De situatie: niet elke Nederlander heeft toegang tot huisartsenzorg, veel praktijkhoudende huisartsen zitten met hun praktijk vol (NRC, 30 december 2025 + hier/hier), er zijn genoeg geregistreerde huisartsen, het aantal praktijkhouders daalt, het aantal niet-praktijkhoudende huisartsen groeit.
Dus was/is de onderzoeksvraag gerechtvaardigd wat de overwegingen van huisartsen zijn om wel of niet praktijkhouder te worden? Wat houdt hen tegen?
In coronatijd deed een onderzoeksgroep van de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg van het UMCG een kwalitatief onderzoek onder 90 huisartsen, waarbij de uitkomsten deze maand in Huisarts en Wetenschap werden gepubliceerd (H&W, 15 december 2025, publicatie in januari 2026, pg.10).
Dezelfde onderzoeksgroep begeleidde eind 2024 de LHV met ook hun onderzoeksvraag wat de overwegingen van huisartsen en huisartsen in opleiding zijn om praktijkhouder te worden. De uitkomsten van dat LHV-onderzoek (‘LHV-rapport’) onder 413 huisartsen (15,6% van de uitgenodigde 2872 huisartsen) werden eind 2025 door de beroepsvereniging op de eigen website gepubliceerd (LHV, 19 december 2025).
Een van de hoofdthema’s in de koers van de LHV (hier) is dat meer huisartsen kiezen voor het praktijkhouderschap, met als doel ‘voor iedereen een huisarts’, en dat huisartsen met plezier hun vak kunnen uitoefenen.
In deze blog bespreek ik enkele aspecten uit beide onderzoeken.
Uit artikel: “Wel of geen praktijkhouder worden?” (H&W, januari 2026, pg.10)
|
Overwegingen die meespelen bij de keuze om wel of geen praktijkhouder te worden: Positieve drijfveren waren continuïteit van zorg, autonomie en persoonlijke ontwikkeling. Belemmerende factoren waren onder andere zorgen over werk-privébalans, eindverantwoordelijkheid, negatieve rolmodellen en gebrek aan voorbereiding. Opvallend was dat niet-praktijkhouders hun twijfels over het praktijkhouderschap vaak als onbespreekbaar ervoeren. Aanpak van belemmerende factoren, benutten van bevorderende factoren én het gesprek over alternatieve modellen naast het praktijkhouderschap zijn gewenst om het tij te keren. ——————————————————————————————————————— Wat is bekend? · Autonomie is een positieve overweging om praktijkhouder te worden. · Onvoldoende voorbereiding, een moeilijke werk-privébalans en de eindverantwoordelijkheid vormen barrières om praktijkhouder te worden. Wat is nieuw? · Overwegend positieve redenen om praktijkhouder te worden zijn continuïteit van zorg en persoonlijke ontwikkeling. · Overwegend negatieve overwegingen zijn gebrek aan positieve rolmodellen, weinig geschikte praktijken en timing (samenloop van omstandigheden). · Neutrale overwegingen zijn sociale verantwoordelijkheid, perceptie van de competenties voor praktijkhouderschap, vestiging in een regio en wetgeving. |
Aan de hand van 4 thema’s, diverse subthema’s en aansprekende quotes zijn positieve en negatieve overwegingen voor het praktijkhouderschap in kaart gebracht. Positieve kijk op de eigen attitude, normen en handelingsbekwaamheid geeft meer bereidheid, om met gepland gedrag, (eerder) praktijkhouder te worden.
In onderstaand plaatje uit het artikel wordt dit duidelijk gemaakt…
De getrokken conclusie aan het eind van het artikel luidt dat (citaat) “de keuze voor het praktijkhouderschap complex is en dat deze raakt aan professionele, persoonlijke, externe en procesmatige thema’s, die elk positieve en negatieve invloeden kennen. Alleen wanneer verschillende thema’s gelijktijdig gunstig uitvallen, wordt de stap naar praktijkhouderschap genomen (einde citaat).”
In de beschouwing kom ik nog op deze conclusie terug.
