) (3) (4)

De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (1) is op 1 januari 2026 in werking getreden (hier + hier + hier+ hier + hier + hier). Dit betekent dat regionale samenwerking in de jeugdzorg een dwingender karakter krijgt. Gemeenten worden verplicht in de regio een samenwerkingsverband op te richten (‘jeugdregio’) om aldaar specialistische jeugdzorg in te kopen en een regiovisie te ontwikkelen. Het betreft een verplichting om dat in 41 jeugdregio’s te doen met betrekking tot specialistische jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

We zien hier dus dat na de decentralisatie in 2015 er nu een recentralisatie plaatsvindt van lokaal naar regio’s. De regio als organisatieschaal (stap 4 in het uitvoeringsplan) is al heilig verklaard in IZA, HLO en AZWA, als voorbode voor toekomstige regiobekostiging. Dat specialistische jeugdzorg hierbij aansluit lijkt consistent, maar is toch niet zo logisch. Gezien de complexiteit, dus bv. ook inkoop en kwaliteitscontrole (hier/hier), was voor eenduidige regie een veel directere betrokkenheid van de centrale Rijksoverheid logischer geweest. Dan wordt de Rijksoverheid ook directer geconfronteerd met gevolgen van hun eigen beleid, zoals arbeidsmarkttekorten (hier), excessen jeugdbescherming en/of budgettaire perikelen. Daar waar nu nog relatief makkelijk voor een oplossing naar gemeenten of regio’s wordt gewezen. In de nu gekozen indelingsconstructie met 41 regio’s houdt de gemeente namelijk de plicht van bekostiging van jeugdzorg. Binnen een centraler stelsel zijn kwaliteit en veiligheid van zorg beter te bewaken.

Onderdeel van deze wet is het feit dat de taken van de Jeugdautoriteit vanaf dit jaar zijn ondergebracht bij de Nederlandse Zorgautoriteit (hier/hier). Zij mogen toezicht houden op welk scenario zich nu ontwikkelt (hier) en hoe het dan tijdig in gunstige zin is te keren. Immers een van hun taken wordt een vroege signalering van risico’s t.a.v. de beschikbaarheid specialistische jeugdzorg. Ook ziet de NZa toe op een transparante financiële bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Wat wordt het scenario na 2025?

Scenario’s onderzoeksjournalist Krijn ten Hove in zijn analyse als ‘onderbouwde waarschuwing’..

Indicator

Nu

(2025)

Gunstig

scenario

Midden

scenario

Zwart scenario

Kinderen met jeugdzorg

470.000

440.000 –

455.000

500.000 –

530.000

560.000 –

590.000

Aandeel <18 jaar

14–15%

13–14%

15–16%

17–18%

Aantal

1 op 7

1 op 7,2 tot 7,0

1 op 6,4 tot 6,0

1 op 5,6 tot 5,3

Beschermingsmaatregelen

p/j

26.000

22.000 –24.000

32.000 –36.000

40.000 – 45.000

Uithuisplaatsingen p/j

9.000

7.000 – 8.000

11.000 – 13.000

14.000 – 16.000

Niet thuiswonend

41.000

35.000 –38.000

48.000 –55.000

60.000 – 65.000

Totale uitgaven p/j

€8,3 mrd

€9,5 – 10,5 mrd

€11,5 – 14 mrd

€15 – 19 mrd

Gem. wachttijd

3–9 mnd

1–3 mnd

6–12 mnd

12–24+ mnd

  

 De nieuwe jeugdtaken van NZa als toezicht op een ander gewenst scenario overheid

 

Stop ook met tijdrovende aanbestedingstrajecten en open-houseconstructies, maar zorg voor publieke continuïteit met reële tarieven en ruimte voor innovatie en leren

Het door de overheid gewenst scenario is de beweging inzetten naar maximaal 1 op de 10 jeugdigen in jeugdzorg eind 2028. Dat gaat dan, als dat doel wordt bereikt, nog steeds om jeugdzorg bij 350.000 jeugdigen èn hun gezinnen (Kamerbrief, 27 januari 2026).

