Wachten op zorg binnen de GGZ is nog steeds een groot probleem nu is gebleken dat het aantal mensen dat wacht op professionele mentale zorg én de gemiddelde wachttijden in 2025 beiden opnieuw zijn gestegen (hier). Meer dan de helft van de ruim 100.000 mensen wacht langer dan de afgesproken maximale veertien weken van de Treeknorm. Dit aantal is het afgelopen jaar met 35 procent gestegen (Analyse MIND/Radar, 16 februari 2026 + al eerder).

Onveranderd is ook het feit dat nog steeds juist de mensen die specialistische GGZ (S-GGZ) nodig hebben, c.q. de meest kwetsbaren (EPA + Vektis Factsheet EPA, 16 januari 2026) ook wel geduid als “complexe GGZ”, het langst moeten wachten (hier + vergelijk blog, 2019).

Begin deze maand rapporteerde het CBS over ontwikkelingen in fysieke en psychische gezondheid in Nederland (CBS, 5 maart 2026), waarbij het aandeel mensen met een minder goede psychische gezondheid is toegenomen van 11 procent in 2001 tot 18 procent in 2024. Een toename die vooral wordt gezien in de jongere leeftijdsgroepen tussen de 18 en 45 jaar.

Of deze bevinding in negatieve zin bij gaat dragen aan wachtlijsten, kan ik niet beoordelen. Maar dat het bij gaat dragen aan het opheffen van de actuele kloof tussen GGZ-vragen en GGZ-aanbod lijkt onwaarschijnlijk.

In twee blogs wordt geprobeerd een actueel toestandsbeeld te schetsen van wachten in de GGZ. Eerder al deel I (blog, 17 maart 2026) met 3 items, vandaag deel II met item 4.

Item 4: wachten op GGZ-hulp: voor de overheid als centraal beleidsregisseur

De centrale overheid heeft via IZA/AZWA actieve bemoeienis gehad met oprichting van al eerdergenoemdementaal gezondheidsnetwerken (MGN) als duurzaam regionaal samenwerkingsverband tussen sociaal domein, huisartsen en GGZ. Met het verkennend gesprek (hier) moet inzichtelijk worden gemaakt of er een correlatie bestaat tussen enerzijds mentale klachten en anderzijds somatische en functionele klachten en geconstateerde sociale problematiek. Decennialang is al bekend dat mentale gezondheid onder druk komt te staan bij schulden, leefstijlfactoren zoals onvoldoende slaap, overmatig middelengebruik en factoren in iemands woon-, leef-, werk-, onderwijsomgeving alsmede maatschappelijke en (geo)politieke ontwikkelingen en crises (IBO, determinanten, pg.33).

De potentiële vraag naar GGZ is daarnaast veel groter dan de werkelijke vraag, waarbij nog geen vijfde van de mensen met een psychische aandoening gebruik maakt van de GGZ (voorbeeld/voorbeeld).

Verder zorgen psychische klachten voor maatschappelijke kosten van naar schatting 17 tot 51 miljard euro per jaar (IBO, pg.6). Het grootste deel van deze kosten is gerelateerd aan productiviteitsverlies en verzuim op de arbeidsmarkt.

Falende systeemwerking (1); inefficiënte bekostiging cruciale GGZ (2); opgelegde contracten (3)

(1). Zowel de introductie van marktwerking als de systeemrol hierbij van zorgverzekeraars zijn per 2006 bepaald door de centrale overheid (blog/blog/blog). Nu de marktwerking faalt (hier) en risicoverevening niet kan zorgdragen voor een fatsoenlijk GGZ-budget om passende zorg te regelen (blog) voor patiënten die het meest afhankelijk zijn van hulp, moet juist nu de centrale overheid ingrijpen en de machtsverhoudingen in de keten op passende wijze herstellen.

