Op 29 januari 2025 is het wetsvoorstel “Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders” (Wibz) naar de Tweede Kamer gestuurd. Daar waar de bekende Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) sinds 2022 gaat over toetreding tot de zorgmarkt (meldplicht, vergunningplicht, intern toezicht etc.), richt de Wibz zich op betrouwbare bedrijfsvoering in deze markt.

Een van de aspecten in de Wibz betreft winstuitkeringen in de zorg (blog, 22 september 2025), een actueel onderwerp zo bleek ook weer deze maand (hier/hier/hier). Of bleek al eerder (eerder hier of hier of hier, nóg eerder).

In deze blog ga ik op beide items in: Wibz en winstuitkering

Dat de Wibz nu bij de Tweede Kamer ligt, betekent dat het nu nog de status heeft van een wetsvoorstel. Wetteksten zijn dus nog niet rechtsgeldig, amendering blijft mogelijk.

Zorgaanbieders gaan bij ingaan van de wet meer verplichtingen krijgen om hun bedrijfsvoering eerlijk te houden, zodat financiële belangen niet boven goede en betaalbare zorg gaan. Zij moeten gaan balanceren tussen het belang van de eigen organisatie, het te behartigen maatschappelijk belang en het belang van de daarbij betrokken belanghebbenden. Dat zijn er velen, zo blijkt: allereerst cliënten, patiënten, schuldeisers, maar ook financiers, zorgverzekeraars, Wlz-uitvoerders, gemeenten, werknemers en vrijwilligers. Alleen al vanwege dit brede (te breed?) belang is waakzaamheid op voorhand geboden.

Wibz: Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders

De Wibz poogt publiekrechtelijk toezicht door de overheid te introduceren op onderdelen van bedrijfsvoering van zorgaanbieders. Dat betreft onderdelen waarbij, zo meldt de overheid, “bedrijfsmatige keuzes van de zorgaanbieder een risico kunnen vormen voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg.”

Onze toezichthouders (NZa/IGJ) hebben eerder aangegeven in onvoldoende mate te kunnen ingrijpen als er wat schort aan de bedrijfsvoering van een zorgaanbieder. Deze toezichthouders krijgen met de Wibz meer handvatten om kwaadwillende aanbieders buiten de deur te houden of tegen hen op te treden.

Verder moet de Wibz voorkomen dat te veel zorggeld wegvloeit naar privébelangen.

In onderstaand kader staan de 5 voorschriften met voor nader uitleg links naar een toelichting van juristen.

Voorschriften in aankomende Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders

De Wibz bevat voorschriften over de volgende vijf onderwerpen: 

1.     Winstuitkeringen (hier + hier): het verbod op winstuitkering in de zorg blijft in stand en wordt aangescherpt. Op wetsniveau komen nieuwe voorwaarden voor het doen van winstuitkeringen door zorg- en jeugdhulpaanbieders die winst mogen uitkeren. 

2.     Aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen (hier + hier): op wetsniveau wordt vastgelegd dat zorg- en jeugdhulpaanbieders geen onverantwoorde risico’s mogen nemen bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen.

3.     Marktconformiteit belangrijke transacties (hier + hier): een norm die ziet op het hanteren van normale marktvoorwaarden door zorg- en jeugdhulpaanbieders bij van betekenis zijnde transacties, bv. vastgoed, met verbonden partijen. 

4.     Modernisering van het toezicht op vastgoedtransacties in de zorg (hier + hier)

5.     Uitbreiding weigerings- en intrekkingsgronden Wtza-vergunning (hier + hier): het verbinden van extra weigerings- en intrekkingsgronden aan een vergunning op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza). 

Politieke steun voor dit wetsvoorstel wordt mede ingegeven door de vele publicaties waarin mogelijk juist geensprake is van een integere bedrijfsvoering (blog/blog + hier + hier + hier).

Dan: drie te stellen vragen

De eerste vraag is of je immoreel gedrag van zorgaanbieders wel met een wet kunt regelen? Of als tweedevraag hoe het is gesteld met constructief gedrag van andere stakeholders in de zorg? Of als derde vraag hoe het zorgstelsel met ‘gereguleerde marktwerking’ zelf omgaat met private equity (PE, nationale en internationale), commercie, ketenvorming, fusering met marktmacht, concentratie zonder marktmacht, inzet venture-capital, constructies met ‘sale-and-leaseback’, ‘upcoding’, dividend via toegestane dochtermaatschappijen, gedrag van ‘sprinkhaankapitalisten’, excessieve managementvergoedingen, de markt van ICT-zorg, bovenliggende holdings en/of de onderliggende besloten vennootschappen, stichtingen met daarnaast een BV, algemeen: winstonttrekking via nevenstructuren, toegestaan (net wel/net niet) binnen Nederlands en/of juist Europees recht?Alles wat mogelijk is, zal ook kunnen bestaan, dan wel het, met/zonder professionele advisering vooraf van consultants ter toetsing rechtsregels, bestáát al.