Het tweede wetsvoorstel (hier) is de Wet Reikwijdte van de jeugdhulpplicht (2). De Jeugdwet verplicht gemeenten daar waar dat nodig is ‘passende jeugdhulp’ in te zetten, maar definieert niet, bakent niet af wat deze passende jeugdhulp inhoudt (Verkenning afbakening jeugdhulpplicht, 7 oktober 2024). Zo wordt de indruk gewekt dat er nauwelijks een grens is bij de instroom van zorgvragen. Er wordt dan ook gesproken over het beperken, over een afbakening van de reikwijdte. De jeugdhulpplicht afbakenen is een gevaarlijke ontwikkeling, want het lijkt gebaseerd op gemeentelijke budgettriage. Want het suggereert dat met beoordelen en afbakenen van bepaalde zorgvragen er al inzicht is vanuit welke context de vraag voortkomt en concludeert en etiketteert vervolgens dat eventuele hulp voorlopig niet meer tot reguliere jeugdzorg, betaald uit het budget, zal behoren (hier/hier + hier).

Zo kan dat ‘afbakenen’ leiden tot uitstel. Met mogelijke consequenties op termijn, bijvoorbeeld verwaarlozing (voorbeeld) of verlies van eigenwaarde. Zorgvragen vanuit systeemdenken classificeren en aan deze vragen van jeugdigen/ouder(s) een waardeoordeel toekennen, lijkt mij sowieso niet de juiste benadering. De hulpvraag is namelijk altijd goed, het zorgantwoord helaas niet altijd.

Laat de rechtmatigheid van de vraag bij de zorgvrager, houdt de ‘open norm’ dan ook open. Vandaar het blijven hameren op inzet van een sterk multidisciplinaire basis via basiszorg en SLT. De eerste klap als ‘passende interventiezorg’ is een daalder waard. Met een snelle en kwalitatieve goede interventie hoeft de gemiddelde trajectduur van jeugdzorg, zoals nu, echt geen 403 dagen te duren. Als onderdeel van de ‘reikwijdte’ is verder de aanbeveling om jongeren die hulp hebben op de leeftijd van 18 jaar, met noodzaak van continuering, voor hen wie dat willen (rechtspositie!) tot hun 21ste in jeugdzorg te houden.

Als daadwerkelijk de kern van het wetsvoorstel Reikwijdte de verplichting is (Kamerbrief, 13 juni 2025) “dat iedere gemeente een stevig lokaal team heeft, waar inwoners laagdrempelig terecht kunnen met hun opgroei-, opvoedvragen en vragen over mentale gezondheid en ook zelf hulp kunnen bieden”, dan kan dit toch ook geregeld worden via een AMvB bij al bestaande wetten, zoals Jeugdwet en Wet beschikbaarheid jeugdzorg?

Maar ja, in een latere Kamerbrief (Kamerbrief, 27 januari 2026) wordt over het wetsvoorstel reikwijdte gesteld “dat het aantal individuele maatwerktrajecten als zodanig nadrukkelijker moet afnemen” en “we verkennen de mogelijkheid om te komen tot een betere sturing op het macrobudget voor jeugdhulp.” Een vaker toegepaste top-down beleidsreflex (blog/blog/blog), want in dezelfde Kamerbrief wordt naast ‘budgetsturing’ ook (weer) gemeld de plicht van hulp geven die de gemeente heeft. Echter de volgorde van het 8 stappenplan ligt vast: éérst de inhoud, dán de vorm/organisatie, dan (pas) de berekening van kosten. Zoals nu geformuleerd kan de twist tussen centrale en decentrale overheid, het systeem boven het kind stellend, eindeloos doorgaan, opgeleukt met veel rapporten en papier.

Opnieuw een voorbeeld waarbij de centrale overheid (met relatief veel beleidsinstrumenten) het budget bepaalt (stap 5), maar zonder inzichtelijke en gepubliceerde kostenberekening de verantwoordelijkheid van uitvoering snel doorschuift naar een ander, hier de gemeenten (met relatief weinig beleidsinstrumenten).

Maar ja, de overheid (hier), dat zijn wij zelf toch?

