De kern van het huidige eerstelijns zorgbeleid is regionale samenwerking. Met ondersteuning van zorgverleners in de wijk bij hun werk. Met daarbij hen een stem geven wanneer in deze regio afspraken gemaakt worden over de toekomst van de zorg.

Ofwel, een beoogde samenwerking in een lokaal “hecht wijkverband”, functionerend binnen een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV, 2025 + bekostiging).

Het RESV: de opzet

De opzet van een RESV is beschreven in het Integraal Zorgakkoord (IZA, 2022) en de Visie Eerstelijnszorg 2030 (ELZ, 2024). Ook in het laatste bestuurlijke akkoord is structurele borging van het versterken van de eerste lijn een onderdeel (AZWA, 3 juli 2025, hoofdstuk D2, pg.63).

Het RESV is het verband dat op regionaal niveau een centrale rol speelt of gaat spelen voor coördinatie-, organisatie- en ondersteuningsactiviteiten, ten dienste van zorgaanbieders in de eerste lijn. Een eerste lijn die verder bij bestuurlijke akkoorden wordt gecompleteerd door inzet van specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten (niet op de afbeelding, wel bij IZA, pg.61).

Als er in de regio afspraken moeten worden gemaakt over de toekomst van de eerste lijn, dan wordt de regio als schaal, c.q. het RESV als samenwerkingsverband, gezien als het meest geschikt.

In deze blog wordt ingegaan of dit uitgangspunt, deze aanname, terecht is.

Het RESV: de hoofdtaken

Een RESV krijgt vijf hoofdtaken, wat eigenlijk al als top-down aansturing aanvoelt. Dit zijn de taken…

 

Het RESV: het contract

De markt leidende zorgverzekeraar maakt met het RESV afspraken over uitvoering van RESV-activiteiten. Andere verzekeraars zullen deze afspraken volgen. De zorg zelf wordt niet rechtstreeks via een RESV gecontracteerd. Per 1 januari 2027 wordt de bekostiging van een RESV geregeld via de Zorgverzekeringswet (hier/hier). Tot 2030 is er sprake van een experimentele ontwikkelfase. Het beoogde experiment heeft een looptijd van maximaal vijf jaar en eindigt daarmee uiterlijk op 1 januari 2032. De Zorgautoriteit heeft voor de bekostiging namelijk voor 5 jaar een beleidsregel geschreven (hier/hier). In AZWA is afgesproken dat de RESV-kosten van deze extra activiteiten zullen vallen onder het budgettair kader multidisciplinaire zorg, waarbij dit kader vanaf 2027 structureel met €70 miljoen wordt opgehoogd (Kamerbrief, 11 november 2025). 

Voortgang samenwerking: met RESV?

In een Kamerbrief werd recent gemeld in hoeverre de uitvoering van de regioplannen heeft geleid tot het opstellen van goede transformatieplannen en in sommige regio’s tot het formaliseren van de samenwerking?

Op dit moment lijkt de opbrengst van samenwerking in onderstaand kader samengevat (Kamerbrief VWS, 5 oktober 2026) …

 

 “Wat hebben zorgverleners, zo vinden ze zelf, nodig om te kunnen floreren?”

Beschouwing

De keuze om extramurale monodisciplinaire en multidisciplinaire integraal uit te voeren wijkzorg via een regionale aansturing (RESV) te organiseren is dus een keuze uit het bestuurlijk akkoord. Een ervaren eerstelijns bestuurder zei onlangs (citaat/hier, 20 oktober 2026):

“Het gesprek over de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) moet juist niet over de RESV’s gaan, maar over de hechte wijkteams. De vraag voor het RESV is of het in staat is de organische ontwikkeling van de wijkteams waar je als RESV ondersteunend aan bent, te volgen. Een sterk RESV en een zwak wijkteam, dat heeft geen zin. Alleen als het goed aansluit op de samenwerking in de wijk kan een RESV helpen.”