Daar mag eenieder van alles van vinden, maar het blijft onduidelijk wanneer het leveren/gebruik van een ‘zorgproduct’ wel/niet strijdig is met de spelregels van de interne Europese markt, dan wel wanneer het maken van winst wordt gezien als noodzakelijk en constructief, dan wel als excessief c.q. immoreel of zelfs frauduleus.

Gezondheidswetenschapper en governance-expert Marion Frissen legt recent uit (Brandbrief, 13 oktober 2025), als toelichting bij de “Co-Med zaak”, dat er nu al heel veel handvatten en wetten zijn om waar nodig in te grijpen. Citaat uit haar brief: “er zijn al veel wetten waarmee de gedragingen van commerciële huisartsenketens zijn te beoordelen. Er zijn voorwaarden voor goed bestuur, er zijn criteria voor goede, toegankelijke zorg en er zijn regels voor een transparante bedrijfsvoering. De wetten zijn ook onverkort van toepassing op commerciële huisartsenketens. Want de rechtsvorm die een organisatie heeft staat los van de verantwoordelijkheid die er is voor goed bestuur en een verantwoorde besteding van collectieve middelen (einde citaat).”

Grens aan rendement: een bovengrens. En ook een ondergrens?

Voor 2026 zijn de zorgkosten van de Zorgverzekeringswet begroot op ongeveer €69,8 miljard (Rijksbegroting VWS 2026, pg.177, 16 september 2025). Dit geld wordt primair bijeengebracht door premies, eigen betalingen/risico, Rijksbijdrage en een inkomensafhankelijke bijdrage via de Belastingdienst (blog). De bijdragen aan zorg van de derde macht (banken + blog, 2018), dan wel de vierde macht (investeerders, te vaak aangeduid als private equity/PE), blijven meestal buiten beeld.

Er kan bij denken aan rendement een principiële grens overschreden worden. Waarom zou een overheid of zorgverzekeraar voor de korte termijn bij een regeerakkoord van vier jaar en/of opstellen van een jaarlijkse Rijksbegroting en/of bij zorginkoop en/of bij fusies/concentraties (hier) bezwaren opvoeren als een “externe investeerder” zegt “betere” zorg na te streven en geen direct belang heeft om jaarlijks de winst te confisqueren? Waarbij uiteraard door hen alleen wordt geïnvesteerd in sectoren die niet onder het winstuitkeringsverbod vallen.

De premiebetalende burger ziet dan met deze externe zorginvestering op korte termijn een voordeel, maar ziet niet bij elke nationale of internationale PE-verkoop, meestal na ongeveer 5-7 jaar (hier) na opschaling en reorganisatie, dat bij deze verkoop geld, lees winst, verdwijnt van publiek naar privaat. Is dat wat NL, met een geoormerkt aandeel in een premieverhoging als gevolg (hier), wenst? Zijn zorgverleners in veel sectoren voor hun investeringen/innovaties nu niet te snel op banken en PE/investeerders aangewezen? Wanneer komt de toezichthouder (NZa/ACM) met een rapport wat, als antwoord op mijn derde vraag, de geldstromen bij aankoop/verkoop in kaart brengt van al deze externe investeerders met een beschrijving van hun bijbehorende juridische constructies? Wat wij niet zien of weten, impliceert niet dat het er niet is.

Een conclusie kan zijn, om weg te blijven van een hellend vlak, de basisverzekering uitsluitend te financieren met publiek geld. Of het alternatief: met (weer) extra regels en toezicht, zoals de Wibz beoogd, een nieuw begrenzend kader voor investeerders opstellen. Allemaal vragen, we gaan het vervolg zien.

Winstregulering als 1 van de 5 items binnen de Wibz

Voor instellingen die onder het bereik van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) vielen, gold en geldt het winstuitkeringsverbod.

Waarbij straks bij de Wibz het winstuitkeringsverbod voor intramurale zorg blijft bestaan. Dat zijn dan met name intramurale instellingen met een Wtzi-toelating. Zoals ziekenhuizen, GGZ-instellingen met bedden en Wlz-gerelateerde verpleeghuizen (zie ook plaatje onder de blogtitel).

Daar waar deze zorg echter een extramuraal karakter heeft, valt de zorg juist buiten het winstuitkeringsverbod. Met andere woorden, actuele sectorgroei van MSZ in bijvoorbeeld ZBC’s m.b.t. planbare zorg of particuliere woonzorg zonder Wlz-indicatie vallen buiten het verbod. Bij de recente ophef over MSZ-financiering (NVZZBCZN) speelt deze ongelijkheid m.b.t winstuitkering, en dus innovatiemogelijkheid en groei (hier/hier), ook een rol.

