Digitale zorg wordt in NL gezien als deeloplossing bij het blijven geven van goede zorg, in tijden van vergrijzing, personeelstekorten en hoge zorgkosten (Rapport ‘Monitor Digitale Zorg 2025’, RIVM e.a., 9 maart 2026).
Sinds 2021 wordt elk jaar gemeten hoe vaak zorgverleners en zorggebruikers digitale zorg gebruiken en hoe ze dat ervaren. De resultaten zijn nog niet indrukwekkend, hoewel huisartsen en artsen in het ziekenhuis iets vaker zijn gaan videobellen en spraak gestuurd zijn gaan rapporteren. Daarnaast passen zorggebruikers vaker digitale zelfhulpbehandeling voor mentale problemen toe.
Wat (mij) opvalt in deze monitor, overigens niet alleen in deze monitor (blog, 2021), is het ontbreken van informatie over de praktijkkosten van innovaties van digitale zorg voor de werkvloer. En hoe deze zichtbare kosten zich vervolgens verhouden tot hetgeen via tarieven in zorgcontracten wordt aangeboden.
Nu is dat ontbreken van kosteninfo niet alleen zichtbaar in de Monitor, maar blijkbaar ook merkbaar op het recent gehouden congres van NedHIS (blog, 21 maart 2026), de koepelorganisatie van gebruikersverenigingen van huisarts-informatie-systemen (HIS-sen).
In deze blog wordt ingegaan op ICT-kosten bij huisartsen en bij ziekenhuizen.
Maar allereerst nog even de conclusie in de Monitor.
Conclusie rapport Monitor Digitale Zorg 2025 (pg.52 van 67)
|
Conclusie: “De Monitor Digitale Zorg 2025 laat zien dat, over het algemeen, het percentage zorggebruikers en zorgverleners dat gebruikmaakt van digitale zorg stabiel is gebleven of licht is toegenomen ten opzichte van 2024. Vergelijkbaar met 2024 zijn beide groepen over het algemeen neutraal of gematigd positief over de impact van digitale zorg op maatschappelijke uitdagingen, zoals werkdruk en zorgkosten. Verder laat de monitor zien dat er bij veel digitale zorgtoepassingen en zorgprocessen nog steeds ruimte is voor meer digitalisering. Daarbij is het belangrijk om oog te houden voor de toegankelijkheid van digitale zorg. Dit geldt met name voor mensen met basisonderwijs/vmbo als hoogst afgeronde opleiding en ouderen, maar ook voor oudere zorgverleners met minder digitale vaardigheden. Het is waardevol om hen te betrekken bij het ontwerpen, implementeren en opschaling van digitale zorg, om nog beter aan te sluiten bij de vaardigheden en wensen en behoeftes van de gebruikers. Vervolgonderzoek is belangrijk om meer inzicht te krijgen in de factoren die meespelen bij succesvol gebruik van digitale zorg en een positieve impact van digitale zorg op de verschillende maatschappelijke uitdagingen.” |
Het uitvoeringsplan digitale zorg op de werkvloer bevat 8 items: visie (1) – missie (2) – inhoud (3) – organisatie/logistiek (4) – noodzakelijk budget (5) – bekostiging (6) – tarifering (7) – zorgcontract (8). Bij het borgen van voldoende toegankelijkheid met betrekking tot waardevolle digitale zorg, zie conclusie rapport, is inzicht in kosten binnen het uitvoeringsplan als budgetberekening een absolute randvoorwaarde. Maar de éérste stappen in het plan gaan toch echt over de toegevoegde waarde van digitale zorg.
**Huisartsenzorg
Een huisarts/columnist stelt (hier/hier) dat de term digitale zorg vervangen moet worden door “digitaal contact”. Citaat: “Digitale zorg bestaat niet. Net als digitaal eten of wonen. Digitaal contact wel. Benoem de dingen zoals ze zijn. Verkoop geen sprookjes. Het is nog steeds een dokter die iets beoordeelt. Kost ook tijd. En kost een heleboel geld.”
Kijkend naar onderzoek naar de waarde van digitale contacten in de huisartsenzorg, dan wordt hier verwezen naar een tweetal onderzoeken aan twee universiteiten.