Dit statement lijkt me een terecht standpunt. Zelf zou ik nog een stap verder willen gaan met de vraag: is voor sterke wijkzorg een regionale aansturing überhaupt zinvol? Dat zou kunnen, maar is een aansturing binnen de wijk, op de werkvloer, tussen de deelnemende zorgverleners en deels door de zorgverleners zelf uitgevoerd, niet effectiever (‘de goede dingen’) en efficiënter (‘de goede dingen goed doen’)? Zeg het maar…

Basiszorg in wijken

Basiszorg in de eerste lijn wordt thuis, in praktijken en in wijken uitgevoerd. De hulpvraag van burgers is leidend en bij deze hulpvraag is altijd een context aanwezig én belangrijk. Recent kon worden vastgesteld dat de kernwaarden van twee belangrijke kerndisciplines (huisartsenzorg en wijkverpleging) nagenoeg overeenkomen (blog). Waarden als generalistische zorg, continuïteit, nabijheid, streven naar regieherstel burger, persoonsgerichtheid en samenwerking worden expliciet genoemd (hier). Zowel samenwerking binnen het eigen team als samenwerking met andere eerstelijns zorgverleners (zie afbeelding onder de blogtitel).

Bij de hulpvraag wordt besproken waarmee de burger geholpen is en wat met overleg en kennisdeling de burger met diens naasten zelf kunnen bijdragen aan zorg/herstel. Zo ontstaat op de werkvloer voor de burger, in overleg met deze burger (hier), een plan met persoonsgerichte zorg. Dit persoonsgerichte plan is niet zozeer afhankelijk van de aandoening zelf (hier), maar van de actuele vraag bij deze aandoening. Niet zelden wisselt deze hulpvraag in tijd, zodat een vast protocol weinig toegevoegde waarde heeft. Het plan kan monodisciplinair worden besproken en uitgevoerd of op indicatie, multidisciplinair. Tot de kerndisciplines hoort zeker ook het sociaal domein en bij medicijngebruik de apotheekzorg.

Als er iets als een structuur moet worden georganiseerd, dan zijn eerst de visie, missie en de inhoud van (persoonsgerichte) zorg aan de beurt. Samenwerking begint niet met het opzetten van een structuur of vorm, maar met de vraag wat, zo vinden zorgverleners zelf, heeft gezamenlijk uitgevoerde zorg nodig om te kunnen floreren?

Niets nieuws?

Eerlijk gezegd bevat de tekst in bovenstaande alinea met de beschouwing weinig nieuws. Een aanwezig eerstelijnsnetwerk, basaal steunend op de driehoek huisarts, wijkverpleging en het sociaal domein (het “algemeen maatschappelijk werk”) met uitbreiding, zie afbeelding, op indicatie, was ook al de netwerkstructuur van de eerste lijn in de vorige eeuw. Net zo makkelijk als het maatschappelijk werk destijds opzij is geschoven, net zo makkelijk wordt toevoeging nú (IZA: onderdeel F + AZWA:D5+D6) van het ‘sociaal domein’ weer gepromoot en als noodzakelijk gezien. Zonder analyse, heel opmerkelijk, naar de beleidsmatige oorzaken van de teloorgang en nu de opkomst. Wel een terechte uitbreiding overigens nu, want de link met een medische klacht bevindt zich vaak in de persoonlijke context van het sociaal domein (relaties, huisvesting, werk, armoede, opvang, opvoeding, mantelzorg, eenzaamheid en bureaucratische wet- en regelgeving etc. etc.).