Het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (3), nog liggend bij de Tweede Kamer, stelt voorwaarden aan integere bedrijfsvoering en winstuitkering. De nieuwe wet bepaalt dat jeugdhulpaanbieders, niet zijnde een solistisch werkende jeugdhulpverlener, en gecertificeerde instellingen – die niet vallen onder artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg – zich jaarlijks met een jaarverantwoording verantwoorden. Deze wet is recent in een andere blog besproken (blog).

Het wetsvoorstel aanpak meervoudig problematiek sociaal domein (Wams) (4) moet zorgen voor een meer integrale en gecoördineerde aanpak van meervoudige (jeugd)problematiek in het sociale domein. Ook dit wetsvoorstel ligt nog steeds in de Tweede Kamer (hier).

*Stop met klagen over te hoge kosten bij jeugdzorg, maar bereken het budget

Het budget jeugdzorg schommelt rond de 8 miljard euro per jaar. Er was een tijd dat werd gesteld, dat elke euro geïnvesteerd in jeugd zich later dubbel en dwars terugverdiend (2012/hier). Tegenwoordig lees ik alleen maar klaagverhalen vanuit de politiek over de kosten. Stop daarmee! En standaardiseer (hier) en bereken kosten van noodzakelijke jeugdzorg (stap 5 in het uitvoeringsplan), indexeer, maak vervolgens een meerjarig financieel kader en maak een fatsoenlijke risicodeling tussen de centrale en decentrale overheid. Dat laatste is nodig omdat elke gemeente zelf beslist (trouwens, hoe lang nog??) welk deel van de in het gemeentefonds gestort geld wordt besteed aan jeugdgezondheidszorg en welk deel gaat naar andere gemeentelijke taken (bron). Stop ook met tijdrovende aanbestedingstrajecten en open-houseconstructies, maar zorg voor publieke continuïteit met reële tarieven en ruimte voor innovatie en leren.

Daarnaast pak de excessen aan van niet-integere zorgaanbieders, zoals deze worden gemeld bij FTM of IGJ. Dat kan via twee wegen. Allereerst via toezichthouders als controleur van het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz/blog). De tweede weg betreft toetsing van de Raden van Toezicht die bij hun zorgaanbieders de publieke belangen mee moeten laten wegen “door sober om te gaan met de publieke en private middelen waaruit de zorg bekostigd wordt” (Governancecode Zorg 2022, hfst.1.3). Ofwel, hoe is het gesteld met het moreel kompas van de instelling (voorbeeld), als je behoort tot de groep van niet integere aanbieders (hier)? 

Dan wil het aankomende minderheidskabinet het plan doorzetten voor een eigen bijdrage in de jeugdzorg. Naast een bezuiniging van een half miljard euro (hier/hier/hier). Het staat nóch vermeld in het coalitieakkoord, nóch in de budgettaire bijlage. Een onverstandig besluit van het nieuwe kabinet want het vergroot de kansenongelijkheid en gezondheidsverschillen. Daarnaast is het mogelijk in strijd met Europese verdragen en Artikel 3 van het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind (hier/hier). Een verdrag waarin het recht van ieder kind is vastgelegd op bescherming en ondersteuning, ongeacht afkomst, sociale klasse of financiële situatie.

Tot slot

Als veel van wat zich bij jeugdzorg, wat betreft beleid, afspeelt bij gemeenten (zie plaatje onder titel, 3e kolom), dan zijn ook de volgende gemeenteraadsverkiezingen van belang: woensdag 18 maart 2026. Wie stemt, geeft mede richting hoe jeugdhulp zich gaat ontwikkelen.

Het slotwoord vandaag is voor mijn broer PCJM (Piet) Maes, gepensioneerd ontwikkelingspsycholoog. Hij deelt op mijn verzoek zijn inzicht over de huidige jeugdzorg en benoemt, zo is te lezen, andere items. Hij heeft zijn bijdrage de volgende titel gegeven.