Want juist de geroemde risicoverevening werkt vooral niet goed voor de zware GGZ, waaronder de bijna 220.000 EPA-patiënten. Marktwerking in de GGZ heeft vervolgens geleid tot een enorme drukte aan de voorkant van het netwerk, inclusief commerciële(re) praktijken (hier). Zolang verzekerden met hoge GGZ-kosten voor verzekeraars gemiddeld onder gecompenseerd worden en verzekeraars zonder of met lage GGZ-kosten gemiddeld overgecompenseerd worden, zal binnen het huidige stelsel de inkoop niet veranderen (blog). Dan krijgt de lichtere basis-GGZ extra ‘aandacht’, waarbij (citaat, 2025) “de lichte GGZ-zorg de zware zorg kannibaliseert”.

(2). Ondertussen poogt de Zorgautoriteit als zelfstandig bestuursorgaan met een routekaart een nieuwe bekostiging te formuleren per 2028 voor de zogenaamde ‘cruciale GGZ’ (hier/hier), zijnde de High Intensive Care (HIC) en Intensive Home Treatment (IHT). Momenteel worden HIC en IHT grotendeels ingekocht via reguliere prestaties binnen het zorgprestatiemodel (ZPM, 2022 + 2026) en voor een kleiner deel via de budgetbekostiging voor de acute GGZ. Voorlopig lijken noch de verzekeraars (hier) noch de Nederlandse GGZ(hier/hier) als brancheorganisatie van 100 GGZ-aanbieders akkoord, hoewel de tijd dringt (hier/hier/hier).

Ook de Zorgautoriteit zelf twijfelt of budgetbekostiging wel de juiste oplossing is voor de cruciale GGZ en/of de twijfel of nadien de bereikbaarheid van de cruciale GGZ zal verbeteren. De uitkomst van deze bekostiging is dus nog onzeker, zeker gezien de eerdere afbouw van intramurale capaciteit (-70%?) zonder afdoende opbouw van ambulante capaciteit (hierhier) naast het op zorg laten wachten, of weigeren, van patiënten met voor de instelling te hoge risico’s.

Maar eigenlijk is niet bekend wat precies onder ‘cruciaal’ valt (stap 3, zie IBO, pg.15) en dus is ook niet bekend hoe dan de organisatie (stap 4) met welk budget kan worden gefinancierd (stap 5). Dan heeft een uitspraak of advies over een zinvolle ‘bekostiging’ (stap 6) ook geen zin. Met meteen de vervolgvraag of AZWA (tekst) de eigen doelstelling kan waarmaken dat per 2028 de wachttijden voor de (cruciale) GGZ binnen de Treeknorm gaan vallen (hier)?

(3). Een derde groot probleem in het uitvoeringsplan zijn de opgelegde contracten (stap 8) met blokkades en gemaximeerde inkoopkaders. Met inmiddels een kralensnoer aan rechtszaken over de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg (blog). Het aandeel niet gecontracteerde zorg wordt in 2024 geschat op 6,8% van de totale zorgkosten (bron).

Verzekeraars hebben over de rug van op zorg wachtende burgers (wachten!) hun zorginkoop (hier) met resultaatverplichting verzaakt door niet-gecontracteerde zorg min of meer te criminaliseren.

Onder andere door te wijzen op ‘personeelstekort’ in de sector, terwijl in werkelijkheid gecertificeerde en professionele GGZ-zorgverleners klaar staan, maar geen contract van verzekeraars kregen aangeboden. Deze ongezonde situatie op de zorginkoopmarkt heeft veel te lang doorgewoekerd, beter gezegd door kúnnen woekeren.

Macrokosten GGZ

De huidige verwachte GGZ-kosten worden voor 2025 geschat op 5,9 miljard euro (hier), de samengestelde jaarlijkse kostengroei GGZ van 2021 tot en met 2025 bedraagt bovengemiddeld ongeveer 19,33% (hier + blog, 26 januari 2026 + IBO, pg.7). Daar waar bv. in 2025 de gemiddelde kosten van de Zorgverzekeringswet met 6,1% stegen en die van de Wet langdurige zorg met 7,6% (hier). Maar bij Vektis (Factsheet Excel, blad 2: “kosten”, 15 januari 2026) is goed te zien hoe er vooraf tussen 2016 tot en met 2018 in de GGZ is bezuinigd (+ 2020/hier).