De kern van samenwerking

Terug naar kern betekent bij samenwerking binnen eerstelijnszorg herinvoering van kleinschaligheid, waarbij ieders professionele autonomie, zeggenschap/mandaat, tijd, vertrouwen, het onderling communiceren, werkplezier, vakmanschap, pragmatisme, een beschikbaar netwerk, een eigen sociale kaart, afspraken over toezicht, een fatsoenlijk tarief centraal staan. Persoonsgerichte zorg binnen het liefst een vaste zorgrelatie tussen hulpvrager en hulpverlener. Het primaire zorgproces hoort thuis bij de hulpvrager en zorgverleners. Aan hen kun je, IZA/AZWA indachtig, vervolgens 5W1H de vraag stellen waar ze binnen hun gezamenlijk wijkwerk mee geholpen zijn. Wat hebben ze nodig? Het antwoord daarop is de opmaat naar invulling van ondersteuning. Natuurlijk kan dat in theorie ook een RESV zijn…

En dan moet dat alles ook nog als stap 8 van het uitvoeringsplan in ieders individueel zorgcontract vermeld worden.

“De regio” in IZA…

Het woord “regio” komt 328 keer in IZA voor en het woord “regionaal” 146 keer (hier/blog). Dat beleidsmakers denken dat de regio, inclusief alle regioplannen, het juiste schaalniveau is voor aansturing, wekt geen verbazing. Het ministerie en zorgverzekeraars praten al jaren over regionalisering als verwachte onderdelen van hun eigen vermeend (toekomstig) uitvoeringsplan van zorg & welzijn: regiovisie, regio-indeling, regioplan, regiobudgettering, regiobekostiging! En als sluitstuk straks regioverantwoordelijkheid en regiorisico?

Voor deze regio-agenda zijn voor uitvoering het ministerie en zorgverzekeraars, verantwoordelijk ten aanzien van beleid (VWS) en inkoop/zorgplicht (verzekeraars). Een regionale organisatie kan nodig zijn als overlegorgaan of zelfs contractpartner (zie onder), maar is niet verantwoordelijk voor zorginkoop met de wettelijke resultaatverplichting.

Waarschuwing

Daarom is, ter bescherming autonomie/werkplezier van zorgverleners, het ook urgent dat contractfinanciering van een RESV niet loopt via de regionale organisatie, maar via de contracten van zorgverleners zelf (hier). Dat heeft twee voordelen: de zorgverleners kunnen hun eigen bestuur op regioniveau beter disciplineren dat te doen wat op de werkvloer nodig is. Volgt het RESV de wensen van de zorgverleners, dan pas hevelt de individuele zorgverlener het al uitbetaalde O&I-deel over naar de regionale organisatie.

Het tweede voordeel is dat verzekeraars niet in de verleiding komen te hard te sturen op kosten, resultaten en contractvoorwaarden met uiteindelijk risico-overdracht naar het RESV. De zorgplicht en zorginkoop met resultaatverplichting blijft immers altijd bij de verzekeraar.

Voor de zorgverlening gaat het managen van zorg op de werkvloer hand in hand met het managen van randvoorwaarden daarbij. Het kan niet zo zijn dat de regio-organisatie akkoord is met voorwaarden van zorgaansturing en tegelijkertijd hun zorgverleners in de wijken zelf, verplicht tot het sluiten van andere en individuele contracten, niet akkoord zijn over tarieven en contracten. Bij deze potentiële spagaat moeten zorgverleners ver vandaan blijven.

Aan de slag

De hechte wijkverbanden hebben twee taken, in de Visie eerstelijnszorg 2030 weergegeven als “aanspreekbaar zijn om samenwerkingsafspraken te maken” en “gestructureerd ontwikkelingen bespreken en knelpunten verzamelen in de wijk.” Eenieder kan aan de slag, niemand hoeft op “nul” te beginnen. Immers, het eerste gezondheidscentrum functioneerde al in 1972 en per 2007 was er al de inwerkingtreding van de ‘geïntegreerde eerstelijnszorg en innovatie’. Ook nu zal er al in wijken worden samengewerkt, mede dankzij het werk van de ROS (hier).

En de huisarts?