Jeugdzorg vanuit opvoedings- en ontwikkelingsperspectief

Vooraf

Het coalitieakkoord over de jeugdzorg opent met de volzin: ‘Kinderen moeten in Nederland gezond, gelukkig en met een goede dosis weerbaarheid kunnen opgroeien.’

In deze zin ligt juist het woord opgesloten dat voor zo vele problemen onder kinderen en jeugdigen zorgt: ‘weerbaarheid’, i.c. gebrek aan weerbaarheid en dan gaat het hier vooral over mentale weerbaarheid.

Het staat buiten kijf dat de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren merkbaar is afgenomen (denk bijvoorbeeld aan de uitkomsten van de Gezondheidsmonitor van GGD/RIVM). Eenduidige verklaringen hiervoor zijn niet voorhanden: over de volle linie zullen opvoedingskenmerken, gezinsomstandigheden en omgevingsfactoren hierbij alle een rol spelen.

In deze bijdrage proberen we een beknopte analyse te presenteren van de antecedenten van deze afnemende weerbaarheid in de opvoeding en sociale omgeving van kinderen en jeugdigen. Het spreekt voor zich dat deze noodzakelijk is om de aanpak van de problemen onder de jongeren op zijn merites te kunnen beoordelen.

Opvoeding in gezinssituatie

We kunnen op z’n minst stellen dat de opvoedingsstijl door de loop der jaren is veranderd i.c. dat de autoritaire stijl in vele gevallen heeft plaats gemaakt voor een meer permissieve stijl van opvoeden. Alhoewel deze opvoedingsstijl zich kenmerkt door veel genegenheid en betrokkenheid zien we hier ook dat ouders weinig regels stellen en grenzen aangeven en daarom ook weinig corrigeren. Niet alleen onder deze opvoedingsstijl maar ook breder kunnen we waarnemen dat kinderen vaak te beschermend worden opgevoed, beschermend tegen de ‘boze buitenwereld, het dreigende gevaar of het ongemak’. Het was opmerkelijk om te waar te nemen hoe in de voorbije dagen kinderen in groten getale met de auto naar school werden gebracht, omdat er buiten wat sneeuw lag. Het is maar een eenvoudig voorbeeld, maar dergelijke voorbeelden dragen bepaald niet bij aan de ego sterkte van het kind. En laten we onze oren ook eens te luister leggen bij mentoren of coördinatoren leerlingenzorg in basis- en kaderafdelingen van het vmbo. Groeiende zorg bestaat er daar over de agressiviteit waarmee zij worden benaderd door ouders van leerlingen die op school om de een of andere reden een rode kaart hebben gekregen. In plaats van de leerling op zijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen, nemen de ouders het kind ‘in bescherming’ en ontnemen daarmee de leerling de noodzakelijke zelfreflectie op het eigen gedrag.

Een belangrijk kenmerk van de permissiviteit is ook dat ouders vaak te snel aan de wensen en verlangens van kinderen voldoen. Hieruit kunnen we ten minste twee belangrijke conclusies trekken. Uit de motivatietheorie weten we hoe belangrijk de z.g. ‘delay of gratification’ is. Het uitstel van de beloning of vervulling van de wens zet het kind aan zich in te spannen om het gewenste doel – een realistisch doel – te bereiken en bij het bereiken daarvan te ervaren dat het zelf verantwoordelijk is voor het behaalde resultaat. Het hoeft geen betoog hoe belangrijke dergelijke ervaringen zijn voor het opbouwen van zelfvertrouwen. Het achterwege blijven van de eigen inspanning voor het bereiken van het doel maakt ook, dat wanneer de vraag van buiten komt, deze al gauw als prestatiedruk wordt ervaren. Het kind heeft onvoldoende geleerd stapsgewijs het voorliggende probleem of de vraag te structureren. Deze stijl van opvoeden geeft het kind uiteindelijk niet de kans moeilijkheden te overwinnen en in het ontwikkelen van mentale weerbaarheid te groeien.