Interdepartementaal beleidscommissie (IBO)

Een IBO in opdracht van het kabinet onder leiding van een ACM-bestuurder heeft de afgelopen tijd de GGZ-situatie in Nederland onderzocht en daarover het rapport “Uit balans – IBO mentale gezondheid en GGZ”gepresenteerd (IBO, 30 september 2025). Het rapport van 143 pagina’s presenteert een fundamentele analyse over GGZ en jeugdzorg (hier).

IBO: generiek

Bij uitvoering van een IBO gelden spelregels (hier). Het ministerie van Financiën coördineert het IBO-proces en publiceert de taakopdrachten die in de Ministerraad zijn vastgesteld als bijlage bij de Miljoenennota (hier). Het IBO wordt dus ingezet in opdracht van het kabinet om op een onafhankelijke, ambtelijke wijze beleidsopties te ontwikkelen voor complexe en belangrijke maatschappelijke vraagstukken. De GGZ als vraagstuk wat het label complex en belangrijk zeker mag dragen.

IBO: specifiek GGZ

In het IBO over de GGZ worden vier kernoorzaken geïdentificeerd die leiden tot de problemen in het mentale gezondheidsbeleid binnen het stelsel van ondersteuning en zorg voor mensen met psychische problematiek (IBO, pg.65-82). De titel “uit balans” is van toepassing op zowel de verslechtering van de mentale gezondheid in Nederland als de vaststelling dat het huidige stelsel van ondersteuning en zorg onhoudbaar is. De toegankelijkheid staat onder druk vanwege oplopende wachttijden, de kwaliteit van aanbod is voor mensen met een complexe zorgvraag onvoldoende passend en wat betreft de betaalbaarheid wordt vastgesteld dat de GGZ-uitgaven harder groeien dan verwacht en harder dan in andere zorgsectoren. In een plaatje zichtbaar gemaakt…

Plaatje 5: schematische weergave problemen, kernoorzaken en bouwblokken (IBO, pg.7)

 

De vier bouwblokken (voorkomen, prioriteren, sturen en verbreden) komen als beleidsopties uitgebreid aan bod (IBO, pg.84-103). Deze opties komen tot stand na de vaststelling dat psychische problematiek afhankelijk is van de persoonlijke context en een onvoorspelbaar beloop kan hebben. De vaststelling dat een primair medische benadering vaak te beperkt is en soms niet nodig is, is een no-brainer (bv. blog, 2019). De weg naar het sociaal domein/maatschappelijk werk is echter te lang afgesloten geweest door bezuinigingen. Een mentaal, sociaal, functioneel probleem eindigt altijd met een somatische uiting bij de dokter als het niet tijdig elders op de juiste plek wordt opgepakt of kan worden opgepakt. De woorden “beleidsmatig gecreëerde ontregeling” lijken me dan ook voor de GGZ passender dan het woord “medicalisering”.

Als in IBO wordt vastgesteld dat met name jongere generaties relatief veel gebruik van GGZ-hulp maken en daarnaast het gebruik van S-GGZ bij jongeren het hardst groeien, dan is bij ‘beleidsoptie’ voorkomen (preventie!) alleréérst goede jeugdzorg belangrijk (blog/blog).

Plaatje 6: Uit balans: IBO mentale gezondheid en GGZ (IBO, pg.5)

 

“Bij drie van de vier beleidsopties wordt gewezen op de overweging het zorgstelsel fundamenteel te hervormen”

Met bouwblok ‘prioriteren’ wordt gepoogd de vraag naar GGZ te begrenzen en de vraag te verplaatsen naar hulpaanbod buiten de zorg. De beleidsoptie ‘sturen’ richt zich op de totstandkoming van het juiste aanbod voor mensen met ernstige psychische problematiek.