Huisartsen hebben al decennialang een regionale organisatie. In het verleden belangrijk bij nieuwe vestigingen in de regio ter behoud van continuïteit van huisartsenzorg. Als voorzitter van een regionale huisartsvereniging, een RHV als onderdeel van de landelijke broer LHV, begin deze eeuw (zelf) gemerkt dat het belang van een regionale structuur vooral lag in het maken, als poortwachter, van afspraken met regionale ziekenhuizen en met de ambulancevoorziening ten behoeve van spoedzorg. Vanwege verwijsfunctie naar de tweede lijn en de overgang (2001) naar huisartsenposten was de wijk als schaalniveau voor overleg en aansturing bij deze zorg niet aan de orde. In mindere mate was dat het geval bij de uitvoering van programmatische ketenzorg (start 2010), hoewel ook daar zorginhoudelijk overleg met regionaal werkende medisch-specialisten noodzakelijk was. Tot op de dag van vandaag is de organisatie van (acute) spoedzorg buiten kantoortijden via de huisartsdienststructuur (hier/hier) gebaat bij een regionale insteek.

Maar voor de huisartsenzorg overdag, binnen de eerste lijn, gelden de beschreven principiële kernwaarden (continuïteit, persoonsgerichtheid, gezamenlijkheid en medisch-generalistische zorg) om vooral, samen met anderen, lokaal (en) wijkgericht goede zorg te organiseren.

Wat meldt de monitor “Beweging naar een sterkere eerste lijn” over huisartsenzorg?

Recent presenteerde het NIVEL (NIVEL, 5 oktober 2026) de monitor “Beweging naar een sterkere eerste lijn”, een rapport wat via de Minister, als IZA-afspraak, ook bij de Tweede Kamer terecht kwam (Kamerbrief VWS, 22 oktober 2026). Over actuele huisartsenzorg werd in het rapport het volgende vastgesteld…

·       Professionals werkzaam in de huisartsenzorg, wijkverpleging en het sociaal domein zijn overwegend positief over de onderlinge samenwerking, maar zien ook mogelijkheden tot verbetering, bijvoorbeeld op het gebied van verwijzing en terugkoppeling tussen de huisartsenpraktijk en het sociaal domein.

·       We zien ook beweging in patiëntenstromen: de potentiële vraag naar zorg in de eerste lijn blijft toenemen tussen 2019 en 2024. Minder patiënten hadden contact met de huisarts en op de huisartsenspoedpost tussen 2019 en 2024, terwijl het aantal verwijzingen door de huisarts naar medisch-specialistische zorg toenam.

·       Bijna alle huisartsenpraktijken in Nederland maken gebruik van Meer Tijd voor de Patiënt, een vergoeding van de zorgverzekeraar waarmee huisartsen langere consulten kunnen aanbieden. Het merendeel van zorggebruikers geeft aan voldoende tijd te ervaren tijdens consulten met de huisarts.

·       Het gebruik van zelfzorginformatie via Thuisarts.nl daalt, mogelijk doordat mensen vaker AI-gegenereerde antwoorden in zoekmachines gebruiken.

·      Hoewel het percentage verzekerden dat niet staat ingeschreven bij een huisartsenpraktijk stabiel is gebleven tussen 2020 en 2023, is het aantal huisartsenpraktijken met een volledige patiëntenstop toegenomen, wat de toegankelijkheid en continuïteit van de zorg onder druk kan zetten.

Het duiden van bovenstaande ontwikkelingen laat ik aan de sector. In 2027 volgt de derde meting van deze NIVEL-monitor, met doorontwikkeling richting het AZWA. Wel zinvol alvast te melden dat in het AZWA is afgesproken dat het aantal mensen dat ongewenst zonder huisarts zit eind 2028 tot nul daalt (afspraak D3, zie hier). Een mooi te monitoren ‘output-indicator’ van AZWA (AZWA, pg.64 + monitoring/Kamerbrief, 5 oktober 2026, pg.1).

