Het dossier “Co-Med Zorg B.V.” is dit voorjaar 2025 overgedragen aan het Openbaar Ministerie vanwege de constatering dat gevonden dubieuze feiten bij hun bedrijfsvoering verder binnen het strafrecht moeten worden behandeld (NZa, 20 maart 2025).

Hoe kon het toch zo misgaan met Co-Med? Van eerst door verzekeraars geduide innovatie binnen de huisartsenzorg (2019 e.v.), naar het leveren van ondermaatse zorg en vervolgens het faillissement van twaalf huisartspraktijken met 38.000 patiënten (05.07.2024).

Het mogelijke onrechtmatig declaratiegedrag door Co-Med heeft de NZa op 15 november 2023 doen besluiten het dossier over te dragen aan de Nederlandse Arbeidsinspectie. Op 11 december 2023 geeft de officier van justitie het akkoord op de start van een strafrechtelijk onderzoek, met 1,5 jaar later deze melding van de Zorgautoriteit.

Een ‘lerende’ evaluatie vanuit de overheid

Het faillissement van Co-Med is voor het ministerie van VWS recent aanleiding geweest om adviesgroep“ABDTOPConsult” te vragen een ‘lerende evaluatie’ uit te voeren (plaatje onder blogtitel). Het ministerie voert dit samen uit met de betrokken hoofdrolspelers bij dit dossier, zijnde de toezichthouders (de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit), de zorgverzekeraars die het meest betrokken waren bij de casus Co-Med (CZ en VGZ) en de directie Patiënt en Zorgordening van VWS.

Deze evaluatie heeft in het rapport geleid tot het benoemen van 8 leerpunten, die in een kader in het slot van deze blog zijn samengevat.

Nog recent werd de Tweede Kamer geïnformeerd over het rapport (rapport, 28 augustus 2025) , inclusief een begeleidende Kamerbrief (VWS, 30 september 2025). In deze Kamerbrief stelt de minister vervolgens dat “met dit rapport wij een belangrijk tussenmoment in een lerend proces hebben bereikt. Dit vooral om, mocht zich in de toekomst onverhoopt casuïstiek voordoen zoals bij Co-Med, te voorkomen dat er vergelijkbare situaties voor patiënten ontstaan (einde citaten).”

Nadere beschouwing

ABDTopconsult is een adviesgroep, zoals staat vermeld, “van en voor de Rijksoverheid”. Dat zijn hier dus eigen topambtenaren die deze casus Co-Med hebben onderzocht. Helaas is geen externe partij gevraagd voor de evaluatie, daarom is het rapport een interne evaluatie van eigen overheidsfunctioneren.

De adviesgroep heeft in het rapport (pg. 37 t/m 46) een heldere tijdlijn uitgezet, waarbij de start en het einde van Co-Med in één onderstaand plaatje (door mij) zijn samengevoegd…

 

Wat staat er wél in het rapport?

Ter informatie, elf citaten uit het rapport, met kort commentaar mijnerzijds.

*Citaat: “De twee oprichters die de zorginhoud van Co-Med vormgeven hebben een goede, gevestigde naam in de huisartsenzorg en staan bekend als innovatieve zorgbestuurders. Hierdoor heeft Co-Med bij de start veel ‘krediet’ en zelfs steun in de rug van de zorgverzekeraars.”

AM: Dat is dus een verkeerde beoordeling geweest.

*Citaat: “de eerste signalen over het functioneren van Co-Med komen vrijwel niet van patiënten, maar van andere zorgaanbieders in het stelsel zoals andere huisartsen, ziekenhuizen en apotheken.”

AM: niet zo vreemd, zorgverleners op de werkvloer zijn meestal de snelste duiders van wat er mis is. Maar ja, wat meldt het rapport: “Verzet van gevestigde huisartspraktijken in een regio waar Co-Med zijn opwachting maakte, werden gezien als weerstand tegen verandering en vernieuwing.

*Citaat: “Het stelsel biedt ruimte aan private en publieke partijen om te innoveren. Innovaties die de kwaliteit van de zorg verbeteren. Maar ook innovaties die bijdragen aan een betere betaalbaarheid van de zorg. Aan beide is behoefte. De opkomst van Co-Med moet tegen die achtergrond worden geplaatst.

AM: Ook dit is een verkeerde inschatting geweest. Een nieuwe partij laagdrempelig accepteren betekent als zorgverzekeraar niet zelf te hoeven acteren ten aanzien van de in de wet vastgelegde zorgplicht richting de premiebetaler. Deze lankmoedige houding komt later als een boemerang terug bij verzekeraars.