‘Verbreden’ richt zich op het faciliteren en verplichten van onderlinge samenwerking in de domein en zorg en welzijn.

Bij drie van de vier beleidsopties wordt gewezen op de overweging het zorgstelsel fundamenteel te hervormen. Er zijn vervolgens 5 denkrichtingen voor een fundamentele hervorming van het zorgstelsel, waarbij in ieder geval de inkoop van zorg voor mensen met ernstige psychische problematiek moet worden herzien, door de concurrentie in de inkoop in de huidige vorm weg te nemen (IBO, pg.88-91 en pg.101).

Het IBO heeft drie pakketten (IBO, pg.91-101) in de aanbieding (budgetneutraal, besparing en intensivering) om deze hervorming van het stelsel nader uit te werken. Elk pakket grijpt in op de vier geconstateerde kernoorzaken van de problemen in de GGZ, genoemd in de probleemanalyse.

Voor verder commentaar en duiding, deels met betrekking op IBO, verwijs ik naar drie zeer zinvolle bijdragen elders over de GGZ  (Z&I, 28 augustus 2025 + Z&I, 27 november 2025 en Z&I, 11 maart 2026).

Slotwoord

Het eerste inzicht nu is dat de wachttijd in de GGZ geen toeval is, zeker nu het IBO zich zo duidelijk heeft uitgesproken, maar het symptoom van een systeemprobleem. Om ondersteuning en zorg bij psychische klachten te verbeteren wordt (IBO, pg.10) een fundamentele hervorming van het stelsel overwogen.

De bal ligt nu op het bord van de wetgever. Dit zijn niet de 20 AZWA-partijen, maar de interdepartementale centrale overheid met haar toezichthouders, waaronder VWS.

Daarom is het slotwoord over de GGZ nu aan de centrale overheid. Met citaten achtereenvolgens uit het coalitieakkoord (1), uit de recente begrotingsbehandeling VWS (2) en uit de Kamerbrief over Inbreng schriftelijk overleg Verzamelbrief curatieve GGZ (3).  

(1). Coalitieakkoord “Aan de Slag”, 30 januari 2026, GGZ-paragraaf, pg.55

Geestelijke gezondheidszorg

Mentale problemen horen bij het leven en vragen om steun van familie, vrienden, op school, op het werk of in de wijk. Niet alles hoeft meteen zorg te zijn. Voor wie gespecialiseerde zorg nodig heeft, moet die er ook echt zijn. Niemand wil vastlopen met psychische klachten en maanden moeten wachten op passende hulp. Dat vraagt om meer samenhang en samenwerking, zodat mensen niet verdwalen tussen verschillende wetten, regelingen en loketten. Dit willen we doen:

•We zetten in op preventie van mentale problemen van jongeren en volwassenen. We willen vroege interventie en voorkomen dat problemen te zwaar worden. We investeren in programma’s op school, het werk en in de wijk om mentale veerkracht te versterken. Hervormen van de financiering en organisatie van de GGZ, zodat er capaciteit in menskracht en budget komt voor complexe zorg. Prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd er vindt meer sturing plaats op uitkomsten.

•Meer centrale regie over de verschillende wetten zodat mensen niet tussen wal en schip vallen als ze van de ene naar de andere wet overgaan, bijvoorbeeld als ze volwassen worden. Om beter te kunnen prioriteren, blijven we inzetten op het verkrijgen van inzicht in de zorgvraag.

We willen dat vaker bemoeizorg wordt aangeboden bij mensen die zorg mijden of onbegrepen gedrag vertonen, ook om de politie te ontlasten.

Om bovenstaande hervormingen te realiseren, maken we werk van ‘Werken in de zorg’, ‘Goede gegevensuitwisseling en slimme inzet van technologie’ en ‘Geld voor zorg naar zorg’. 