Onderzoeksrapportage: “Overwegingen van huisartsen en huisartsen in opleiding om praktijkhouder te worden”, (LHV, 19 december 2025)
|
· 85% van de AIOS (Arts In Opleiding tot Specialist) heeft ambitie praktijkhouder te worden · 44% van de huisartsen met deze ambitie wil dat binnen 3-5 jaar realiseren · Positief beeld hangt samen met grotere wens tot praktijkhouderschap · Praktijkhouders zijn tevreden met de keuze praktijkhouder te worden · Positieve overwegingen zijn autonomie, continuïteit in zorgrelaties en een eigen team en praktijk vormgeven · Ervaren drempels zijn onzekerheid over voorbereiding, weinig zicht op praktijkaanbod en praktijkvormen en behoefte aan realistische voorbeelden en rolmodellen |
De kernpunten uit dit onderzoek van LHV/UMCG staan vermeld in het eerste plaatje onder de blogtitel.
Beschouwing van in beide onderzoeken genoemde aspecten
*Punt: Dat continuïteit in zorgrelaties belangrijk wordt gevonden bij de keus praktijkhouder te worden, past zowel bij de Toekomstvisie huisartsenzorg 2035 van april 2025 (‘centraal in deze visie staat het belang van de persoonlijke continuïteit’) als wel bij de visie dat “continuïteit van zorg geen sentiment uit vervlogen tijden is, maar een potentiële parallelle probleemoplosser voor uitdagingen in de toekomst” (inaugurale rede, de kracht van continuïteit, oratie 13 maart 2025).
Mijn reactie: Voor continuïteit is een duurzame zorgrelatie van de huisarts met de burger en kennis van de context nodig, dat kan qua organisatie in vele vormen tot uiting komen.
*Punt: Negatieve verhalen van andere praktijkhouders spelen een rol in hoe huisartsen naar het praktijkhouderschap kijken. In het H&W-artikel staat verder als negatieve overweging (thema ‘extern’, pg.11): “veel negatieve rolmodellen en een cultuur van klagen bij praktijkhouders”. Negatieve verhalen van andere praktijkhouders spelen een rol in hoe huisartsen naar het praktijkhouderschap kijken (LHV-onderzoek, pg.19). Daar staat tegenover dat de huidige praktijkhouders tevreden zijn met hun keuze om praktijkhouder te worden en het ook aanraden (LHV-onderzoek, pg.8).
Mijn reactie: Klagen zonder constructieve vervolgacties om onvrede te beteugelen, is zinloos en zonde van de energie. Natuurlijk persoonlijk, maar ik heb gelukkig heel veel positieve rolmodellen als huisarts tijdens mijn beroepscarrière om me heen gezien. Mate van autonomie, verbondenheid met de juiste personen en gevoel van eigen competentie door bij te leren in alle omstandigheden hebben mijn zelfbeeld en stemming op de werkvloer bepaald. Is dat voor praktijkhouders dan zoveel anders als voor niet-praktijkhouders?
*Punt: Genoemd in H&W (thema ‘persoon’, pg.11) als voornamelijk negatieve overweging bij praktijkhouderschap de “negatieve perceptie en angst voor een slechtere balans tussen werk en privéleven”. In het LHV-onderzoek (pg.11) staat dit thema van het organiseren van werk privébalans zowel in de kolom van huisartsen met wens om praktijkhouder te worden als in de kolom van huisartsen zonder wens praktijkhouder te worden. Ruim 7 op de 10 huisartsen met de wens om praktijkhouder te worden zijn (heel) tevreden over hun werk-privébalans (pg.16).
Mijn reactie: het organiseren van de balans tussen werk en privé zal in vele huishoudens bij vele beroepen een belangrijk thema zijn. Daar waar de ureninvulling op het werk knelt, kan de zoektocht naar de balans moeilijker zijn.
*Punt: onzekerheid over voorbereiding, ofwel het niet voorbereid zijn op praktijkhouderschap (thema ‘proces’, pg.11). Uit H&W (citaat): “alle deelnemers willen betere voorbereiding op het praktijkhouderschap, zowel tijdens de huisartsopleiding als daarna. Er was behoefte aan kennis en vaardigheden op het gebied van organisatiemodellen, financiën, wetgeving, ondernemer- en leiderschap en praktijkovername. Aiossen twijfelden echter over de haalbaarheid binnen hun intensieve opleidingstraject (einde citaat).”
