Inspirerende mensen hebben we nodig in de zorg en dus ook inspirerende artsen. Artsen die goed werk leveren via een combinatie van vakmanschap, morele verantwoordelijkheid en persoonlijke betrokkenheid. Vandaag in de schijnwerper: Igor Monzon

Igor is sinds 1998 huisarts in Leeuwarden, tevens kaderarts bewegingsapparaat. Hij is een groot voorstander van anderhalvelijns zorg, tegenwoordig zorg via meekijkconsulten genoemd. Hij noemt zichzelf “activistisch” ingesteld. Verder is hij politiek actief en was verkiesbaar bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021.

Het etiket “inspirerend” is gekoppeld aan het door Igor telkens weer wijzen op, en schrijven over, de gevaren van het verplaatsen van zorg naar huisartsen, zónder dat op landelijk én lokaal niveau door betrokken huisartsen daarvoor akkoord is gegeven. Nu is deze ‘strategie’ bekend onder namen als stille substitutie, schijnsubstitutie of sluipsubstitutie. Daar waar beleidsmatig (bestuurlijke) afspraken over overeengekomen zorgverplaatsing, over verwijzing naar 2e lijn, over terugverwijzing naar 1e lijn en/of over meekijkconsultaties, worden bedoeld. Afspraken (voorbeeld/voorbeeld/voorbeeld) die als zodanig als ‘samenwerking tussen eerste en tweede lijn’ ook in media verschijnen en in alle vrijheid van commentaar worden voorzien.

Het geagendeerde probleem van niet overeengekomen verwijzen is van alle tijden, vroeger vaak verhuld onder de vlag van ‘taakherschikking’, ‘herallocatie’ of zelfs ‘versterking 1e lijn’. Gelukkig zijn er (huis)artsen die het probleem niet alleen herkennen, maar het ook publiekelijk blijven benoemen. Igor is daarbij, zo blijkt, een goed voorbeeld. En durft ook de risico’s te benoemen.

Zoals recent, in 2026…

LinkedIn, Igor Monzon, 23.10.2026

De aap komt uit de mouw: de huisarts als afvalputje van de zorg!
In het artikel (22.10.2026) in de Volkskrant ‘We volharden in een systeem dat niet werkt’ doet psychiater Manon Kleijweg een onthutsende bekentenis. De directie van haar GGZ-instelling besloot de lithiumpoli te sluiten. Niet omdat de zorg niet meer nodig was. Niet omdat huisartsen deze zorg beter kunnen leveren. Maar om puur financiële redenen. De patiënten moesten maar worden ‘terugverwezen naar de huisarts’.
Als huisarts zie ik al jaren dat patiënten met zeer ernstige psychiatrische problematiek steeds vaker niet meer bij de psychiater lopen, maar bij de huisarts terechtkomen. Ik dacht altijd dat dit vooral kwam door de afbouw van de verblijfspsychiatrie. Maar kennelijk is het óók bewust beleid om specialistische zorg af te stoten. Puur vanwege kosten.
Stel je eens voor dat een ziekenhuis aankondigt: ‘We sluiten de afdeling oncologie. Die is te duur. Voortaan moeten huisartsen de kankerpatiënten maar behandelen.’
Iedereen zou op zijn achterste benen staan! Maar in de GGZ lijkt deze redenering inmiddels acceptabel. Dat de huisarts niet dezelfde specialistische kennis heeft? Kennelijk niet relevant…
Natuurlijk begrijp ik dat GGZ-instellingen niet voor niets kunnen werken. Maar dat geeft niemand het recht om eenzijdig te besluiten dat een andere beroepsgroep het werk maar moet overnemen. Ga in overleg! Maak afspraken! Betrek de zorgverzekeraars én de huisartsen! Regel verantwoordelijkheden, capaciteit en financiering.
En waar is de NZa? Wie bewaakt de toegankelijkheid en continuïteit van zorg? Waarom wordt niet ingegrepen wanneer instellingen om financiële redenen specialistische zorg afstoten zonder dat de opvolgende zorg goed geregeld is?
Het voorbeeld van de lithiumpoli is extreem, maar staat helaas niet op zichzelf.
In Leeuwarden besloten internisten eenzijdig dat zwangere vrouwen met schildkliermedicatie voortaan door de huisarts behandeld moeten worden. Dermatologen behandelen geen wratten meer. Patiënten met relatief eenvoudige botbreuken worden na röntgenonderzoek teruggestuurd naar de huisarts in plaats van naar de traumatologie. De SEH is immers te druk.
Alsof onze spreekuren leeg zijn. Alsof wij onbeperkt tijd, mensen en middelen hebben.
Het wrange is dat huisartsen veel van deze zorg inderdaad prima kunnen leveren. Maar ook de huisarts zit helemaal vol.
Vroeger werd over zorgverschuiving overlegd. Tegenwoordig lijkt het recept steeds vaker: een instelling heeft een probleem, neemt een eenzijdig besluit en schuift de gevolgen door naar de huisarts. En het gebeurt overal: vanuit de GGZ, ziekenhuizen, ouderenzorg en het sociaal domein. Iedere sector probeert zijn eigen problemen op te lossen door werk bij de huisarts neer te leggen.
Want goede zorg organiseer je samen. Die schuif je niet eenzijdig over de schutting.
Blijkbaar kan de huisarts tegenwoordig alles. Dat is natuurlijk onzin.

