Het artikel van econometrist Roger Prudon van de Lancaster University in economenvakblad ESB zorgde recent voor veel ophef (ESB, 3 juni 2026). Het artikel had dan ook de veelzeggende titel “Geen gezondheidsverbeteringen van praktijkondersteuner huisarts-ggz”. Prudon meldt in dit artikel de destijds in 2008 geformuleerde vier beleidsdoelen en onderzocht de afgelopen jaren of deze doelen zijn gehaald. Zijn conclusie nu: drie van de vier doelen zijn niet gehaald, de druk op de basis-GGZ en gespecialiseerde GGZ is niet afgenomen door de inzet van POH-GGZ en de langetermijngezondheid van patiënten lijkt niet verbeterd. Hij oppert vervolgens het idee dat gelden mogelijk beter kunnen worden ingezet bij de gespecialiseerde GGZ, alwaar de wachtlijsten lang zijn.
In deze blog ga ik in op de ophef, bekijk nog eens wat er destijds speelde, meldt het antwoord van de inmiddels ook al benaderde minister en trek zelf een conclusie.
Het artikel van Prudon begint in ESB met een samenvatting…
Na publicatie heeft de auteur via diverse andere kanalen nog een toelichting gegeven, ook als antwoord op aan hem gestelde vragen (LinkedIn, 12 juni 2026 + NRC, 3 juni 2026 + NPORadio1, 3 juni 2026).
Plus in het volgend kader bv. zijn reactie op NU.nl, 3 juni 2026…
|
Citaat: “Ik ben de onderzoeker achter dit onderzoek en wil graag een aantal dingen verduidelijken. Zoals beschreven, is de POH-GGZ wel effectief geweest in het bieden van meer zorg en zou dit op de korte termijn ook positieve gezondheidseffecten kunnen hebben gehad. Het heeft alleen geen aantoonbaar effect gehad op het zorgverbruik (ook niet op huisartsconsulten), en de lange termijn gezondheid van mensen. Als we deze doelen belangrijk vinden, is er dus meer nodig. Dit onderzoek moet ook zeker niet gezien worden als reden om de POH-GGZ af te schalen of te bezuinigen op de zorg. Hopelijk draagt het wel bij aan het debat hoe we de zorg kunnen verbeteren. Tenslotte de disclaimer dat dit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek is. Ik ben niet ingehuurd en heb geen financieel belang bij het onderzoek. Ik ben wel een Nederlandse onderzoeker (werkzaam op een Britse universiteit) die hoopt de GGZ (in Nederland) te verbeteren. Neem bij vragen vooral contact op via mijn website.” |
De ophef
De conclusie in het artikel kwam hard aan bij de beroepsorganisaties van huisartsen (repliek: hier) en praktijkondersteuners (repliek: hier). Dat met introductie van praktijkondersteuning POH-GGZ geen afname van basis en gespecialiseerde GGZ plaatsvindt en/of geen verbetering van gemeten mentale gezondheid plaatsvindt, wil niet zeggen dat het werk niet zinvol is. In het veld zelf, waar in 86% van de huisartspraktijken door ongeveer 3450 praktijkondersteuners GGZ alleen in 2024 al, zie afbeelding onder de titel (Vektis, 15 januari 2026), ongeveer 765.000 burgers werden geholpen, wordt hun werk zeer gewaardeerd. Over patiëntervaringen is niets te lezen. Prudon zelf meldt in Medisch Contact (MC, 18 juni 2026, pg.6) dat zijn onderzoek ‘geen oordeel is over de inzet, deskundigheid of betrokkenheid van individuele POH-GGZ’. Anders gezegd (meld ik richting pers/pers/pers): niet alle aspecten zijn in zijn onderzoek onderzocht. Ook dat is begrijpelijk.