*Citaat: “Er waren wel contacten tussen NZa en IGJ over bijvoorbeeld de tekorten aan personeel in de huisartsenzorg en lopende casuïstiek, maar pas vanaf begin 2024 zijn deze overleggen formeel geborgd in een structureel (driewekelijks) overleg. Met: Ieder deed ook zijn eigen onderzoek op eigen gronden. Er is geen gezamenlijk onderzoek gestart vanuit de toezichthouders.

AM: Het ontbreken van integraal toezicht is niet iets van nu en zeker niet alleen van toepassing bij Co-Med (blog, 2020). Pas in maart 2024 verscheen er een gezamenlijk rapport (IGJ/NZa).

*Citaat: “De op 12 juni 2025 georganiseerde bijeenkomst was de eerste waarin de hoofdrolspelers gezamenlijk terugkeken.”

AM: Dat is dan duidelijk voor gedupeerde burgers en medewerkers!

*Citaat over bedrijfsketens: “Toch wordt geconstateerd dat met de wettelijke kaders, ook met de voorgenomen aanpassingen, de handvatten voor uitsluiting op financiële gronden van aanbieders beperkt zijn. De toetredingsregels en -vereisten in het financiële domein gaan bijvoorbeeld verder dan in de gezondheidszorg. En: “Ook de aangekondigde wetswijziging (Wibz) zal volgens de NZa niet de zekerheid bieden dat een toetreding van een ‘nieuwe Co-Med’ adequaat kan worden beoordeeld.”

AM: dat is trieste constatering, gezien alle opgelegde generieke beperkingen binnen Wmg, Wtza (blog) en de nog te starten Wibz. De wetgeving zelf werkt blokkerend en niet faciliterend, omdat noodzakelijke keuzes ontbreken. Controle is goed, niet generiek, maar wel nodig specifiek (op indicatie).

*Citaat: “De belangrijkste taak van de toezichthouders is het borgen van de continuïteit en kwaliteit van de (huisartsen-)zorg, niet het voorkomen van een onverhoopt faillissement.”

AM: in een sector met nagenoeg een 100% top-down regulering (wet/prijs/contract), blijft het financieel risico bij de praktijkhouder (zie ook deze zaak + blog, 2024). Dan wordt opeens gesproken van een ‘ondernemer met een ondernemersrisico’.

*Citaat: “Tegelijk wordt erkend dat in een situatie van een dreigend tekorten aan huisartsenpraktijken een kritische doorlichting van nieuwe (keten-)aanbieder op gespannen voet staat met de zorgplicht. Voorts zijn de sturingsmogelijkheden via contractering voor zorgverzekeraars beperkt.”

AM: Er zijn genoeg huisartsen, er zijn te weinig kleinschalig werkende praktijkhouders (kleinschalig aan de voorkant, samenwerkend aan de achterkant). Goede oplossingen liggen voor het oprapen (zie beroepsverenigingen). Leidend motto: maak het praktijkhouderschap aantrekkelijker (blog, 2017 + blog, 2018+ blog, 2019 + blog,2020 + blog,2021 + blog,2022 + blog,2023blog,2024 + blog,2025 + NZa: opdracht)!

*Citaat: “Wat verschillende gesprekspartners opmerken is dat de opkomst van bedrijfsketens als Co-Med ook nieuwe kennis en vaardigheden bij de toezichthouders vereist, vooral op het gebied van financiën en governance.”

AM: elk beroep/vak vraagt om bijscholing, dat is hier niet anders.

*Citaat: “Gesprekspartners gaven er blijk van regelmatig handelingsverlegenheid te ervaren bij het inspelen op de geconstateerde problemen bij Co-Med.”

AM: bij het vastgestelde ontbreken van tijdig toegepast integraal toezicht, naast nog steeds een ontbrekende prijstransparantie bij wat noodzakelijke huisartsenzorg kost (blog), is deze ervaring van handelingsverlegenheid van genoemde hoofdrolspelers een logisch feit.

*Citaat: “Gewisseld wordt dat in de fase voorafgaand aan het faillissement partijen elkaar zijn verloren. De toezichthouders voelden zich ongemakkelijk over de druk vanuit VWS op het delen van informatie over hun lopende onderzoeken richting ambtelijk VWS en de minister

AM: Het niet leveren van informatie geeft (achteraf) altijd meer problemen. Een open cultuur werkt het beste, zeker als uitwassen van private equity (PE) en/of commercie (on)terecht negatieve publiciteit genereren.

Wat staat er níet in het rapport?