Mijn reactie: Zelf ben ik 13 jaar huisartsdocent en huisartsenopleider geweest (1996-2010), ook in die tijd hadden aiossen dezelfde klachten. Er werd (terecht) opgeleid voor de spreekkamer, maar niet (onterecht) voor de wereld er omheen. Het is spijtig bovenstaand citaat anno 2026 weer te lezen, want de beleidsveranderingen in de zorgwereld gaan razendsnel (blogs). In 2016 zelf op eigen initiatief aan de huisartsenopleiding aangeboden een cursus te geven over financiën, bekostiging en contractering van huisartsenzorg. Er was geen belangstelling, want “het curriculum zat al vol”…
*Punt: In het verlengde van het vorige punt, ook het volgende citaat in het H&W-artikel (pg.13) was opmerkelijk: “In het onderzoek kwamen nog 5 thema’s aan bod die voor de deelnemers zowel positieve als negatieve overwegingen bevatten, maar voor de groep als geheel niet doorslaggevend zijn in de keuze. Het betreft competenties, financiën en inkomen, vestiging in een regio, regels rondom het zzp-schap en maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
Mijn reactie: competentie en maatschappelijke verantwoordelijkheid horen bij de beroepsuitoefening, los van de vorm. Het belang van zzp-schap is al jaren een punt van discussie (hier/hier). Waarbij de uitwerking van specifieke wetgeving (straks?) toch wel van invloed zal zijn op een besluit wel/geen praktijkhouder te worden?
Hetzelfde lijkt mij te spelen bij financiën en inkomen. Want wat waren de factoren die de bestuursrechter in de rechtszaak van 18 november 2025 over kosten en inkomen benoemde (blog/blog)?
Citaten uit uitspraak CBb: ECLI:NL:CBB:2025:606, (CBb, 18 november 2025)
|
“De NZa heeft deze tarieven vastgesteld na het uitvoeren van een kostprijsonderzoek over het jaar 2022. Het College is van oordeel dat de NZa niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 kostendekkend zijn. Het gaat daarbij om de huisvestingskosten en om de normatieve arbeidscomponent (dat is het norminkomen dat wordt toegerekend aan de huisartsenpraktijken die aan het kostprijsonderzoek hebben meegedaan). De door de NZa vastgestelde tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van veelal te krappe huisvesting, zonder dat rekening is gehouden met de extra kosten die nodig zijn om de huisvesting geschikt te maken of nieuwe huisvestiging te vinden voor de in omvang toegenomen praktijken. De NZa had nader onderzoek moeten doen naar de financiële knelpunten bij het oplossen van huisvestingsproblemen en had nader moeten onderzoeken wat de kosten van huisvesting voor de praktijken zijn als zij wél over adequate huisvesting zouden beschikken. Voor deze financiering zijn ook andere oplossingen mogelijk dan een opslag in de tarieven. Ook de vaststelling van de normatieve arbeidscomponent en de toerekening daarvan aan de huisartsenpraktijken is niet deugdelijk gemotiveerd. Het rapport van het onderzoeksbureau Berenschot over de normatieve arbeidscomponent voldoet niet aan de fundamentele eis van transparantie.” |
Kortom, het gaat in deze rechtszaak bij de hoogste bestuursrechter om drie voor het praktijkhouderschap essentiële componenten (praktijkkosten, praktijkinkomen, arbeidsduur). Fundamenteler wordt het niet. Waarbij naast de toerekening van het normatief inkomen ook de meeruren (hier) boven de 36 uur per week onderdeel zijn van de discussie. Meeruren die als werkbelasting weer van invloed kunnen zijn voor de te bewaken balans tussen werk en privé.
Pikant detail binnen deze actuele meerurendiscussie is de sterke toename de laatste jaren van verleende basiszorgconsulten door het huisartsenteam. Van 71 miljoen consulten (2023) naar verwachting bijna 109 miljoen in 2025 (vergelijk aantal in blog, 30 oktober 2023 met aantal in blog, 10 november 2025).