Terug in de tijd: 2007/2008…
GGZ is voor de huisarts basiszorg (hier). Huisartsen zagen rond 2007 een toename van het aantal mensen met psychische problemen. Waarbij in een reguliere huisartsenpraktijk ook toen al een groot deel van de zorgvraag bestond uit psychische, psychosociale of psychosomatische klachten. Zo behoorden depressieve klachten tot de meest gepresenteerde klachten in de praktijk. De overheid beoogde destijds een nieuwe functie van POH-GGZ te introduceren. Voor huisartsen was dit welgevallig om de toenemende vraag aan ‘GGZ’ in de eerste lijn goed op te vangen en een eenduidig, kwalitatief goed ‘GGZ-aanbod’ aan patiënten te kunnen aanbieden. Dit alles was/is te lezen in het NHG-standpunt over GGZ in de huisartspraktijk (NHG, GGZ in de huisartsenzorg, 17 december 2007). Ook in de bron (2007) van deze afbeelding…
Praktijkondersteuning is echter niet zomaar geregeld (blog). Om uiteindelijk elke huisarts de mogelijkheid te bieden een POH-GGZ in de basiszorg in te zetten, was het ook nodig om de financiering ervan via deze zelfde basiszorg te regelen. Daar waren 8 jaar later twee rechtszaken voor nodig met uitspraken van de hoogste bestuursrechter: ECLI: NL: CBB: 2015: 370 (1 december 2015) én ECLI: NL: CBB:2 016:321 (3 november 2016). Het CBb oordeelde dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de bekostiging van de POH-GGZ onvoldoende had onderbouwd en dat de toezichthouder haar tarief- en prestatiebesluit voor de POH-GGZ opnieuw moest motiveren en aanpassen. Het waren dus niet reguliere of bestuurlijke onderhandelingen met het ministerie en/of zorgverzekeraars die deze steun voor alle huisartsen regelde, maar de opdracht kwam van de hoogste bestuursrechter aan de NZa een betere regeling te treffen (PS: ook toen al!).
Primair was de inzet van een POH-GGZ dus bedoeld voor steun aan huisartsen. Dat aan bestuurstafels ook gedroomd werd om psychische problematiek zoveel mogelijk in de huisartsenpraktijk te behandelen in plaats van in de specialistische GGZ, zal zeker zo zijn (genoemd door Prudon), maar was niet het belangrijkste doel. Wie overigens de afbeelding onder de blogtitel ziet, merkt dat de ‘GGZ-groei’ vooralsnog, en mogelijk onterecht (hier), door de huisarts/POH-GGZ wordt opgevangen (hier/hier/hier + in het ESB-artikel, figuur 2).
Terecht wordt vaak opgemerkt dat niet elke mentale klacht geduid kan worden als een GGZ-probleem. Dat vraagt (dus) om (her)definiëring van een GGZ-probleem. Echter om een mentaal psychische klacht te duiden is aan de basis, een huisartsenpraktijk, wel contact/gesprek, een analyse en een plan van aanpak nodig. Met mogelijk een vervolg niet bij de GGZ, maar bijvoorbeeld in het sociale domein of directe leefomgeving (NVvPO, 2022).
Dat betekent (dus) dat ook de toegang tot hulp in het sociale domein, welzijn, of herstel- en zelfregiecentra makkelijker, sneller en beter moet worden geregeld (blog). Nog een wereld te winnen.
Deze boodschap van een betere klachtduiding is deze week ook te lezen in Medisch Contact (Artikel: “Niet alles wat ontreddering heet is ziekte”, MC, 25 juni 2026, pg.36). Er zijn meerdere factoren die samenhangen met mentale gezondheid, zoals sociale steun in leefomgevingen, bestaanszekerheid, werk en leefstijlfactoren etc. (bron). Wat de hoofdfactor is, kom je alleen te weten door in gesprek te gaan. Over incidentie-/prevalentietrends en consultaties van mentale aandoeningen verwijs ik naar elders: hier + hier + hier + hier + hier. De reden waarom huisartspraktijken meer met mentaal gepresenteerde klachten te maken hebben na 2007 (hier/hier), is nog weer een ander item (lees voorbeeld, 2021 en 2026).