Het ministerie van VWS onderzoekt achteromkijkend wat er mis is gegaan. Beter is de focus te leggen op de toekomst en in te gaan op de vraag hoe huisartsenzorg beter geborgd kan worden. Dit betekent ook een publiek debat in hoeverre het wenselijk is dat er op dit moment op zijn minst 34 commerciële ketens zijn die in totaal 116 huisartsenpraktijken omvatten. Onderstaand plaatje van Nivel als tijdsbeeld (Nivel, 18 april 2024) is ook opgenomen in het rapport (pg.10)

 

Zelden is te lezen: “Ik als minister ben stelselverantwoordelijk, ik trek dit probleem op mijn bord en ik ga het oplossen”.

Terecht stelt het rapport dat (citaat) “Het helpt de toezichthouders als de publieke en politieke discussie wordt afgerond over de (on-)wenselijkheid van de commercialisering en de opkomst van private equity in de huisartsenzorg”. Dit is dus kort en krachtig de uitdaging waar overheid en politiek nu een antwoord op moeten geven: méér of mínder PE/commercie/ketens (hier)? Draagt het wel/niet accepteren bij aan de kernwaarden huisartsenzorg (hier)?

In vele Kamervragen de laatste jaren lees ik bij zorgproblemen dat de minister voor een antwoord wijst naar toezichthouders, zorgverzekeraars, brancheorganisaties, Raad van Bestuur, werkgevers/werknemers, gemeenten etc. Zelden is te lezen: “Ik als minister ben stelselverantwoordelijk, ik trek dit probleem op mijn bord en ik ga het oplossen”. Waarom als politicus/minister zorgprobleem steeds externaliseren? Hier is een systeemverantwoordelijke aan zet, niet twee toevallige verzekeraars.

Danka Stuijver (huisarts, bestuurder, columnist en opinieleider) geeft in haar boek “Dit kost ons de zorg” (2025, pg. 213 t/m 235) een helder overzicht waar de commerciële schoen (wel/niet) wringt. Haar waarschuwing is stelling 8 (citaat, pg. 250): “de financiering van de zorg is een sluipend, maar ingrijpend proces waarin publieke waarden naar de achtergrond verdwijnen, terwijl commerciële belangen terrein winnen (einde citaat).”

Problemen over noodzakelijke basisaanpassingen in wet- en regelgeving zijn niet van vandaag of gisteren. Al jaren geleden was er aandacht voor noodzaak van integraal toezicht als onderdeel van een stelselverbetering (blog, 2020), aandacht voor het nut van prijstransparantie (blog, 2018/blog, 2018), de last van de Mededingingswet (blog, 2016), de rol van banken (blog, 2018) en aandacht voor gewenste aanpassingen van het zorgstelsel (blog, 2018, blog, 2019) etc. Allemaal blogs van meer dan 5 jaar geleden.

Van toezichthouders en ministeries zelf mag, zoals nu gemeld, óók aantoonbare samenwerking gevraagd worden als tegenwoordig in elk zorgrapport van overheid en toezichthouder melding wordt gemaakt van “domein overstijgend werken”, van “samenwerking” (HLO/AZWA: blog + blog/blog), van “zorgvuldige fusie” in het kader van concentratie/spreiding (hier) en van “Health in all Policies” (bv. preventie).

Anno 2025 is de meerderheid van de Tweede Kamer tegen commercie in de zorg (nieuwe verkiezingen staan voor de deur) en stellen drie opeenvolgende ministers dat PE gezien de kenmerken van de Zorgverzekeringswet niet geweigerd en/of gestopt kan/mag worden (blog, 22 september 2025). Dat kan zijn, maar als absolute voorwaarde aan winstuitkering/doorverkoop etc. is het feit gekoppeld dat geleverde zorg voldoet aan normen van de beroepsgroep (hier) en in positieve zin bijdraagt aan betaalbaarheid, toegankelijkheid, doelmatigheid en kwaliteit. Voor huisartsenzorg is er, los van PE/commercie, een mogelijkheid tot winstuitkering, maar uiteraard geldt ook voor hen de voorwaarde van levering vooraf van goede en overeengekomen gecontracteerde zorg.

Tot slot

Iedereen zal wel begrijpen dat er een standpunt moet komen over commercie en externe financiering. Zo denkend, heeft het dossier Co-Med toch een bijdrage geleverd aan de noodzakelijke publieke discussie. Misschien kan de aangekondigde staatscommissie (blog) verder het voortouw nemen en het ijs richting de toekomst breken.