Uiteraard zijn de problemen waarmee jongeren vanuit de gezinssituatie te kampen hebben niet alleen terug te voeren op de gebrekkige opvoedingscompetentie van ouders en het pedagogisch klimaat in het gezinsleven. Naast deze categorie hebben jongeren die met problemen kampen in toenemende mate te maken met problemen thuis zoals (vecht)scheidingen en schulden. In tegenstelling tot de eerste categorie is deze doelgroep redelijk goed te identificeren en kan daarbij dan ook sneller adequate hulp worden ingezet.

Vorming vanuit de sociale omgeving

Zojuist hebben we betoogd hoe belangrijk het is dat kinderen leren en worden gestimuleerd realistische doelen te stellen voor zichzelf. In dat leerproces worden ze ook op basis van zelfreflectie gewapend tegen het stellen van onrealistische doelen, doelen die op dit moment niet haalbaar zijn. Hoe anders is de wereld waarmee vele sociale media hen confronteren. Daar lijkt succes op vele plaatsen met het grootste gemak te bereiken. Als dan de kritische zin ontbreekt kunnen dergelijke confrontaties al gauw leiden tot gevoelens van onzekerheid, onmacht en faalangst.

Het zijn niet alleen de sociale media in de omgeving die in een aantal opzichten niet bijdragen aan de mentale weerbaarheid van kinderen en jeugdigen. Zeker ook de problemen van onze samenleving kunnen een rol spelen in het leven van jongeren. De voorbeelden liggen voor het oprapen en we weten dat vele van deze problemen gevoelens van onzekerheid en machteloosheid kunnen oproepen, zeker in die gevallen waarin betrokkenen nog niet over de emotionele vaardigheden als mentale weerbaarheid beschikken om met die problemen om te gaan.

Ook de individualisering van onze samenleving laat onmiskenbaar zijn sporen achter in de ontwikkeling van kinderen. Hierbij valt met name te denken aan het wegvallen of verzwakken van sociale netwerken met vriendschap als belangrijk kenmerk. Steun vanuit de sociale omgeving of netwerken zijn van wezenlijk belang voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld.

Samenvattend

De bovenstaande analyse is verre van compleet, maar geeft wel richting aan de weg die we moeten gaan om te werken aan de versterking van de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren. Het vraagt dat aan de basis ouders, scholen en samenleving in onderlinge samenhang zich inzetten voor het versterken van deze weerbaarheid. Uitgangspunten daarbij dienen te zijn dat weerbaarheid wordt versterkt

  1. wanneer jongeren zich veilig voelen,
  2. uitgedaagd worden tot het bereiken van realistische doelen,
  3. aangemoedigd worden door de sociale omgeving en daar onderdeel van zijn en
  4. concrete vaardigheden leren om problemen op te lossen en te relativeren.

Biedt het coalitieakkoord voldoende uitzicht op verbetering?

Voordat we ingaan op deze vraag, ontkomen we er niet aan om ook nog eens terug te kijken naar wat we wel gedaan hebben om in de brede zin kinderen en jongeren met problemen tegemoet te komen. Het navrante van deze terugblik is dat hetgeen we wel gedaan hebben eerder de problemen heeft vergroot dan dat deze hebben bijgedragen aan verbetering van de situatie van onze kinderen en jongeren.

Tot het begin van deze eeuw hadden wij in Nederland vanaf de zeventiger jaren een dekkend netwerk van schooladviesdiensten. Rijksoverheid en gemeentelijke overheden sloten convenanten om deze organisaties te bekostigen. Met orthopedagogen, schoolmaatschappelijk werkers en schoolpsychologen waren deze organisaties in staat om aan de basis samen met ouders en scholen leerlingen met problemen tijdig te signaleren, diagnosticeren en passende handelingsplannen te leveren als instrumenten voor een adequate aanpak.

Overigens werd deze keten vaak ook versterkt door de inbreng van schoolartsen.

Niet alleen de individuele problematiek van leerlingen werd aangepakt, ook de voorlichting van ouders over opvoeden en opvoedingsvraagstukken kreeg ruime aandacht.

Dat alles is van het tapijt verdwenen. Deze organisaties moesten zo nodig commercieel gaan werken. Binnen de kortste tijd hielden verschillende organisaties het hoofd niet boven water. De rijksmiddelen voor deze werksoort gingen ten onder in de algemene middelen – niet geoormerkt – van de scholen en de gemeentelijke middelen verdampten volledig. Ruim honderd miljoen euro was hiermee gemoeid. Waar zijn deze middelen gebleven?