In dit licht kan ook niet onvermeld blijven de bijdrage van het huisartsenteam aan overbruggingszorg bij mensen die na verwijzing langer dan de Treeknorm moeten wachten op hun gespecialiseerde GGZ-hulp (blog/blog/blog/blog + LHV-onderzoek, 2025 + hier + hier/hier/hier=hier=hier). Vektis meldt dat van de 765.000 burgers die GGZ-hulp van de huisartsenpraktijk krijgen er in 2024 in datzelfde jaar ook 173.000 mensen hulp krijgen binnen de geneeskundige GGZ (Vektis, 15 januari 2026).
Vermeldingswaard is nog de “opvang” door huisartsen als GGZ-aanbieders mensen weigeren vanwege een te hoge complexiteit van hun probleem (MIND, 23 juni 2026). Weigering die feitelijk niet meer is toegestaan sinds gemaakte afspraken hierover in het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA, 2025). Wordt er nog gehandhaafd binnen bestuurlijk AZWA of door de overheid?
Reactie minister van VWS
Het bericht uit het artikel dat de POH-GGZ minder effectief zou zijn dan jarenlang is aangenomen, heeft inmiddels ook de Tweede Kamer bereikt. Recent heeft de minister Kamervragen hierover beantwoord. In onderstaand kader mijn samenvatting van deze antwoorden, antwoorden die in zijn geheel via de link zijn te lezen…
Mijn samenvatting van antwoorden minister op Kamervragen, dd. 26 juni 2026
|
Citaten minister: “Het onderzoek levert een relevante bijdrage aan de kennis over de effecten van de POH-GGZ, maar vormt voor het kabinet op dit moment geen reden om de beleidsmatige uitgangspunten rondom de inzet van de POH-GGZ te herzien. De inzet van de POH-GGZ draagt bij aan het laagdrempelig toegankelijk houden van de zorg. De beleidsdoelen van de POH-GGZ zijn breder dan het voorkomen van specialistisch ggz-gebruik en aantoonbare symptoomverbetering alleen. De POH-GGZ draagt er namelijk aan bij om de huisartsenzorg te versterken, laagdrempelige ondersteuning te bieden en psychische klachten vroegtijdig te signaleren. Het uitblijven van aantoonbaar betere mentale gezondheidsuitkomsten op populatieniveau kan niet alleen worden herleid naar de inzet van de POH-GGZ en heeft te maken met heel veel andere factoren, zoals de grotere vraag en toegenomen complexiteit van de zorgvraag in de GGZ. Tevens is het voorkomen van verergering van klachten moeilijk meetbaar. Het klopt dat het aantal gebruikers van de POH-GGZ tussen 2011 en 2021 is gestegen van circa 100.000 naar circa 600.000 patiënten per jaar. Het klopt ook dat het aantal patiënten in de basis- en specialistische ggz in dezelfde periode ongeveer gelijk is gebleven. Het kabinet is van mening dat uit deze ontwikkeling niet zonder meer kan worden afgeleid dat de POH-GGZ een nieuwe groep zorggebruikers heeft gecreëerd. Wel deelt het kabinet de conclusie dat de introductie van de POH-GGZ heeft bijgedragen aan het creëren van meer behandelaanbod. Dit was ook een van de beleidsdoelen van de invoering van de POH-GGZ. In 2023 betroffen de uitgaven aan de POH-ggz 255 miljoen euro. In het IZA is een hogere maximuminzet van de POH-GGZ afgesproken (van 12 uur naar 16 uur inzet POH-GGZ per huisartsenpraktijk). Deze en aanpalende afspraken in het IZA zijn mede ingegeven door de hoge druk op de zorg, specifiek huisartsenzorg. De POH-GGZ speelt een belangrijke rol in de praktijken, voor patiënten met (licht) psychosociale klachten die zich bij de huisarts presenteren en ook niet snel in de basis of specialistische GGZ terecht kunnen. De toegankelijkheid van de gespecialiseerde ggz is een complex probleem. Het kabinet is via verschillende routes bezig met het oplossen van deze problematiek. In het AZWA (afspraak C6) zorgen de partijen in de ggz gezamenlijk dat er meer behandelcapaciteit komt voor mensen met een ggz-vraag, specifiek voor patiënten met een complexe zorgvraag. En het kabinet zet zich met de routekaart passende zorg ggz in om meer sturing op passende zorg voor de patiënt met een complexe zorgvraag te creëren. Daarnaast draagt de POH-GGZ bij aan laagdrempelige toegang tot psychische ondersteuning, vroegsignalering, passende triage en ondersteuning van de huisarts. Hiermee reiken de beleidsdoelen van de invoering van de POH-GGZ verder dan enkel een instrument om de druk op de geestelijke gezondheidszorg te verminderen. Volgende maand gaat het ministerie van VWS met onderzoeker Roger Prudon en mensen uit de praktijk in gesprek over het recente onderzoek. In dit gesprek zullen het onderzoek, de interpretatie en de mogelijke beleidsimplicaties aan bod komen.” |
Hopelijk komt er een mooi verslag van dit aangekondigde gesprek, inclusief eventuele beleidsimplicaties.