Tot slot

Het leggen van het regelen van zorgcoördinatie en aansturing in handen van eerstelijns zorgverleners binnen een platte netwerkorganisatie zal ten behoeve van samenwerking nog niet makkelijk gaan met al die lokale en regionale voorkeuren.

Verder, niet al het werk van eerstelijners valt onder de basisverzekering. Niet al het werk is uitgesloten van het Verplicht Eigen Risico. Daarnaast is er sterke beleidsbehoefte aan domein overstijgend werken, ook buiten de Zorgverzekeringswet, zodat ook de eigen gemeente (lokaal) en de VNG (landelijk) steeds nadrukkelijker in beeld komen. Verder wordt duidelijk dat gezondheidsbescherming en preventie een steeds urgentere plaats opeisen in beleid, zonder dat de overheid dit erkent en in regelgeving faciliteert of wil faciliteren (hier/hier, 19 oktober 2026).

Het goede nieuws is dat samenwerkingsverbanden in de eerste lijn jaren de tijd hebben zich te ontwikkelen. Onzeker is het feit hoe het met ieders randvoorwaarden is gesteld, om het dagelijkse werk uit te voeren gedurende deze transitie. Met vele onzekerheden, zo blijkt keer op keer: blog + blog + blog + blog + verder in onderstaande blogs.

Wordt eerstelijnszorg beter met regionale aansturing? Zien we een beter effect op de gezondheid van verschillende doelgroepen, inwoners en patiënten (‘outcome-indicator’)?

Wie het weet, nu of straks, mag het zeggen!

NB:

–Afbeelding 1 onder de blogtitel is met mijn opdracht AI-gegenereerd

–Afbeelding 2 komt van “uitwerking RESV” (2025)

–Afbeelding 3 komt uit verslag monitoring IZA en AZWA (Kamerbrief, 5 oktober 2026)

Gerelateerde eerdere blogs

08.07.2023: Ontknoping MTVP-bekostiging huisartsenbasiszorg doet geen recht aan urgentie

29.08.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (2)?(consultant/ELZ)

04.09.2023: Stel grenzen en doe aangifte bij agressie en geweld in de zorg (frequentie hoog)

11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio)

18.09.2023: De paarse krokodil blijft fier overeind (Ledenpeiling LHV + schamel resultaat van 25 jaar)

06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltit)

22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)

08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking

15.01.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (18) (over consequenties verschil bekostiging 1e en 2e lijn)

27.02.2024: Kanttekeningen bij visie eerstelijnszorg 2030 (historie, regio, GR, AMW, gemeente)

13.03.2024: Beperkt toezicht geeft huisartsenzorg leverende bedrijfsketens veel vrijheid (NZa)

18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)

16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg

22.04.2024: Praktijkperikel: “De huisarts en Wlz in de praktijk van alledag” (huisarts + beschouwing)

25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)

24.05.2024: Beleidsmotto “Thuis als het kan”. Hoe wordt dat bepaald? (budget/pers./extramuraal/MGZ)

11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?

25.06.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (19) (n.a.v. tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord)

04.07.2024: Uitkomst kostprijsonderzoek huisartsenzorg onder de maat (4e PKO NZa idem methode)

10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg

27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)

15.07.2024: Overbehandeling schaadt zorg en stelsel (4 artikelen: arts/Linnean/aanneemsom + afschaf DBC)

04.09.2024: Zorgverzekeringswet wijzigen betekent eerst de noodzaak ervan inzien (update 2024)

25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)

29.10.2024: Een regionaal samenwerkingsverband eerste lijn: wens of noodzaak? (ELZ-RESV)

20.01.2025: Nog een wereld te winnen in sociaal domein (Wmo/IZWA/milieu/bestaanszekerheid)

27.02.2025: Verscherpt toezicht CZ legt ook functioneren NZa onder vergrootglas (resultaat)

24.03.2025: Korting budget wijkverpleging met geen reden goed te praten (165 mln.begrotingsgat)

13.05.2025: Aanspannen rechtszaak Stichting Recht op GGZ volkomen terecht (108.878 wachtenden)

03.06.2025: Budgetonderschrijding IZA-sectoren vooral zichtbaar bij wijkverpleging (€€Rijk/AR)

11.06.2025: Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg biedt oudere Wlz-verzekerde (veel) onzekerheid

22.07.2025: Ook in AZWA worden scherpe beleidskeuzes vooruitgeschoven (BO/21 partij/30 pnt.)