(2). Uit de begrotingsbehandeling VWS, met Tweede Kamer, 4 maart 2026

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over Casus Jeffrey ggz/ervaringsdeskundigen: wachttijden ggz zijn opnieuw opgelopen, de wachttijden zijn het langst bij specialistische ggz. Het financieel plaatje van snoeiharde bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid staat haaks op mooie woorden in het regeerakkoord over gespecialiseerde zorg en preventie. Kan de minister uitleggen hoe deze twee dingen samengaan?

Het kabinet neemt de zorgen van de Kamer mee in de uitwerking van de opgave Mentale Gezondheid en GGZ. Het uitgangspunt is hierbij dat iedereen die het nodig heeft passende zorg en ondersteuning krijgt. In 2025 is een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) over Mentale Gezondheid en GGZ aan de Kamer aangeboden. In dit IBO is een uitgebreide analyse opgesteld over de knelpunten en problemen in de GGZ, maar is ook een breed palet aan oplossingsrichtingen voorgesteld. Het kabinet werkt aan een concrete aanpak Mentale Gezondheid en GGZ en zal daarbij het IBO betrekken. Het streven is om in het vierde kwartaal van 2026 de Kamer hierover te informeren. Deze aanpak is aanvullend op het lopende beleid, zoals de afspraken die zijn gemaakt in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) over bijvoorbeeld het aanpakken van de wachtlijsten, het verbeteren van de toegankelijkheid door groepsbehandeling en de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein.

———————————————————————————————————————

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over stress. Erkent de minister dat de ggz-plannen ertoe kunnen leiden dat meer mensen ggz-hulp nodig hebben?

Het kabinet heeft begrip voor de zorgen van de Kamer over mensen die (financiële) stress en/of mentale gezondheidsklachten ervaren. In de analyse van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Mentale Gezondheid en GGZ is opgenomen dat dit soort stress kan leiden tot mentale klachten. Als onderdeel van de voorgenomen hervormingen geeft het kabinet dan ook aandacht aan kwetsbare groepen en de effecten van het beleid, en daarom zijn in het coalitieakkoord afspraken gemaakt om de knelpunten in de GGZ aan te pakken. Het kabinet werkt aan een concrete aanpak Mentale Gezondheid en GGZ en zal daarbij het IBO betrekken. Het streven is om in het vierde kwartaal van 2026 de Kamer hierover te informeren.

——————————————————————————————————————-

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Dobbe (SP) over of de minister bereid is om de aanbevelingen IBO GGZ op te volgen en marktwerking te verminderen.

In 2025 is een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) over Mentale Gezondheid en GGZ aan de Kamer aangeboden. In dit IBO is een uitgebreide analyse opgesteld over de knelpunten en problemen in de GGZ en is ook een breed palet aan oplossingsrichtingen voorgesteld. Eén van de beleidsopties in het IBO is het (fundamenteel) hervormen van het stelsel, door bijvoorbeeld de inkoop en financiering te centraliseren.

Er vindt een verkenning plaats naar de invoering van budgetbekostiging voor de High & Intensive Care (HIC) en de Intensive Home Treatment (IHT) binnen de geestelijke gezondheidszorg. Het kabinet werkt aan een concrete aanpak Mentale Gezondheid en GGZ en zal daarbij het IBO betrekken. Het streven is om in het vierde kwartaal van 2026 de Kamer hierover te informeren.

——————————————————————————————————————–

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over Specialistische ggz: kunt u uitleggen waarom de NZa stopt met het analyseren van wachtlijstgegevens?

Betrouwbare wachttijdinformatie is essentieel om de toegankelijkheid van de ggz te verbeteren. Daarom zijn in het IZA en AZWA afspraken gemaakt over het verbeteren van het inzicht in prospectieve (vooruitkijkend) en retrospectieve (terugkijkend) wachttijdinformatie in de ggz. Sinds 1 januari 2026 is gestart met een nieuwe werkwijze om beter zicht te krijgen op retrospectieve wachttijdinformatie. Deze nieuwe werkwijze – die gefaseerd wordt ingevoerd – houdt in dat wachttijden niet meer (handmatig) aangeleverd hoeven te worden via het Zorgbeeldportaal van de NZa, maar automatisch uit de declaratiedata gehaald kunnen worden. Dit zorgt voor betrouwbaardere en completere informatie over wachttijden en verlaagt de administratieve lasten voor zorgaanbieders. De NZa heeft zeer recent een nieuw dashboard gelanceerd met informatie over de wachttijden in de ggz (http://www.zichtopzorgaanbieders.nl/).