Conclusie
De wachtlijsten van de gespecialiseerde GGZ kunnen niet door het huisartsenteam worden opgelost. Ieder zijn/haar vak! Het functie- en competentieprofiel van de POH-GGZ is beschreven (hier, 2020) evenals “GGZ in de huisartsenpraktijk” (NHG, 2021) en het visiedocument GGZ (NHG, 2022). Ook is er een kwaliteitsregister (hier). Vooralsnog, een degelijk fundament (hier) om het uitvoeringsplan te starten. Op een onterechte zorgverschuiving, verpakt als substitutie, zit niemand te wachten, zeker niet de op zorg wachtende burger.
De belangrijkste beleidsdoelen waren in 2007 zorg te dragen voor een betere toegankelijkheid van geestelijke gezondheidszorg in de vertrouwde omgeving van de huisarts, zorg te dragen voor meer samenhang in de geestelijke zorg met de POH-GGZ als schakel tussen huisarts, basis-GGZ, specialistische GGZ en het sociaal domein en, als derde doel, een directe noodzakelijke ondersteuning van de huisarts (zelf) gezien de toename van patiënten met psychische klachten.
Bij introductie van het werk van een praktijkondersteuner zijn vooraf een inhoudelijke taakomschrijving en een beschrijving van de organisatie, bekostiging, tarifering en contractering noodzakelijk. Het contract (stap 8) is bij een evenwichtige balans het laatste middel om beleid tijdig jaarlijks bij te sturen. Met op dit dossier pas een definitieve “go” nadat de bestuursrechter in 2016 de NZa had gecorrigeerd. Ook dat is, zo is in 2025 (hier) en in 2026 (hier) gebleken, helaas nog steeds de realiteit.
Een goede start bij ondersteuning, met bekendheid van wederzijdse rechten en plichten (hier?), voorkomt achteraf eventuele misverstanden. Het artikel in ESB is notabene geschreven achttien jaar na introductie POH-GGZ en acht jaar na de CBb-interventie. Het artikel mist belangrijke items die bij onderzoek naar effect van ondersteuning relevant zijn.
Prudon pleit in zijn laatste alinea van het artikel niet voor niets dat nieuw beleid meteen vergezeld moet worden van causaal evaluatieonderzoek. Maar dan wel uitgevoerd met een vooraf beschrijving van alle 8 stappen van het uitvoeringsplan met als titel “Mentale zorg, inclusief GGZ, in nulde, eerste en tweede lijn”.