Anno 2026 zegt de LHV-voorzitter over deze rechtszaak na de CBb-uitspraak…
Citaat uit interview met Zorgvisie, 8 januari 2026
|
“Die rechtszaak ging over de rekenmethode van de NZa waardoor de tarieven de afgelopen drie jaar niet meer kostendekkend zijn geweest. Toekomstbestendige bekostiging is voor ons heel belangrijk. Voor jonge huisartsen is het een voorwaarde om in het diepe te springen en praktijkhouder te worden. De LHV, VPH (Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen) en de Bevlogen Huisartsen hebben de rechtszaak gewonnen en de NZa heeft van de rechter opdracht gekregen om binnen zes maanden nieuwe beslissingen te nemen op onze bezwaren tegen de tarieven. We zijn nu met de NZa in overleg. Meer mag ik daar niet over zeggen.” Was het oordeel van de rechter dan niet duidelijk genoeg? “Nee, toch niet. De rechter vond het kostenonderzoek van de NZa onnavolgbaar en hij vond ook dat de poortwachtersfunctie van de huisarts en de huisvestingscomponent onvoldoende zijn meegenomen. Je kunt wel tussen de regels doorlezen dat de tarieven omhoog moeten, maar dat staat niet letterlijk in het vonnis.” Wat willen de huisartsen? “Voor ons is huisvesting een belangrijk onderdeel. En we willen dat de NZa rekening houdt met de uren. Als je nu zestig uur werkt per week en je wilt je praktijk verkopen aan iemand die 36 uur wilt werken dan is dat niet rond te breien. Wij willen echt niet dat huisartsen tonnen meer moeten gaan verdienen, maar we willen wel jonge huisartsen en praktijkhouders de kracht en het vertrouwen geven van een stabiele bekostiging. Dat als er iets gebeurt, niet de grond onder je voeten wordt weggeslagen.” Hoe dan bijvoorbeeld? “Er zijn nu meer huisartsen in loondienst, in plaats van vaste waarnemers. Dat is voor een praktijkhouder duurder, want die betaalt dan ook werkgeverslasten. Als je maar één keer in de vijf jaar een kostenonderzoek doet en alleen maar indexeert, dan mis je dit soort grote actuele duurdere situaties.” |
Voor de hele sector, inclusief de bestuurlijke afspraken, is de uitkomst van deze rechtszaak essentieel. De overheid doet haar best (hier + hier) om de kloof van beschikbaarheid tussen vraag (burger) en aanbod (huisarts) te dichten, maar heeft het gereedschap, om de reparatie uit te voeren, uitgeleend aan verzekeraars (hier) en aan de Zorgautoriteit als zelfstandig bestuursorgaan (hier).
Rond de rechtszaak, en de nasleep ervan, liggen ook basale(re) vragen die beantwoord moeten worden….
- Kun je met kennis over het uitgavenpatroon van huisartsen, uit eerdere jaarrekeningen en exploitatiegegevens verzameld, een uitspraak doen, met de wettelijke plicht van kostendekkendheid (Wmg!), over een toekomstig juist tarief passend bij de dán te leveren noodzakelijk zorg? Ja, dat kan, zegt de NZa nu al 4 keer. Nee, zeg ik evenzovele keren, dat kan niet (blog). Hetgeen extra nadelig is voor een startend praktijkhouder.
- Kan de sector zelf naast praktische hulpmiddelen en het geven van gerichte ondersteuning het proces van een praktijkstart versimpelen? Ja, dat zou kunnen, naast wat men nu al doet of kan doen (LHV-onderzoek, pg.21 + H&W-artikel, pg.15), door zélf een bekostigingsmodel van een goed functionerende normpraktijk op te stellen en deze daarna jaarlijks aan te passen. Laat dit model niet opstellen door een toezichthouder of een consultantsbureau. De jaarlijkse aanpassing door de beroepsgroep zelf, is mede gebaseerd op een steeds veranderde zorgcontext. Zo leert de tekst uit de column van de begenadigd columnist Rinske van de Goor. NB: tevens een ervaren huisarts (wel vermeld) én ervaren zorgbestuurder (niet vermeld)!
Onderstaand haar column en citaten hieruit (Volkskrant, 5 januari 2026).
|
“Huisartsenzorg is ook vierdelijnszorg: wanneer trajecten vastlopen, klachten blijven, zorg versnipperd raakt of niet binnen de stramienen van de specialistische zorg past, zijn wij het vaste aanspreekpunt. In de rechtszaak over de huisartsentarieven werd huisartsenzorg door de Nederlandse Zorgautoriteit opnieuw ingeschaald als ‘laagcomplexe zorg’. Daarbij werd onder meer verwezen naar analyses (zoals het Berenschot-rapport) waarin ook staat dat huisartsen kunnen doorverwijzen. De redenering lijkt dan eenvoudig: als het te ingewikkeld wordt, gaat het naar een ander. Maar in de praktijk werkt het omgekeerd. Mensen komen – mét alle losse puzzelstukjes – weer bij ons terug.” ——————————————————————————————————————— “En wie de complexiteit niet ziet, waardeert haar ook niet, inhoudelijk en financieel. Veel huisartsen ervaren dat zij wel de verantwoordelijkheid dragen, maar niet de erkenning voor de zwaarte van hun werk. Dat leidt tot uitstroom. En dat merken patiënten. In Nederland zoeken inmiddels honderdduizenden mensen vergeefs naar een huisarts, omdat praktijken patiëntenstop hanteren. Steeds meer regio’s verliezen hun eerste én hun vierde lijn. Dan blijft zorg over per orgaan, per klacht – zonder iemand die het geheel ziet. Wie de huisarts reduceert tot loket, holt daarmee de enige plek uit waar alle lijnen samenkomen. En zonder sterke eerste én vierde lijn wordt goede zorg pas echt complex.” |
Nu denk ik dat huisartsen zelf de complexiteit van het werk wél zien/ervaren en daarmee (dus) ook zelf het beste de jaarlijkse aanpassing van inhoud en bekostiging in het genoemde model handen en voeten kunnen geven. Dat zal, samen met de drie bouwstenen van de bekostiging van een normpraktijk, de financiële drempel richting praktijkhouderschap verlagen en nadien het behoud van dat praktijkhouderschap stabiliseren.