Dan wel antwoord geven op de vraag of “dijkbewaking” (leerpunt 5 adviescommissie, zie onder) niet gewoon betekent huisartsenzorg te beschouwen als een nutsvoorziening (hier) in plaats van een private onderneming (blog, 2022)? Een “ondernemer” zonder (blijkbaar) betekenisvolle inbreng in contracten en prijzen (2025, podcasts)?

Citaat Danka Stuijver (boek “Dit kost ons de zorg”, pg.222) over dit onderwerp

Citaat: “Continuïteit van zorg en een langdurige vertrouwensrelatie tussen huisarts en patiënt vormen de kernkwaliteiten van de huisartsenzorg. Patiënten die hun huisarts langere tijd kennen gebruiken minder onnodige zorg en blijven bovendien langer leven. Daarnaast spelen huisartsen met een vaste praktijk of patiëntengroep een cruciale rol in hun gemeenschap. Ze kennen de wijk, signaleren wie extra zorg nodig heeft en dragen bij aan preventie en gezondheidspromotie. Door huisartsenzorg als nutsvoorziening te benaderen, kan deze maatschappelijke functie worden versterkt.”

De verkiezingen van de Tweede Kamer op 29 oktober a.s. zijn mede daarom belangrijk en zullen zeker deze maand in een van mijn blogs nog een onderwerp zijn.

De lerende evaluatie met 8 door topambtenaren genoemde punten mag inderdaad uiteindelijk geen eenmalige activiteit zijn (zie leerpunt 8). Er is mijns inziens nog een 9e leerpunt: evaluatie van PE/commercie inclusief aanpassing wet- en regelgeving kan niet plaatsvinden zonder evaluatie van de Zorgverzekeringswet (blog + artikel, 1 oktober 2025).

Acht genoemde leerpunten in het rapport (ABDTopconsult, 28 augustus 2025)

Leerpunt (1) is dat het nodig is en blijft het gedachtegoed achter het stelsel steeds weer goed uit te leggen. Niet alleen bij een incident als het faillissement van Co-Med.

Leerpunt (2): de behoefte bestaat aan een plek waar het gesprek over en het bekloppen van nieuwe concepten gebeurt. VWS als stelselverantwoordelijke kan het op zich nemen deze ‘leerplaats’ te creëren. Het aandragen van bespreekpunten kan komen vanuit VWS (bijvoorbeeld op basis van gedachtevorming in de Tweede Kamer) maar zal in de praktijk vaker door de zorgverzekeraars moeten gebeuren. Zij worden immers als eersten geconfronteerd met nieuwe concepten en hebben de contacten in de zorgregio’s. Verschillende aanbevelingen uit het rapport van IGJ/NZa over de ketens in de huisartsenzorg zijn ter hand genomen. Denk aan de wetsvoorstellen Wibz en de voorgenomen aanpassingen met betrekking tot de zorgfusietoets. In het licht van het voorgaande kan het geen kwaad te bezien of het maximale uit de aanbevelingen wordt gehaald. Neem als VWS je stelselverantwoordelijkheid om deze ontwikkeling naar een ‘leerplaats’ te entameren. Schroom niet om daar ook de wetenschap bij in te schakelen.

Leerpunt (3): De stand van de wet- en regelgeving laat onverlet de verantwoordelijkheid bij zorgverzekeraars en toezichthouders om je door de aanbieder van het nieuwe concept te laten overtuigen van de levensvatbaarheid van het concept:

*Hoe ziet het businessplan eruit? Is dit passend, kijkend naar ‘de bedoeling’ van ons zorgstelsel?

*Hoe stevig is het financiële fundament? (Benutten van de financiële ratio’s die in andere domeinen gebruikelijk zijn).

*Hoe zijn binnen de organisatie de checks en balances georganiseerd? (Governance toets).

*Hoe is naar verwachting het draagvlak in het bestaande veld van huisartsenpraktijken?

Vind een plek en neem de tijd om de beelden hierover met elkaar uit te wisselen. Zodat iedere speler ook kan bepalen welke implicaties dit heeft voor de eigen taak- en rolinvulling.

Leerpunt (4): Het beter en eerder delen van signalen is misschien wel het belangrijkste leerpunt uit deze evaluatie. Hoeveel haken en ogen er ook aan dit onderwerp zitten, verbeteringen zijn nodig. Op straffe dat na een volgend incident geconstateerd wordt dat het wederom niet gelukt is de wel degelijk aanwezige signalen snel bij elkaar te brengen. Laat onderzoeken en uitwerken welke informatie-uitwisseling tussen toezichthouders onderling en tussen toezichthouders en zorgverzekeraars mogelijk is en waar de grenzen liggen. Schakel de wetenschap in.