NB:
Plaatje 1 (onder blogtitel): afkomstig uit het databestand van Vektis (2026)
Plaatje 2: uit het ESB-artikel van Roger Prudon, 3 juni 2026
Plaatje 3: uit NHG-bestand (2007)
Eerdere blogs over de GGZ:
08.08.2017: Snelle oplossing van knelpunten in GGZ is noodzakelijk (worden juist niet aangepakt)
02.01.2018: Ook bij verwarde personen is persoonsgerichte zorg nodig (wijk en 6 dimensies)
15.01.2018: Substitutie (verplaatsen van zorg met ZINVOL-criteria, ook GGZ)
22.01.2018: Niet alles kan thuis (Wvggz onvrijwillige zorg niet thuis)
05.02.2018: Evaluatie Jeugdwet vraagt snel om vervolgacties (rapport met 20 aanbevelingen, jeugd GGZ)
05.02.2018: Praktijkondersteuning huisartsenzorg is onmisbaar (hier praktijkondersteuning GGZ)
31.05.2018: Grip op verwardheid vraagt om grip op uitvoering van zorg (niet altijd GGZ…)
27.06.2018: GGZ-perikelen met impact, ook voor de huisarts (extra druk op eerste echelon)
20.08.2018: Het waardegericht kunnen inkopen van zorg is een illusie (wie bepaalt wat waarde is?)
06.11.2018: Hoe in de GGZ de kloof te dichten tussen vraag en aanbod? (druk en drukker…)
21.01.2019: Welke hulp valt er in 2019 onder de GGZ? (Balie debat: Publieke GGZ, moet worden erkend)
12.02.2019: Financiering POH-jeugd valt onder twee wetten (Zvw:psyche en Jeugdwet psychiatrie)
19.03.2019: Wachten op het wegwerken van wachtlijsten (Treeknorm GGZ 4 weken en zorgplicht)
27.04.2019: De nieuwe K van kwaliteit (context is bijna alles met 6 dimensies)
11.07.2019: Wordt onvrijwillige zorg (Wzd) straks wel vrijwillig gegeven?? (hopelijk wel…)
20.07.2019: Méér tijd voor patiënt: van incidenteel naar structureel (volumestijging bij POH-GGZ)
14.08.2019: Betere GGZ: verleg zwaartepunt van poldertafel naar werkvloer (kleinschalige organisatie)
28.09.2019: Wet zorg en dwang na jaren van discussie nu wel heel dichtbij (dubieuze taakverdeling)
14.11.2019: Ook wat betreft invoeringsproblemen gaan Wzd en Wvggz hand in hand (2020!)
08.12.2019: Contouren van een nieuwe GGZ (1): de inhoud (persoonsgericht in de context)
11.12.2019: Contouren van een nieuwe GGZ (2): de organisatie, inkoop en financiën) (totaal)
27.12.2019: Financiële staat: vraag/antwoord (09) (GGZ, POH-GGZ, Jeugdwet, extra werk ANW)
29.07.2020: Zonder GGZ-vraag geen goed aanbod en/of bekostiging (vraaggestuurd, tijdig + 5 stappen)
09.09.2020: Bekostiging passende zorg in beweging: de GGZ (1) (zorgvraagtypering + cluster – context)
21.12.2020: Spannend jaar toekomstig (POH-)GGZ-werk in huisartsenpraktijk (register/Wlz/kosten)
17.03.2022: Reflectie op speerpunten zorgkoers kabinet Rutte IV (3) (GGZ = speerpunt 12)
25.04.2022: GGZ: oude problemen, nieuwe bekostiging (ZPM, impact netwerk, transitieprobleem)
18.08.2022: Zorgplicht zorgverzekeraars blijft een (te) vaag omschreven begrip (plicht à “samen”)
26.04.2023: Laat rechter spreken over status wachtenden in GGZ (84.000, Treeknorm, verevening)
02.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (1) (dysbalans vraag-aanbod + financiën)
04.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (2) (MGN-Uit de knel-HA-GEM-contract)
09.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (3) (NZa-lijst + antw. minister)
15.06.2024: Uitkomst rechtszaak GGZ van belang voor heel de zorg (wachtlijst: rol staat/verzekeraar)
13.05.2025: Aanspannen rechtszaak Stichting Recht op GGZ volkomen terecht (108.878 wachtenden)
17.06.2025: Onbegrepen gedrag in een niet functionerend zorgsysteem (n.a.v. parlementaire verkenning)
17.03.2026: GGZ-wachtlijsten: symptoom van een systeemprobleem (1) (wachtlijst, HA, GGZ)
23.03.2026: GGZ-wachtlijsten: symptoom van een systeemprobleem (2) (overheid/hervorming/IBO