———————————————————————————————————————

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Coenradie (JA21) over signalen dat zorgverzekeraars een zeer machtige positie hebben in het zorglandschap en soms zelfs richting ministeries. Is dit in balans? Hoe wordt er gereflecteerd op dit signaal m.b.t. evenwicht bij belangrijke beleids- en systeembesprekingen?

Het kabinet zet met een divers pakket van maatregelen in op het versterken van de beweging van passende zorg, waarbij zowel zorgaanbieders, professionals, patiënten, zorgverzekeraars en de overheid hierin een verantwoordelijkheid moeten nemen. Het kabinet zet erop in dat zorgverzekeraars meer ruimte én verantwoordelijkheid krijgen om te sturen op passende zorg. Dit is nodig om te zorgen dat passende zorg de norm wordt en de zorg ook in de toekomst toegankelijk blijft. De overheid krijgt daarbij een meer sturende rol op het zorglandschap van de toekomst, met meer regie op spreiding en concentratie en indien nodig strengere eisen aan vergunningverlening. Bij de uitwerking van de maatregelen wordt de rol van de overheid en van zorgverzekeraars in samenhang bezien, zodat dit in balans is. Het ministerie van VWS onderhoudt daarnaast reguliere contacten met zorgverzekeraars, net zoals VWS dat doet met andere partijen in het stelsel. Dat past bij hun wettelijke rol binnen het zorgstelsel en draagt bij aan een goed functionerende en toegankelijke zorg. In het kader van de zorgakkoorden, waaronder het IZA en het AZWA, zitten zorgverzekeraars nadrukkelijk samen met zorgaanbieders, zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en andere betrokken partijen aan tafel. Deze akkoorden zijn juist bedoeld om in gezamenlijkheid richting te geven aan de toekomst van de zorg. Naast deze brede overleggen spreekt het ministerie van VWS zorgverzekeraars, net als andere veldpartijen, ook één-op-één. Datzelfde geldt voor (vertegenwoordigers van) zorgaanbieders, beroepsgroepen en patiënten. Dit is gebruikelijk binnen een stelsel waarin verschillende partijen eigen verantwoordelijkheden hebben. Het kabinet weegt alle inbreng zorgvuldig en onafhankelijk. Beleid komt niet tot stand op basis van de opvattingen van één partij, maar op basis van gesprekken met een brede groep stakeholders en met het publieke belang als leidend uitgangspunt.

———————————————————————————————————————

Antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de vraag van het Kamerlid Poortman (CDA) over hoe het staat met de staatscommissie voor de toekomst van de zorg en wanneer we een voorstel tegemoet mogen zien komen dat daar invulling aan geeft.

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord vermeld dat op kortetermijnmaatregelen worden genomen om de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van ons zorgstelsel te verbeteren. Ook is opgenomen dat voor de lange termijn de staatscommissie zorg aanbevelingen zal doen over meer hervormingen voor een financieel houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte. Het kabinet streeft ernaar de Kamer in het tweede kwartaal van 2026 een voorstel te doen dat daar invulling aan geeft.