(1): “Onderzoek naar de effectiviteit van digitale zorgtoepassingen in de huisartsenzorg”, Maastricht University, Rijksoverheid, 15 maart 2023
|
Conclusie: “We vonden geen bewijs dat de onderzochte digitale zorgtoepassingen werkdruk verminderen en daarmee behulpzaam zijn om personeelstekorten in de huisartsenzorg te verminderen. Je zou kunnen verwachten dat met de inzet van digitale zorgtoepassingen bij digitaal vaardige patiënten extra tijd vrijkomt voor (of besteed kan worden aan) digitaal minder vaardige patiënten. Hiervoor is echter geen ondersteunend bewijs door ons gevonden. Ook vonden we geen bewijs over de (mate van) kosteneffectiviteit.” |
(2): “Impact of the digital healthcare transition: experiences in general practice”, proefschrift Jelle Keuper (hier/hier), NIVEL/Tilburg University, conclusie: pg.299, 30 januari 2026.
|
Conclusie: “Dit proefschrift laat zien dat de digitale transformatie in de huisartsenzorg niet vanzelf gaat. Hoewel het gebruik van digitale zorg in de huisartsenpraktijk de afgelopen jaren is toegenomen, met name tijdens de COVID-19-pandemie, zijn de effecten ervan op de huisartsenzorg divers en contextafhankelijk en blijven de uitdagingen groot. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op de impact van nieuwe en nog onvoldoende onderzochte digitale zorgtoepassingen op de huisartsenzorg, op mediërende en modererende factoren, en op strategieën die gelijkwaardigheid van de huisartsenzorg en een grotere efficiëntie bevorderen. Onze bevindingen onderstrepen dat het succes van digitale zorg in de huisartsenzorg afhankelijk is van de betrokkenheid van patiënten en zorgverleners, een gebruiksgericht ontwerp, integratie in bestaande zorgprocessen, adequate ondersteuning en het behoud van niet-digitale mogelijkheden van zorgverlening.” |
Digitale zorg/contact kán, nu of straks, helpen om de kwaliteit van de huisartsenzorg te waarborgen, maar beide onderzoeken twijfelen aan een bijdrage wat betreft efficiëntie. Het eerste onderzoek vond geen bewijs voor kosteneffectiviteit, het tweede onderzoek benoemt de ongelijkheid in de toegang tot huisartsenzorg, waarbij juist kwetsbare patiëntgroepen, met een hoger zorggebruik, vaker niet over de benodigde digitale vaardigheden beschikken (ook hier).
Kortom, deels een betere toegankelijkheid, geen hard bewijs voor kostensparing of structurele werkdrukverlaging. Daarnaast portalen en apps (hier) maken digitaal contact laagdrempelig, maar daarmee is niet gezegd dat het de werkdruk voor zorgverleners verlaagt (hier/hier).
De promovendus is overigens medeauteur van de Monitor (pg.2 van 67).
Dankzij of ondanks deze bevindingen is het binnen het stappenplan moeilijk om een kostenplaatje ICT te produceren. In 2020 kwam ik als verkregen vergoeding ICT nog uit op 6,6% van de door de Zorgautoriteit bepaalde praktijkkostenvergoeding (blog 2020 + document pg.6).
Anno 2026, 10 jaar na mijn eigen afscheid als huisarts, is allereerst een praktijkhouder/huisarts benaderd met de vraag wat deze praktijk (n=1) nu uitgeeft aan ICT-kosten. Dit was het antwoord.
Opgave ICT-uitgaven huisarts/praktijkhouder (maart 2026)
|
Praktijkhouder: 3250 patiënten, 5 assistenten. 3 POH’s, 1 HIDHA, 1 AIOS, 1 praktijkmanager · Promedico HIS 17.000/jaar · Juvoly 3000/jaar · PGO (portaal) 2600/jaar · Hardware 3000/jaar · Allerlei verborgen kosten zoals Prescriptor, Sleutelnet, Zorgdomein, Microsoft 360, Evernote, Dropbox, Googledrive, I-Cloud, ION 800/jaar · UZI passen praktijk 2000/3 jaar · Wachtkamerscherm? · Websitebeheer 500/jaar · Domeinnaambeheer 300/jaar · Maandtarief Ziggo 50 euro · Maandtarief glasvezel KPN 70 euro · Werkplekbeheer Danthas |
Daarnaast Stichting De Bevlogen Huisartsen (DBH) benaderd hoe hun berekening is geweest wat er in de tarieven moet zitten als ICT-vergoeding. Zoals bekend heeft DBH, samen de LHV/VPH, beroep aangetekend tegen de door de Zorgautoriteit afgegeven tariefbeschikkingen huisartsenzorg over de jaren 2023 tot en met 2025. Dit beroep, dd. 18 november 2025, werd gevoerd bij de hoogste bestuursrechter én werd gewonnen (hier/hier + blog/blog/blog/blog/blog). Het verweerschrift richting de Zorgautoriteit ging over drie onderwerpen: beloning, arbeidsuren en de praktijkkostenvergoeding. Met toestemming van DBH wordt hier onderstaand plaatje uit het beroepsschrift gepubliceerd.