Tot slot
Zelf ben ik inmiddels 10 jaar weg van de werkvloer, met plezier nu artikelen van anderen lezend over de positionering van de moderne huisarts…
|
hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier/hier |
Het is niet meer aan mij daar verder specifiek op in te gaan.
Stimuleren van het praktijkhouderschap verdient zeker aanbeveling. Even belangrijk lijkt mij als beroepsgroep of als individuele huisarts, zeggenschap hebben en houden over de uitwerking van alle 8 stappen van het uitvoeringsplan huisartsenzorg: visie – missie – inhoud – organisatie/logistiek – noodzakelijk budget – bekostiging – tarifering – zorgcontract.
Een plan wat normaal, indachtig de kerntaken en kernwaarden, de inhoud van 1e én 4e lijn volgend, loopt van links naar rechts, maar wanneer de nood bij de huisarts (M/V) hoog is (van persoonlijke, professionele, personele, budgettaire, contextuele of contactuele aard), ook van rechts naar links kan lopen. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het na eigen interventies maar zoals het kan. Houdt het stuur in handen!
Tot slot, een tweetal quotes van huisartsen uit het H&W-artikel die zichzelf de vraag stellen wel of geen praktijkhouder te worden.
|
Een groeiproces ‘Ja, ook met een beetje zo’n golfbeweging, waarbij ik eigenlijk altijd gedacht heb: nou, ik word praktijkhouder. Toen was daar de huisartsopleiding en bleek dat al best heel pittig. Toen dacht ik: oh, hoe dan? Nu ben ik 5 jaar onderweg en wil ik zelf invloed kunnen uitoefenen op wat ik doe en ik wil een vaste plek waar ik hoor en die bij mij hoort. Dus ja, dat is een soort groeiproces. Weet je, juist doordat ik het nu mensen in mijn omgeving zie doen en die daar helemaal niet zo hard aan onderdoor gaan, zoals ik had gevreesd, denk ik: nou, als zij het kunnen, is er geen reden te bedenken waarom ik het niet zou kunnen.’ ——————————————————————————————————————— Autonomie ‘Maar ik ben er wel achter gekomen dat uiteindelijk als je het vak zo wil vormgeven zoals jij denkt, dat eigenlijk de enige optie is: praktijkhouder worden. Dus dat is wel eigenlijk uiteindelijk wat ik wil, ja.’ |
Eerdere blogs over huisartsenzorg gerelateerd aan beschikbaarheid en randvoorwaarden
04.11.2022: Politiek aan zet: vaste zorgrelatie geeft werkplezier en betere zorg (aanpak G-Br.)
22.02.2023: Kostenvergoeding huisvesting huisartspraktijk vraagt nieuwe berekening (IZA/PKO)
02.03.2023: Leiden afspraken integraal zorgakkoord tot beter resultaat (1)? (transitie/govern./prev./OECD)
21.03.2023: Staan huisartsen op scherp richting hun nieuwe bekostiging? (PKO22, IZA, contract)
04.04.2023: Zélf richting geven aan sturing zorgaanbod en bedrijfsvoering (Commercie,PKO,IZA etc.)