(3). Inbreng schriftelijk overleg Verzamelbrief curatieve GGZ, Kamerbrief VWS, 9 maart 2026 (bijdrage over omzetplafonds)

Minister: “In de GGZ is sprake van een structureel grotere vraag naar zorg dan dat er aanbod beschikbaar is. Alle partijen binnen het stelsel hebben daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de schaarse middelen goed in te zetten en daarmee de toegankelijkheid van de ggz te verbeteren, in het bijzonder voor mensen met ernstige en complexe psychische problematiek. Sturingsinstrumenten van zorgverzekeraars, zoals omzetplafonds, kunnen hierbij een rol spelen. Om te zorgen voor de verschuiving van lichte naar zwaardere, complexere zorg, is het vereist dat omzetplafonds meer gericht en effectiever worden ingezet. Het uitgangspunt blijft dat iedereen recht heeft op tijdige en passende GGZ, en dat er daarbij in het bijzonder voldoende ruimte is voor cliënten met complexe zorgvragen. Zorgverzekeraars geven aan dat er voor een verbetering bepaalde randvoorwaarden aanwezig moeten zijn op het gebied van informatie, kwaliteit en aanspraken. Omzetplafonds zijn één van de sturingsinstrumenten, maar mogen uiteraard geen belemmering vormen voor de toegang tot zorg of voor de inzet van effectieve of innovatieve behandelvormen.  Ook wordt gekeken naar alternatieve sturingsmechanismen. Dit wordt verwerkt in het spoorboek, samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders opgezet, waarover de Kamer in het tweede kwartaal van 2026 wordt geïnformeerd. Opstellen spoorboek om enerzijds de afhankelijkheid van omzetplafonds in de contractering te verkleinen en anderzijds de sturing door zorgverzekeraars op de gewenste beweging van lichte naar zwaardere GGZ te versterken. De NZa heeft eveneens aangekondigd de komende periode haar toezicht op de cruciale GGZ  te intensiveren.

Een volledige afschaffing van de omzetplafonds zou de risico’s vergroten dat de beschikbare financiële ruimte sneller wordt opgebruikt en de toegankelijkheid voor patiënten die complexe GGZ zorg nodig hebben wordt verminderd.

NB:

Plaatje 1: (onder blogtitel) komt van IBO (voorpagina rapport)

Plaatje 2: Vektis (GGZ Excellijst, werkblad ‘patienten’)

Plaatje 3: Vektis (GGZ Excellijst, werkblad ‘diagnosen’)

Plaatje 4: Uitvoeringsplan met 8 stappen (eigen docentmateriaal)

Plaatje 5: IBO, pg.7

Plaatje 6: IBO, pg.5

Eerdere relevante blogs over de GGZ

06.09.2013: De GGZ-akker is omgeploegd en opnieuw ingezaaid (3 echelons per 2014: nieuw!)

19.02.2014: Het werkgeversrisico bij inzet POH-GGZ komt steeds beter in beeld

08.06.2017: Kinderpsychiaters luiden de noodklok: zo kan het niet verder met de jeugd-GGZ

05.07.2017: Financiering POH-GGZ: koekoeksjong of zangvogel? (tekortschietende financiering)

08.08.2017: Snelle oplossing van knelpunten in GGZ is noodzakelijk (worden juist niet aangepakt)

02.01.2018: Ook bij verwarde personen is persoonsgerichte zorg nodig (wijk en 6 dimensies)

15.01.2018: Substitutie (verplaatsen van zorg met ZINVOL-criteria, ook GGZ)

22.01.2018: Niet alles kan thuis (Wvggz onvrijwillige zorg niet thuis)

05.02.2018: Evaluatie Jeugdwet vraagt snel om vervolgacties (rapport met 20 aanbevelingen, jeugd GGZ)

05.02.2018: Praktijkondersteuning huisartsenzorg is onmisbaar (hier praktijkondersteuning GGZ)

31.05.2018: Grip op verwardheid vraagt om grip op uitvoering van zorg (niet altijd GGZ…)

27.06.2018: GGZ-perikelen met impact, ook voor de huisarts (extra druk op eerste echelon)

20.08.2018: Het waardegericht kunnen inkopen van zorg is een illusie (wie bepaalt wat waarde is?)