Zo is de theorie, echter de praktijk is weerbarstiger (hier + hier + Raad van State, 22 oktober 2025 + toelichting). Het leidde ertoe dat de huidige minister van VWS vervolgens tegenover de NOS meldde (NOS, 8 december 2025) dat “hij wil uitzoeken hoe hij een verbod op het uitkeren van winsten “coherent en consistent” kan toepassen”…

Voor veel sectoren, waaronder huisartsenzorg, geldt het winstuitkeringsverbod niet. Maar ook voor hen komen er met de Wibz 8 nieuwe voorwaarden bij, inclusief een herdefinitie van het begrip ‘winstuitkering’ (Kamerbrief, 25 juli 2025). Inmiddels is de WTZi vervangen door de Wtza en zal de Wibz verduidelijken wat winstuitkering is, welke constructies acceptabel zijn en hoe handhaving wordt vormgegeven.

Ook met de Wibz is het vooralsnog nog steeds mogelijk dat een zorgaanbieder hoge winst maakt. Want de winst zelf is niet gereguleerd, er gelden in de wet alleen basisvoorwaarden voor het uitkeren van die winst.

8 nieuwe basisvoorwaarden

In onderstaand plaatje staan deze nieuwe basisvoorwaarden met speelruimte voor de zorgaanbieders, waarbij winstuitkering ‘gemoderniseerd’ en voorwaardelijk is gemaakt.

Strengere regels ten aanzien van winstuitkering onder de Wibz

Winstuitkering – 8 nieuwe basisvoorwaarden onder de Wibz. Voor winstuitkering in een bepaald boekjaar moeten onderaannemers en extramurale zorgaanbieders aan alle onderstaande voorwaarden worden voldaan: 

1.     Geen bestuurlijke maatregel van IGJ (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd). De IGJ heeft in dat boekjaar geen maatregel opgelegd wegens onvoldoende kwaliteit van zorg of jeugdhulp. 

2.     Geen bestuurlijke maatregel of boete van de NZa. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft geen maatregel of boete opgelegd wegens tariefdelicten of overtreding van transparantie- en declaratieregels. 

3.     Publicatie van onafhankelijk cliënttevredenheidsonderzoek. De zorg- of jeugdhulpaanbieder heeft uiterlijk twee jaar vóór de winstuitkering de resultaten van een onafhankelijk cliëntenonderzoek gepubliceerd.

4.     Goedkeuring door bestuur en interne toezichthouder. Zowel het bestuur als de interne toezichthouder van de aanbieder moeten de winstuitkering expliciet goedkeuren. 

5.     Winstuitkering schaadt de zorg niet: kwaliteit op orde. Er moet redelijkerwijs te voorzien zijn dat de winstuitkering niet ten koste gaat van de kwaliteit en continuïteit van de zorg of jeugdhulp

6.     Financiële gezondheid op orde. De aanbieder moet financiële ratio’s op orde hebben ná de winstuitkering, zoals: Een current ratio van ten minste 1,2, een weerstands-vermogen van ten minste 15%, een rentabiliteit (gemiddeld) van ten minste 2% en een EBITDA(R)-marge (gemiddeld) van ten minste 4%

7.     Geen strafrechtelijke veroordelingen. De feitelijk leidinggevende of de zorgaanbieder mag niet onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld zijn voor overtreding van relevante regelgeving (zoals Wmg).

8.     Periode en toepassing op personen of entiteiten die eerder zorg aanboden.De voorwaarden blijven gelden bij winstuitkeringen aan personen of entiteiten die net niet langer zorgaanbieder zijn, tot een maximum van het eigen vermogen van direct vóór het stoppen en tot vijf jaar daarna

Hoe de minister “het verbod op het uitkeren van winsten “coherent en consistent gaat toepassen”, is te lezen in zijn laatste Kamerbrief (Kamerbrief, 11 december 2025). Hij schetst daarin bij het wijzigen van het huidig winstuitkeringsverbod drie mogelijke opties.

  1. Per zorgvorm bekijken of winstuitkering mogelijk zou moeten zijn
  2. Het opheffen van het winstuitkeringsverbod, in combinatie met maatregelen die excessen tegengaan
  3. Een algeheel winstuitkeringsverbod voor de hele zorg, waarvoor een stelselwijziging nodig is.