DBH Beroepsschrift tariefbeschikkingen NZa (hier/hier), Tabel 39, pg. 116, 11 april 2025
Conclusie: De DBH vindt dat er 12.500 euro als noodzakelijke vergoeding ICT in jaar 2025 in de tarieven moet zitten bij een normpraktijk van 2095 burgers. DBH meldt in de tekst dat “de ICT-kosten voor een basispraktijk bestaan uit de licentie HuisartsInformatieSysteem (het HIS) en de kosten voor de hosting van de data, de koppelingen met externe partijen als zorgdomein, Persoonlijke Gezondheids Omgeving (PGO), lifeline (voor beveiligd mailverkeer tussen zorgverlener en HIS) en andere partijen. Deze kosten nemen relatief weinig toe naarmate er meer gebruikers (personeelsleden) zijn. De kosten moeten dan ook door de door de NZa vastgestelde tarieven voor S1 worden gedekt. Voor een basispraktijk van 2.095 verzekerden betaalt de huisarts circa € 8.500 aan licenties voor het HIS (huisartsinformatiesysteem; dit is conservatief; 42% van alle praktijken betaalt 30% meer), € 1.000 voor het PGO en andere diensten en zo’n € 3.000 aan hostingskosten. Dit komt neer op € 12.500 per basispraktijk per jaar.”
Nu het praktijkhouderschap van huisartsen zich op een kantelpunt bevindt (blog), is het extra spannend voor sector en burgers welke correcties de Zorgautoriteit op basis van de CBb-uitspraak voor 18 mei 2026 gaan toepassen. Waarna de uitkomst ook nog op zorgvuldige wijze in zorgcontracten moet worden verwerkt (stap 8 + blog).
**Ziekenhuizen
Ook in ziekenhuizen wordt vastgesteld dat ICT-kosten in alle categorieën stijgen (NVZ, 12 januari 2026). De bevindingen van CIO’s van 30 leden van branchevereniging NVZ zijn meegenomen in hun kostenonderzoek. NB: een CIO (“Chief Information Officer”) is de hoogste leidinggevende binnen de ziekenhuisorganisatie die verantwoordelijk is voor IT-strategie, informatietechnologie en digitale transformatie.
“Kostenonderzoek Zorg-IT en digitalisering”, (KPMG, november 2025)
|
· De begroting stijgt in 2025 met 4,6% met stijgingen in alle kostencategorieën. · De hoogste stijgingen zitten in software (+7%) en intern personeel (+7,6%). · Stijgende uitgaven voor software zijn het EPD (+11%), ERP (+12%), Cloud omgevingen (+53%), Virtual Desktops (+17%) en firewalls / security (+53%). · Naast zichtbare IT-uitgaven ontstaan niet-gecategoriseerde lasten door databeheercomplexiteit, integraties en aanvullende ondersteuning van eindgebruikers. Ook niet beschikbare data leiden tot inefficiency, extra inzet of herstelkosten. |
Informatiebeveiliging en het EPD worden door bijna alle CIO’s (respectievelijk 80% en 70%) geselecteerd als de hoogste prioriteiten voor IT en/of de Digitale strategie. Dit vertaalt zich ook bij de gemelde percentages van specifieke kostenstijgingen (zie kader boven + hier). Slechts 29% ziet dat digitalisering heeft geleid tot hogere kwaliteit van zorg.
Wat betreft budget, gemiddeld zijn hiermee 61% van de beoogde investeringen in 2024 daadwerkelijk gerealiseerd. Ofwel: 39% van de begrote investeringen in IT zijn verkleind, geannuleerd of uitgesteld naar een later moment. Citaat: “Dit vergroot het risico op achterstallig onderhoud van infrastructuur en onvoldoende investering in innovatie, waardoor de continuïteit en toekomstbestendigheid van de zorg onder druk komen te staan (einde citaat).”