Maar ook eerder in 2025…

LinkedIn, Igor Monzon, 19.09.2025

“Met toenemende verbazing zie ik hoe jonge specialisten en AIOS omgaan met huisartsen. Twee jaar geleden hebben wij uitgebreid overleg gevoerd met de poliklinieken over verwijzingen, verantwoordelijkheden en samenwerking. Dat leverde destijds veel duidelijkheid op: er bleken hardnekkige misverstanden te bestaan en de workflow verbeterde zichtbaar.
Maar nu, twee jaar later, lijkt die vooruitgang grotendeels verdwenen. Nieuwe specialisten en AIOS sturen opnieuw brieven waarin zij de huisarts verzoeken om behandelingen voor te schrijven of verwijzingen te regelen — soms zonder goede medische noodzaak of duidelijke onderbouwing. Dit is niet alleen verwarrend voor patiënten, maar ook strijdig met de landelijke richtlijnen over werkverdeling, die eenvoudig beschikbaar zijn (
www.ordz.nl).
De richtlijnen zijn helder: je start zélf een behandeling en je regelt zélf een verwijzing naar een andere specialist als je dat nodig vindt.
Wat ik me afvraag is: waar leren deze jonge artsen dit? Mijn vermoeden is dat de bron ligt bij de academische ziekenhuizen. Daar is de afstand tot huisartsen inmiddels zo groot geworden dat men nauwelijks meer beseft hoe samenwerking zou moeten verlopen. Toch verzorgen deze instellingen de helft van de opleiding, en dat heeft schijnbaar een groot effect.
Opvallend is dat de toon van de brieven wel veranderd is. Waar vroeger stond “Wilt u…”, lezen we nu: “Zou u zo vriendelijk willen zijn om…”. Maar achter de beleefde woorden blijft de boodschap dezelfde: de huisarts moet het werk overnemen. Dit lijkt eerder een juridische truc dan een echte verbetering van samenwerking. Voor de patiënt verandert er niets: die staat bij de huisarts aan de balie met de verwachting dat “de huisarts het wel regelt”.
Aan specialisten en AIOS wil ik dan ook duidelijk zeggen: doe dit niet. En aan stafbesturen: zorg voor een degelijk inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers. Leer hen meteen af om verantwoordelijkheden bij de huisarts neer te leggen die niet bij de huisarts horen. Anders blijven we in cirkels draaien en ondermijnen we niet alleen de samenwerking, maar vooral de zorg voor de patiënt.”