Gevolg van deze stelselwijziging is geweest dat voor veel ouders en scholen de weg naar bovenstaande expertise is afgesneden, dan wel nog beschikbaar in de private sfeer, maar in vele gevallen financieel niet meer is op te brengen. Jeugdzorg vanuit de lokale overheden heeft om meerdere redenen hier niet in kunnen voorzien.

In het coalitieakkoord wordt gesproken over een scherp onderscheid tussen 1. preventie, 2. lichte (opvoed)ondersteuning en 3. specialistische zorg. Lichte (opvoed)ondersteuning wordt niet meer gefinancierd en even later lezen we dat prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd. Kan er überhaupt nog wat afgebouwd worden is de vraag?

En hoe verhouden deze voornemens zich met een inzet op preventie door te investeren in programma’s op school ten einde vroegtijdige interventie te bewerkstelligen?

Er vindt meer sturing plaats op uitkomsten, zo lezen we verder, als of de problemen die we hier signaleerden geen uitkomsten zijn.

Het is zeker van belang dat de complexe jeugdzorg de volle aandacht verdient (categorie 3). Daar moet welhaast een stelselwijziging aan ten grondslag liggen. Druk op de beschikbare middelen is er ook doordat in vele gemeenten buitenproportioneel veel jeugdzorg gaat naar kinderen van ouders in scheiding. Deze problemen moeten volgens het coalitieakkoord in het sociaal domein terecht komen, maar dat biedt toch geen oplossing voor de druk op de gemeentelijke middelen. Hier wordt weer het systeem centraal gesteld in plaats van kinderen en jongeren die met problemen kampen.

Er blijft alle aanleiding ervoor te waken dat de zorg aan de voorkant verder verslapt. Voorkomen blijft nu eenmaal beter dan genezen. Willen kinderen in onze samenleving met een goede dosis weerbaarheid kunnen opgroeien (citaat uit het coalitieakkoord), dan zal het totale pakket van maatregelen moeten aantonen waarmee en waardoor we deze weerbaarheid verstevigen. Een stevige training tot opvoeden in weerbaarheid voor ouders en groeien in weerbaarheid voor kinderen en jeugdigen is hierbij het eerste dat moet opdoemen.

Tot zover. Piet, hartelijk dank voor je bijdrage.

Plaatje 1: (onder blogtitel) is afkomstig uit eigen docentmateriaal

Plaatje 2: uit Stand van de jeugdzorg 2025 (november 2025)

Plaatje 3: van website van de Zorgautoriteit

Eerdere blogs over jeugd, jeugdhulp en 10 jaar Jeugdwet

25.02.2014: De nieuwe Jeugdwet ziet het levenslicht (lange aanloop naar 2015…)

17.04.2017: Contractering bij decentralisatie: vastlopen in bureaucratie (en matige waardering)

08.06.2017: Kinderpsychiaters luiden de noodklok: zo kan het niet verder met de jeugd-GGZ

18.12.2017: Huisarts heeft verwijsrecht binnen de Jeugdwet (moet steeds herhaald worden…)

09.01.2018: Relatie opleidingsniveau en levensverwachting ongezond innig (risico lage SES)

05.02.2018: Evaluatie Jeugdwet vraagt snel om vervolgacties (trage transformatie na 3 jaar)

05.02.2018: Praktijkondersteuning huisartsenzorg is onmisbaar (o.a. jeugd-GGZ)

11.10.2018: De transformatie van de jeugdzorg: een magere tussenstand (alweer mager…)

10.11.2018: Alleen met interventies zijn problemen in achterstandswijken oplosbaar (verschillen)

07.12.2018: Maak ook bewegen en lichaamshouding van jeugd onderdeel van preventie

10.01.2019: Aanbevelingen voor betere uitvoering van Jeugdwet (aanbestedingswaanzin”)