Ziekenhuizen zien verder dat softwareleverancier ChipSoft marktleider is in het ziekenhuissegment met inmiddels 76% van de ziekenhuizen als klant. Europese (hier) en Nederlandse (hier) wetgeving en de opkomst van AI-ondersteunde zorg geeft druk om te kiezen voor geïntegreerde, toekomstbestendige oplossingen, waarbij ziekenhuizen steeds vaker kiezen voor het geïntegreerde Patiënt Data Management Systeem (PDMS) van hun EPD-leverancier. Hier profiteert ChipSoft het meest van ten koste van concurrenten (hier/hier/hier). Hetgeen in de winst van jaarcijfers van het Nederlandse bedrijf is terug te zien (hier/hier/hier).
Winst maken als goed bedrijf mag en moet, maar is deze winst binnen een zorgsector nog proportioneel? Deze vraag mag gesteld worden als daarnaast blijkt dat 39% van beoogde investeringen in digitalisering in ziekenhuizen niet gehaald worden (hier).
En verder…
(1). Toezichthouder ACM ziet begin 2025 dat ICT-markten in de zorgsector niet goed werken, omdat veel digitale informatiesystemen nu gesloten informatiesystemen zijn. Met ‘geslotenheid’ doelt de ACM op een inrichting waarbij zorgdata opgesloten zit in één ICT-systeem en andere ICT-systemen (van andere leveranciers en zorgaanbieders) geen of zeer beperkte toegang kunnen krijgen tot de database en de data (hier/hier/hier/hier/hier).
(2). In dezelfde tijd presenteert McKinsey vijf cruciale acties (hier) om (citaat) “de huidige evolutie van digitale zorg te transformeren in een ware revolutie.” En stelt dat (citaat) “bij succesvolle implementatie en opschaling het potentieel van digitale zorg oplopen tot maar liefst 22 miljard euro, zijnde ongeveer 20 procent van alle zorgkosten.” Hoe (ir)reëel dan ook, het rapport meldt in elk geval wel de noodzaak van (citaat) “juiste financierings-mechanismen met een centrale aansturing om digitale zorg mogelijk en aantrekkelijk te maken.”
(3). In oktober 2025 presenteert het ministerie hoe zij zien hoe inzet van kunstmatige intelligentie (AI) in zorg en welzijn aan kan sluiten bij de afspraken van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Los van de inhoud en organisatie, kunnen hiervoor een deel van de ‘doorbraakmiddelen’, dus een deel van in totaal 400 miljoen in 2027 en 400 miljoen in 2028, worden ingezet (Kamerbrief, 6 oktober 2025 + Skipr, 10 oktober 2025). Bij gemelde implementatie van AI-toepassingen in processen voor zorg en welzijn wordt gestart met spraak-gestuurd rapporteren en capaciteitsplanning, met uitbreidingsmogelijkheden naar diagnostische AI in een later stadium.
(4). Eind 2024 is de Nationale strategie voor het gezondheidsinformatiestelsel aan de Tweede Kamer gepresenteerd (hier/hier/hier/hier). Deze strategie beschrijft aan de hand van acht doelstellingen wat gedaan moet worden om één integraal gezondheidsinformatiestelsel te bereiken. “Een breed speelveld aan zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, burgers, regionale samenwerkingsorganisaties, kenniscentra, ICT-leveranciers en andere aanbieders van digitale gezondheidsdiensten moet samen aan de slag”, zo wordt gemeld. Financiering komt als onderwerp even/summier aan de orde (pg.22/23).
Beschouwing
Dat de Monitor Digitale Zorg 2025 zich niet uitspreekt over uitvoeringskosten is misschien te verklaren door het feit dat de vier gestelde onderzoeksvragen (pg.9 van 67) hier ook niet op gericht zijn. Maar dat zou toch te makkelijk zijn: op de vraag (vraag 1) welke ontwikkelingen gezien worden in het gebruik van digitale zorg, kan m.i. worden gemeld dat kostprijzen van bestaande ICT en noodzakelijke innovaties niet (voldoende) in beeld zijn, waarna het lastig(er) wordt te kiezen.
Of, zoals mijn collega blogger zijn bijdrage eindigt (hier): “Heldere communicatie wat ICT-applicaties en -systemen kosten dient een prioriteit te zijn zodra leveranciers huisartsen benaderen over hun producten.” Het voordeel daarvan is dat vervolgens sneller geanticipeerd kan worden zodat de Zorgautoriteit de berekende kosten opneemt in tarieven van de basiszorg binnen segment 1. Waarna ook perifere verzekeraars in hun overleg met RHO’s/OTH’s bereid zijn het kostenrestant van ICT-innovaties (stap 5) binnen de segmenten 2 en 3 in contracten te vergoeden (stap 8).