06.11.2018: Hoe in de GGZ de kloof te dichten tussen vraag en aanbod? (druk en drukker…)

21.01.2019: Welke hulp valt er in 2019 onder de GGZ? (Balie debat: Publieke GGZ, moet worden erkend)

12.02.2019: Financiering POH-jeugd valt onder twee wetten (Zvw:psyche en Jeugdwet psychiatrie)

19.03.2019: Wachten op het wegwerken van wachtlijsten (Treeknorm GGZ 4 weken en zorgplicht)

27.04.2019: De nieuwe K van kwaliteit (context is bijna alles met 6 dimensies)

11.07.2019: Wordt onvrijwillige zorg (Wzd) straks wel vrijwillig gegeven?? (hopelijk wel…)

20.07.2019: Méér tijd voor patiënt: van incidenteel naar structureel (volumestijging bij POH-GGZ)

14.08.2019: Betere GGZ: verleg zwaartepunt van poldertafel naar werkvloer (kleinschalige organisatie)

28.09.2019: Wet zorg en dwang na jaren van discussie nu wel heel dichtbij (dubieuze taakverdeling)

14.11.2019: Ook wat betreft invoeringsproblemen gaan Wzd en Wvggz hand in hand (2020!)

08.12.2019: Contouren van een nieuwe GGZ (1): de inhoud (persoonsgericht in de context)

11.12.2019: Contouren van een nieuwe GGZ (2): de organisatie, inkoop en financiën) (totaal)

27.12.2019: Financiële staat: vraag/antwoord (09) (GGZ, POH-GGZ, Jeugdwet, extra werk ANW)

29.07.2020: Zonder GGZ-vraag geen goed aanbod en/of bekostiging (vraaggestuurd, tijdig + 5 stappen)

09.09.2020: Bekostiging passende zorg in beweging: de GGZ (1) (zorgvraagtypering + cluster – context)

14.12.2020: Zorgplicht zorgverzekeraar is primair een resultaatverplichting (NZa met plichten ZV)

21.12.2020: Spannend jaar toekomstig (POH-)GGZ-werk in huisartsenpraktijk (register/Wlz/kosten)

29.03.2021: Handhaving inkoopplicht zorgverzekeraars moet na 15 jaar nog beginnen (NZa)

14.02.2022: Zorgplicht impliceert juiste inkoop van voldoende zorg (1) (tijdig, wet, ZV, rol IGJ, NZa)

16.02.2022: Zorgplicht impliceert juiste inkoop van voldoende zorg (2) (tijdig, wet, ZV, rol IGJ, NZa)

17.03.2022: Reflectie op speerpunten zorgkoers kabinet Rutte IV (3) (GGZ = speerpunt 12)

25.04.2022: GGZ: oude problemen, nieuwe bekostiging (ZPM, impact netwerk, transitieprobleem)

18.08.2022: Zorgplicht zorgverzekeraars blijft een (te) vaag omschreven begrip (plicht à “samen”)

26.04.2023: Laat rechter spreken over status wachtenden in GGZ (84.000, Treeknorm, verevening)

23.11.2023: Incomplete risicoverevening heeft grote impact op zorg (te complex/26->1 ZV’s)

06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)

02.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (1) (dysbalans vraag-aanbod + financiën)

04.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (2) (MGN-Uit de knel-HA-GEM-contract)

09.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (3) (NZa-lijst + antw. minister)

15.06.2024: Uitkomst rechtszaak GGZ van belang voor heel de zorg (wachtlijst: rol staat/verzekeraar)

04.09.2024: Zorgverzekeringswet wijzigen betekent eerst de noodzaak ervan inzien (update 2024)

27.02.2025: Verscherpt toezicht CZ legt ook functioneren NZa onder vergrootglas (resultaat)

29.03.2025: In afwachting van AZWA (het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord/ + IZA/sociaal domein)

13.05.2025: Aanspannen rechtszaak Stichting Recht op GGZ volkomen terecht (108.878 wachtenden)

17.06.2025: Onbegrepen gedrag in een niet functionerend zorgsysteem (n.a.v. parlementaire verkenning)

17.03.2026: GGZ-wachtlijsten: symptoom van een systeemprobleem (1) (wachtlijst, HA, GGZ)

 

Vragen of opmerkingen?