Leerpunt (5): Ontwikkel een escalatie pad om – in het verlengde van leerpunt (4) – ook op bestuurlijk niveau (betrokken coördinerend zorgverzekeraar, NZa, IGJ, ambtelijk VWS) te kijken welke ‘verhoogde dijkbewakingsmaatregelen’ denkbaar zijn voordat daadwerkelijke escalatie aan de orde is. Maatregelen die in de eerste plaats de verantwoordelijke zorgverzekeraar kan gaan nemen.

Leerpunt (6): Ga juist nu – met het stof gedaald rond Co-Med maar de ervaringen nog scherp op het netvlies – met elkaar (VWS als stelselverantwoordelijke, IGJ en NZa als toezichthouders en zorgverzekeraars) in gesprek over elkaars toezichtvisie en de wederzijdse verwachtingen die daaraan gekoppeld zijn. Met respect voor elkaars verantwoordelijkheden en de vastgestelde toezichtkaders. Maar ook met begrip voor elkaars behoeften, noden en dilemma’s. Zo ook met oog voor de mogelijkheden voor een meer afgestemde inzet van het instrumentarium van eenieder. Bruggen slaan in tijden van kalm weer is nodig om klaar te zijn als zich opnieuw een Co-Med achtige situatie voordoet.

Leerpunt (7): Ben beter voorbereid op een faillissement in de (huisartsen)zorg. Plan met de curatoren het moment waarop deze lerende evaluatie wordt aangevuld met de leerpunten voor de afwikkeling van faillissementen in de zorg. Betrek daarbij ook de zorgverzekeraars. Neem als VWS het voortouw.

Leerpunt (8): Deze lerende evaluatie is uiteindelijk een eenmalige activiteit. De kunst is daar een vervolg op te creëren. De aanwezigen op de gezamenlijke sessie op 12 juni zijn bij uitstek de groep die ervoor kan zorgen dat opvolging wordt gegeven aan de leerpunten. Bepaal op welke wijze je met elkaar het stokje van ABDTOPConsult overneemt. Waak voor een verbureaucratisering van het vervolg. Daar zit niemand op te wachten. Zorg wel voor duidelijke rugnummers.

Eerdere relevante blogs over plaatsbepaling bedrijfsketens

19.03.2020: Maak het praktijkhouderschap huisarts aantrekkelijker (aantal, bekostiging, spreiding)

05.11.2020: Bij huisartsenzorg blijkt eigenaarschap praktijk van secundair belang (1) (Quin ACM NZa)

07.09.2021: Bij huisartsenzorg (b)lijkt eigenaarschap van secundair belang (2) (fout: van primair belang)

08.10.2021: Het hebben van een vaste huisarts leidt tot betere zorguitkomsten (3 indicatoren)

04.11.2022: Politiek aan zet: vaste zorgrelatie geeft werkplezier en betere zorg (aanpak G-Br.)

09.01.2023: Leidt actuele goodwilldiscussie tot ander overnamebeleid huisartspraktijk? (Co-med)

22.02.2023: Kostenvergoeding huisvesting huisartspraktijk vraagt nieuwe berekening (IZA/PKO)

04.04.2023: Zélf richting geven aan sturing zorgaanbod en bedrijfsvoering (Commercie,PKO,IZA etc.)

07.04.2023: Rapport “De basis op orde”, nu voortgang aan IZA-thematafel 1e lijn (RVS-IZA/OECD)

08.05.2023: Behoud van kernwaarde continuïteit als baken van vooruitgang (commercie/ketens-contract)

27.05.2023: Huisartsen stellen beroep in bij hoogste rechter economisch bestuursrecht (CBb)

25.08.2023: Oordeel toezichthouders private equity in huisartsenzorg laat te lang op zich wachten

11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio))

30.10.2023: Huisartsen strijden terecht voor rechtvaardiger tarief basiszorg (CBb/beschikking)

06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)

22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)

08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking

27.02.2024: Kanttekeningen bij visie eerstelijnszorg 2030 (historie, regio, GR, AMW, gemeente)

13.03.2024: Beperkt toezicht geeft huisartsenzorg leverende bedrijfsketens veel vrijheid (NZa)

18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)

16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg

25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)

11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?

25.06.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (19) (n.a.v. tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord)

28.06.2024: Zorgcontractering als speelbal van beleid (wijzigingen zorgcontractering: Mous/Maverick)

10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg

27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)

25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)

22.09.2025: Regulering winstuitkering zorg (winstuitkering, commercie, investeerders, Wibz/PE)

 

Vragen of opmerkingen?