LinkedIn, Igor Monzin, 21.10.2025

“De laatste tijd merk ik dat ik regelmatig in situaties terechtkom waarin ik als huisarts beter op de hoogte blijk te zijn dan de specialist over wat het juiste beleid is. In principe mag worden verwacht dat specialisten binnen hun eigen vakgebied over meer expertise beschikken dan de huisarts, en patiënten gaan daar doorgaans ook van uit. Helaas blijkt dit in de praktijk niet altijd het geval.
Wanneer ik een specialist attendeer op onjuist beleid, volgt vaak een reactie in de trant van: “Wij zijn ook maar mensen; het is goed dat collega’s alert blijven en elkaar corrigeren waar nodig. Je kan mijn beleid altijd bijstellen toch?” Hoewel dit op zichzelf een redelijke houding lijkt, vind ik het te gemakkelijk. Een recent voorbeeld illustreert dit.
Een patiënt met lichte cognitieve stoornissen kreeg van de reumatoloog Denosumab (Prolia) voorgeschreven, met als motivatie dat dit “makkelijker was dan tabletten slikken”. Daarbij werd verzocht of ik als huisarts wilde zorgen voor de toediening en het herhalen van de recepten. Ondanks mijn bedenkingen — de patiënt had naar mijn mening beter behandeld kunnen worden met Alendroninezuur, een veiliger en even effectief middel — ben ik omwille van de patiënt hier toch in meegegaan, hij had het recept al bij zich.
Ik heb hierover telefonisch contact opgenomen met de reumatoloog, maar toen die aangaf geen actie te ondernemen op mijn klacht, heb ik de vakgroep schriftelijk geïnformeerd. Vervolgens heb ik de eerste injectie toegediend en calcium en vitamine D voorgeschreven. Desondanks bleek bij controle dat de patiënt deze supplementen niet had ingenomen, omdat hij van de reumatoloog had begrepen dat “tabletten niet nodig waren”. Dit leidde tot een (gelukkig milde) hypocalciëmie. Ik kan me nu al voorstellen wat een tuchtcollege hierover zou zeggen: “U had het specialistisch advies niet klakkeloos mogen overnemen, collega Monzón.” Ik probeer de situatie nu te herstellen, maar dit soort casussen komt helaas vaker voor.
Misschien speelt ervaring hierbij een rol, maar ik merk dat ik steeds kritischer word en me verantwoordelijk voel voor fouten die elders in de keten ontstaan. Toch klopt dat van geen kanten. Specialisten dienen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen, en wij als huisartsen moeten duidelijker onze grenzen bewaken. Anders worden wij te gemakkelijk meegesleept in onzorgvuldige beslissingen. Dat is niet alleen frustrerend, maar ook zorgelijk.”

LinkedIn, Igor Monzon, 23.12.2025

“Het komt steeds vaker voor dat specialisten adviezen geven aan huisartsen over diagnostiek en behandeling die worden gepresenteerd als relatief eenvoudig en goed uitvoerbaar in de eerste lijn. Recent ging het in onze praktijk daarbij onder meer om adviezen rondom de behandeling van Mast Cell Activation Syndrome, het verrichten van diagnostiek naar Posturaal Orthostatisch Tachycardiesyndroom en het starten van medicamenteuze behandeling bij autisme (Methylfenidaat). Deze adviezen volgen regelmatig na digitale meedenkconsulten en lijken structureel onderdeel te worden van de samenwerking tussen eerste en tweede lijn.
Deze ontwikkeling kent twee kanten. Enerzijds wordt hiermee een groot beroep gedaan op de brede inzetbaarheid van huisartsen. Anderzijds roept dit grote vragen op over verantwoordelijkheden en expertise. Wanneer complicaties optreden, wordt in juridische of tuchtrechtelijke contexten terecht gewezen op het handelen binnen de grenzen van het eigen deskundigheidsgebied.
Essentieel hierbij is het begrip deskundigheid. Deskundigheid is niet alleen gebaseerd op theoretische kennis, maar ook op ervaring en voldoende casuïstiek om patronen te herkennen, zowel wat betreft effectiviteit als bijwerkingen of complicaties. Voor veel specialistische aandoeningen en behandelingen ontbreekt in de eerste lijn het benodigde volume om deze ervaring structureel op te bouwen. Het is daarom van belang dat specialisten terughoudend zijn met het overdragen van specialistische taken die buiten de reguliere expertise van de eerste lijn vallen. Tegelijkertijd is het wenselijk dat huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners kritisch blijven op welke verantwoordelijkheden zij op zich nemen, en zich beperken tot zorg waarvoor zij voldoende expertise en ervaring kunnen ontwikkelen en behouden.”