Maar vóóraf is te hopen dat gebruikers- en beroepsverenigingen zich bij innovaties alvast uitspreken over het wel/niet bestaan van een meerwaarde bij praktijkvoering (stap 3 en 4). Net zoals het Zorginstituut regulier bij zorginnovaties voor de basisverzekering zich niet alleen uitspreekt over effectiviteit, noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid, maar ook over kosten en pakketcriterium kosteneffectiviteit. Dat wordt pakketbeheer genoemd. In navolging daarvan kan hier gesproken worden van ICT-beheer.
De rol van de beroepsverenigingen (AZWA-partij!) is voor een kostprijsberekening “digitaal contact” mede cruciaal sinds zij (LHV/NHG/InEen, 21 februari 2025) een werkagenda 2025-2028 hebben opgesteld (hier), waarbij ten behoeve van betere gegevensuitwisseling diverse activiteiten en projecten op het gebied van digitalisering in de huisartsenzorg worden uitgevoerd.
In onderstaand plaatje de 7 items bij persoonlijke continuïteit van de toekomstvisie “Visie Huisartsenzorg 2035”, samengevoegd met de noodzakelijke databeschikbaarheid van informatie voor het dagelijks werk. Tezamen een ambitieuze werkagenda die bij dezelfde partijen evenveel ambitie vraagt bij het realiseren van een financieel ICT-plaatje op praktijkniveau van kosten én… baten (blog).
Uit Toekomstvisie en ICT-werkagenda huisartsenzorg
Tot slot
Als hamvragen blijven, binnen alle zorgsectoren gezien de vele ambities en ‘stormachtige’ technologische ontwikkelingen (hier/hier/hier/hier), actueel: welke Informatie en Communicatie Technologie verbetert waarom integrale zorg en praktijkvoering, wat zijn daarvan de kosten en wie gaat dat wanneer en hoe toepassen en betalen?
ICT- inhoudsdeskundigen (bv.), ook binnen beroepsgroepen (bv.), zeg het maar. Beschrijf als “gebruiksgericht ontwerp” (citaat Jelle Keuper), binnen de door 20 AZWA-bestuurders gemaakte afspraken (2025), onderling afgestemd, per sector de implementatie van het hele uitvoeringsplan.
Eerdere blogs over zorg-ICT/eHealth
14.05.2018: De waarde van eHealth (toegankelijkheid)
29.08.2018: Niet een PGO, maar een e-community biedt kans op meer zelfregie (ervaringen delen)
26.09.2018: Medische noodzaak versus privacy (bij informatie-uitwisseling)
10.12.2018: Op weg van een digitale chaos nu naar bewezen ICT-meerwaarde straks
10.09.2019: Wie is er geholpen met een PGO? (inzage beter? Aan het werk met eigen gegevens!)
16.09.2019: Probleem in zorg-ICT en dan ook nog de cybersecurity (mogelijkheden overschat)
27.01.2020: De praktijkkostenvergoeding van de huisarts (de 5 stappen van PKO naar dagtarief)
07.12.2020: Cybercriminaliteit gaat ook zorgsector niet voorbij (Hof van Twente/situatie NL)
13.02.2021: De juiste ICT op de juiste plek: wie durft de kosten te berekenen? (digitale transitie)
23.07.2021: Verwijsapplicatie ZorgDomein in private handen: goed idee? (Rabo à publieke borging)
03.08.2021: Er is recht op passende zorg, niet op voorhand op digitale zorg (ZN/PFN-wens wetgeving)
17.03.2022: Reflectie op speerpunten zorgkoers kabinet Rutte IV (3) (zorgICT = speerpunt 13)
10.12.2022: Artificiële intelligentie als de nieuwe beleidsmedewerker (https://chat.openai.com/chat)
20.10.2023: Digitaal consult optioneel, maar geen verplichting (wetsvoorstel/onderzoek Maastricht)
09.12.2024: Promovendus ziet financiële risico’s doorgeschoven worden naar zorgorganisaties
23.01.2025: Voor “iedereen een huisarts”? Dat impliceert zorginkoop met passend contract
28.01.2025: ICT in de zorg gaat behalve over zorg (ook) over HIS, ZIS, GIS, NEN en NVS (>2035)