26.01.2019: Modern functionerend wijkteam vraagt om andere randvoorwaarden (CPB/wijkteam)

12.02.2019: Financiering PO-jeugd valt onder twee wetten (Zvw: psyche en Jeugdwet: psychiatrie)

18.03.2019: Wachten op het wegwerken van wachtlijsten (zorginkoopplicht t.o.v. premiebetaler)

04.07.2019: Samenhang is ZINVOL: Zorgwetten + Inhoud + Nastreven + Voorwaarden + Organisatie + Logistiek

11.07.2019: Wordt onvrijwillige zorg straks wel vrijwillig gegeven? (hopelijk wel…, Wzd)

20.07.2019: Méér tijd voor patiënt: van incidenteel naar structureel (voor huisarts beschikbaar)

19.08.2019: Armoede, een weg te werken schandvlek (een voedingsbodem voor slecht ouderschap enz.)

02.09.2019: Wie de toekomst koestert, zet in op jeugd (zorgelijke punten bij jeugd)

12.11.2019: Les van Jeugdwet: van decentralisatie (weer) richting recentralisatie (goede weg terug)

27.12.2019: Financiële staat: vraag/antwoord (09) (GGZ, POH-GGZ, Jeugdwet, extra werk ANW)

26.05.2020: Inzet ondersteuner integreert jeugdzorg beter (multicausale problemen, in dienst gemeente)

09.07.2020: Preventie: een moeizame tocht van wieg tot graf (school, werk, thuis, ook sociaal)

07.09.2020: Voor beter aanbod gezonde kindervoeding is daadkracht nodig (Unicef-onderzoek)

18.03.2021: Ook passende jeugdzorg op zoek naar passende bekostiging (Jeugdwet + VNG/IGJ)

06.04.2021: Jeugd-GGZ: het kind van de rekening (noodklok JA, sector + VNG + gedupeerden)

29.04.2021: Met beide benen op de grond en de handen uit de mouwen (Jeugdwet-GGZ)

21.05.2021: Denktank Jeugdsprong presenteert kabinet nieuw advies over jeugdzorg (10 pnt)

15.03.2022: Reflectie op speerpunten zorgkoers kabinet Rutte IV (2) (Jeugdwet = speerpunt 9)

12.04.2022: Staatssecretaris: preventieeen tandje bijschakelen”, wat betekent dat? (kabinet!)

15.04.2022: Zet jeugdzorg op plek een, twee en drie (beleid: 5 basisprincipes + 5W1H uitvoering)

01.11.2022: Inspirerende artsen (09): Nico van der Lely (jeugd en alcohol + poli’s)

11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio)

21.09.2023: Inspirerende artsen (10): Anita Vreugdenhil

09.11.2023: Informatie Schijf van Vijf blijft nuttiger dan hernieuwde Nutri-Score (tbv gezondheid)

28.05.2024: Onderzoeksresultaten vapen bij jongeren moet politiek wakker schudden (gifstof)

22.10.2024: Een vuiltje aan de lucht (over luchtkwaliteit, nieuwe EU-normen conform WHO)

29.10.2024: Een regionaal samenwerkingsverband eerste lijn: wens of noodzaak? (ELZ-RESV)

05.11.2024: Fietsen is gezond, vooral op een gewone fiets (37% fietsslachtoffers rijdt een e-bike)

18.11.2024: De Jeugdwet bestaat 10 jaar. En nu? (Hoe verder na wetgeving, rapporten en HAJ?)

11.12.2024: Gezondheidsbescherming jeugd tegen nicotineschade: nu of nooit (TK/Nicotinee)

13.01.2025: Hoe voorkomt het kabinet bij jeugdzorgbeleid herhaling van zetten? (deskund.cie.)

03.02.2025: Beleid jeugdzorg betiteld als “sturen in de mist…” (cie.v Ark op HAJ, 5-hoek + €€€)

17.04.2025: Volgende stap: grondige renovatie Jeugdwet (interdepartementaal/integraal)

20.02.2026: Meer zorg, minder overzicht…, maar integrale jeugdzorg begint… dichterbij (1)

 

Vragen of opmerkingen?