28.07.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (financieel/veel contextitems)

16.08.2025: Regel financiering organisatie/infrastructuur eerste lijn via werkvloer (RESV/wijkzorg)

09.09.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (2) (financieel/veel contextitems)

24.09.2025: Praktijkondersteuner ouderenzorg is geen robot (Module oudere, dan geen ketenzorg)

29.09.2025: De dag dat de hoogste bestuursrechter zich buigt over tarieven huisartsenzorg (CBb)

06.10.2025: Evaluatie topambtenaren: commerciële huisartsenzorg niet ten principale afgewezen

14.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: eerstelijnszorg c.q. huisartsenzorg (3)

29.10.2025: Mantelzorg en professionele zorg zien de grens van hun zorg (arbeidsmarkttekorten)

04.11.2025: Formalisering meedenkadvies start met kleine budgetoverheveling (van HAZ –> MSZ)

10.11.2025: Analyse kostendata alleen zinvol i.c.m. gelijktijdige beleidswijziging (databank ZiN)

17.11.2025: Verzekeraars willen geen wijkklinieken, maar regionale ouderenklinieken (A’dam ZO)

18.11.2025: CBb uitspraak tarieven huisartsenzorg nog steeds niet in orde (dus herberekenen)

12.01.2026: Kantelpunt van het praktijkhouderschap (Tekort/UMCG/LHV-onderzoek/8 stappen/CBb)

02.02.2026: Geneesmiddelentekorten zijn geen toeval (KNMP-overzicht + 17jr preferentiebeleid)

16.02.2026: De zorgafhankelijke burger verdient meer dan systeemdruk (Wlz/Modelovk/MGZ)

15.04.2026: Hoe het ZZP-debat de kern van problemen in de huisartsenzorg beïnvloedt (DBA)

21.04.2026: Hard oordeel gemeenten over wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet (VNG: wet aanpassen)

09.06.2026: ‘Wij gaan niet over tarieven‘ is geen houdbaar antwoord meer (CBb-VWS-NZa-ZN)

27.06.2026: Wie sterke huisartsenzorg wenst, moet stoppen met halve oplossingen (CBb/AZWA)

01.07.2026: Conclusie effectonderzoek inzet POH GGZ onvolledig (ESB/Prudon/CBb + minister)

04.07.2026: Huisartsenzorg heen en weer tussen bestuursrechter, NZa en politiek (NZa-tariefbesluit)

12.08.2026: Voorgenomen wijzigingen Wmg niet de zaken met hoogste prioriteit (kosten/aanwijzing)

07.09.2026: Apothekerscampagne medicijntekorten stuit op verzet zorgverzekeraars (LEF/VJA)

14.09.2026: Ook voor zorgfinanciering geldt: blijvend nabij (keten GGZ/EPA nav Blijvend nabij)

21.09.2026: Juridische druk voor tijdige mentale zorg neemt toe (2 rechtszaken: CBb+St.Recht op GGZ)

23.09.2026: Huisartsenzorg in Rijksbegroting 2027 en kostenoverzicht 2022-2026 (VWS+ZiN)

05.10.2026: Paramedische zorg: meer hulpvragen, weinig waardering (sectorale marktonderzoek)

22.10.2026: Wijkverpleging op juiste waarde schatten (nieuwe visie + eig.bijdrage + budgetonderschrijding)

+

·       Oplegger notitie uitwerking regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden

·       Dashbord Zorgakkoorden

 

Vragen of opmerkingen?