07.04.2023: Rapport “De basis op orde”, nu voortgang aan IZA-thematafel 1e lijn (RVS-IZA/OECD)
18.04.2023: Zware verantwoordelijkheid voor regionale organisatie bij ouderenzorg (KWO-Wlz)
24.04.2023: Aspirant huisartsen formuleren in Manifest 3 hoofdboodschappen (LOVAH,10puntenplan)
08.05.2023: Behoud van kernwaarde continuïteit als baken van vooruitgang (commercie/ketens-contract)
27.05.2023: Huisartsen stellen beroep in bij hoogste rechter economisch bestuursrecht (CBb)
08.06.2023: Zorgkloof huisartsenzorg niet oplosbaar met aanpassing opleidingscapaciteit
13.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (1) (IZA, transformatie, beoordelingskader, ongelijkwaardig)
15.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (2) (minister spoorboek, nieuwe Handreiking contract)
19.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (3) (bijdragen advocaatkantoren contract)
22.06.2023: Zorgcontractering is complex gemaakt (4) (NZa monitor contractering 2022)
21.07.2023: Nieuwe contractinstructies toezichthouders richting brancheorganisaties (acm/nza)
11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio))
18.09.2023: De paarse krokodil blijft fier overeind (Ledenpeiling LHV + schamel resultaat van 25 jaar)
30.10.2023: Huisartsen strijden terecht voor rechtvaardiger tarief basiszorg (CBb/beschikking)
06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)
22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)
08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking
18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)
16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg
22.04.2024: Praktijkperikel: “De huisarts en Wlz in de praktijk van alledag” (huisarts + beschouwing)
25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)
15.05.2024: Herijking inkomenscomponent praktijkhoudend huisarts op veel punten onduidelijk
24.05.2024: Beleidsmotto “Thuis als het kan”. Hoe wordt dat bepaald? (budget/pers./extramuraal/MGZ)
11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?
04.07.2024: Uitkomst kostprijsonderzoek huisartsenzorg onder de maat (4e PKO NZa idem methode)
10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg
27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)
10.09.2024: Nieuws over beoordeling arbeidsrelaties raakt ook huisartsenzorg (Vbar/Handhaving)
25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)
29.10.2024: Een regionaal samenwerkingsverband eerste lijn: wens of noodzaak? (ELZ-RESV)
09.12.2024: Promovendus ziet financiële risico’s doorgeschoven worden naar zorgorganisaties
20.12.2024: Oplopend tekort zorgpersoneel. Juist nú bezuiniging op opleidingen?… (begroting)
28.12.2024: Proefschrift: inkoop huisartsenzorg richten op samenwerking, minder op concurrentie (K.Stolper)
23.01.2025: Voor “iedereen een huisarts”? Dat impliceert zorginkoop met passend contract
08.02.2025: Huisarts: “we hebben vertrouwen en helpende handen nodig, niet nog meer toezichthouders” (Wtza/jr.verantw.plicht)
18.02.2025: Maak voor palliatieve zorg (thuis) één landelijk dekkende regeling (dwalen i/e regelwoud)
04.03.2025: De huisartsenweg naar morgen (TV/VTV-2024/Kamervragen/Stand vd Zorg 2024)
29.03.2025: In afwachting van AZWA (het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord/ + IZA/sociaal domein)
08.04.2025: Urgentie aanpak (dis)continuïteit huisartsenzorg is geboden (Rekenkamer/Visie/Oratie)
02.05.2025: Systeemfouten kostenonderzoek staan juiste tarieven huisartsenzorg i/d weg
03.06.2025: Budgetonderschrijding IZA-sectoren vooral zichtbaar bij wijkverpleging (€€Rijk/AR)
11.06.2025: Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg biedt oudere Wlz-verzekerde (veel) onzekerheid
22.07.2025: Ook in AZWA worden scherpe beleidskeuzes vooruitgeschoven (BO/21 partij/30 pnt.)
28.07.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (1) (financieel/veel contextitems)
16.08.2025: Regel financiering organisatie/infrastructuur eerste lijn via werkvloer (RESV/wijkzorg)
09.09.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (2) (financieel/veel contextitems)
24.09.2025: Praktijkondersteuner ouderenzorg is geen robot (Module oudere, dan geen ketenzorg)
29.09.2025: De dag dat de hoogste bestuursrechter zich buigt over tarieven huisartsenzorg (CBb)
06.10.2025: Evaluatie topambtenaren: commerciële huisartsenzorg niet ten principale afgewezen
14.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: eerstelijnszorg c.q. huisartsenzorg (3)
29.10.2025: Mantelzorg en professionele zorg zien de grens van hun zorg (arbeidsmarkttekorten)
04.11.2025: Formalisering meedenkadvies start met kleine budgetoverheveling (van HAZ –> MSZ)
10.11.2025: Analyse kostendata alleen zinvol i.c.m. gelijktijdige beleidswijziging (databank ZiN)
18.11.2025: CBb uitspraak tarieven huisartsenzorg nog steeds niet in orde (dus herberekenen)