Beschouwing

De zorg van Igor in 2026 over zorgverplaatsing “En het gebeurt overal: vanuit de GGZ, ziekenhuizen, ouderenzorg en het sociaal domein. Iedere sector probeert zijn eigen problemen op te lossen door werk bij de huisarts neer te leggen” stemt niet vrolijk.

Toch geeft hij zelf ook de oplossing: “Ga in overleg! Maak afspraken! Betrek de zorgverzekeraars én de huisartsen! Regel verantwoordelijkheden, capaciteit en financiering.”

De NZa is de toezichthouder die, als de sectoren zorginhoudelijk en organisatorisch akkoord zijn, de hernieuwde financiering van deze zorgverplaatsing gestalte moet geven. De sectoren zélf moeten zich publiekelijk uitspreken wáár, en onder welke condities, deze juiste plek is voor de verplaatste zorg.

Igor is niet de enige die het probleem van niet overeengekomen zorgverplaatsing heeft geagendeerd: hier + hier + hier + hier + hier + hier + hier.

In eigen blogs is het ook regelmatig, meer het financieel aspect, aan de orde gekomen. Hoewel ikzelf al 10 jaar geen huisarts meer ben, maar als een van de 18 miljoen burgers nog steeds wel belang heb bij goede zorg en werkafspraken….

07.03.2014: De financiering van het meekijkconsult is nog stiefmoederlijk geregeld (€wie)

15.01.2018: Substitutie (over potentieel verplaatsbaar zorgvolume en voorwaarden+ ELZ)

16.11.2021: Medisch generalistische basiszorg is bij Wlz niet automatisch huisartsenzorg

03.08.2022: Meekijkconsultatie: mistig bij uitvoering, bekostiging en contractering (S3+MSZ)

19.10.2022: Een andere blik op voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg (substitutie/IZA)

08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking

04.11.2025: Formalisering meedenkadvies start met kleine budgetoverheveling (van HAZ –> MSZ)

21.09.2026: Juridische druk voor tijdige mentale zorg neemt toe (2 rechtszaken: CBb+St.Recht op GGZ)

Het is overigens niet zo, dat er als bijdrage aan het oplossen van het geschetste probleem niets gebeurt: hier + hier + hier+ hier + hier + hier + hier + hier + hier + hier + binnen IZA/AZWA. Maar blijkbaar niet voldoende.

Igor bedankt voor al je bijdragen, blijf activistisch en moge voortaan de ‘juiste’ of de ‘passende’ zorg ook bij de juiste sector worden ingekocht en nadien op de juiste plek worden geleverd.

Eerdere blogs over 15 andere inspirerende artsen

19.10.2019: Inspirerende artsen (01): Piet van Loon

05.12.2019: Inspirerende artsen (02): Dirk de Wachter

03.02.2020: Inspirerende artsen (03): Wanda de Kanter

04.01.2021: Inspirerende artsen (04): Marcel Slockers

12.05.2021: Inspirerende artsen (05): Liesbeth van Rossum

13.08.2021: Inspirerende artsen (06): Arjen Göbel

26.11.2021: Inspirerende artsen (07): Nienke Nieuwenhuizen

05.04.2022: Inspirerende artsen (08): Jacques de Milliano

01.11.2022: Inspirerende artsen (09): Nico van der Lely

21.09.2023: Inspirerende artsen (10): Anita Vreugdenhil

17.10.2023: Inspirerende artsen (11): Rob Vrenken

01.12.2023: Inspirerende artsen (12): Mart van de Laar

22.01.2024: Inspirerende artsen (13): André Knottnerus

16.12.2024: Inspirerende artsen (14): Michelle van Tongerloo

05.12.2025: Inspirerende artsen (15): Ester Bertholet

 

Vragen of opmerkingen?