In onderstaand plaatje uit dezelfde Kamerbrief een iets ruimere toelichting op deze drie voorstellen (AM: meest relevante tekst door mij rood gemaakt) …

 

Hoe het balletje gaat rollen, is onduidelijk. Mij lijkt optie 2 gezien de huidige politieke verhoudingen en de politiek midden-rechtse signatuur het meest waarschijnlijk. Optie 3 zou m.i. voor de basisverzekering het meest wenselijk zijn. Optie 1 lijkt te veel werk voor uitvoering en bestuursrechtelijke handhaving (hier).

Toepassing van optie 3 conflicteert met de (helaas) geaccepteerde systeemlogica van het huidige stelsel dat bij een algeheel winstuitkeringsverbod financieringsmogelijkheden voor zorgaanbieders zouden afnemen en (dus) de overheid/verzekeraars, samen met de derde macht, vervolgens de dan ontstane lacune in financiering moeten gaan opvangen. Een dergelijke handelswijze tot herfinanciering als aanvulling zie ik gezien de huidige verhoudingen in de politiek en de heersende macht bij zorgverzekeraars/banken, niet gebeuren (blog + Kamerbrief VWS, 3 juli 2025, antwoord 2). Met bij uitblijven van deze aanvulling kans op verschraling van het aanbod als gevolg. Alle standpunten van de Tweede Kamer over PE ten spijt (blog/hier/hier/hier).

De geuite zorgen in de Kamer zijn terecht, want als externe investering gepaard gaat met extra opgelegde drempels, kan er direct een continuïteitsrisico van het aanbod ontstaan. De inzet van zorgverzekeraars bij preventie en innovatie/investeringen bij zorg in de Zorgverzekeringswet is sowieso sinds 2006 nooit spraakmakend geweest.

In dezelfde Kamerbrief deze maand beschrijft de minister ook hoe het ministerie de negatieve consequenties van werken met externe investeerders in de zorg wil beperken. De eerste optie houdt in het weren van risicovolle gedragingen, ongeacht wie dit doet. De tweede optie is een opgelegd verbod voor aanbieders om een overeenkomst te sluiten met een PE-partij.

De minister sorteert alvast voor richting de eerste optie. Want, zo schrijft de minister, door (citaat) “de regelgeving op risicovolle gedragingen te richten, in plaats van op de (naam van) de partij die de gedraging vertoont, is de regelgeving gerichter in het oplossen van het probleem en ook breder toepasbaar op alle aanbieders die dit gedrag vertonen. Deze optie is daarom beter houdbaar en sluit ook meer inhoudelijk aan op het probleem, dan de optie die enkel is gericht op PE. Er ontbreekt een goede motivering voor waarom specifiek dit type investeerder geweerd moet worden ten opzichte van andere investeerders, waardoor deze optie op de lange termijn vermoedelijk niet houdbaar is (einde citaat).”

Over uitvoering van een gewenst totaalverbod op PE in de zorg (optie 3) zijn dan ook in het vervolg van de Kamerbrief geen voorstellen meer te lezen. Optie 3 zou volgens de minister ook een stelselwijziging inhouden (blog/blog).

Standpunt Eerstelijnscoalitie over de Wibz

De Eerstelijnscoalitie ziet ook dit keer bij de Wibz veel administratieve verplichtingen voor zorgaanbieders opdoemen. Bij de Wtza en uitbreiding van de werkingssfeer van de jaarverantwoording werd met name vanuit het perspectief van de kleine eerstelijns zorgaanbieders diverse disproportionele, niet passende en onvoldoende doordachte elementen gezien (blog/blog + hier). Met als gevolg “regeldrukverzwaring zonder doelbijdrage“. Een te weinig 𝘨𝘦𝘳𝘪𝘤𝘩𝘵𝘦 aanpak, zo constateert de eerste lijn dit jaar ook nu (hier, 24 maart 2025 + hier, 29 augustus 2025).

In onderstaand plaatje hun conclusie…

 

Bezuinigingen duwen, zo is mijn verwachting, zorg richting PE-geschikte segmenten”

Een winstuitkeringsverbod is voor de eerste lijn nu niet aan de orde. Er bestaan meer zorgen over hoe continuïteit van zorg te kunnen blijven leveren, zorgen over commerciële toetreders (hier) en hoe bij de huidige tarieven voldoende winst is te maken om te kunnen investeren dan wel te overleven (blog/blog/blog). Daarom is het beschrijven van een ondergrens van rendement in verhouding tot geleverde arbeid ook van belang.

En, zo is te lezen bij de Eerstelijnscoalitie (+ hier), er bestaat bij deze aanstaande wet angst voor (wederom) een disproportionele administratieve lastenverzwaring.

Tot slot

Definitieve besluitvorming ten aanzien van het wetsvoorstel Wibz en de reikwijdte van het winstuitkeringsverbod wordt gezien de demissionaire status, overgelaten aan een volgend kabinet.

Over de zorg komt vanuit formerende politieke partijen niet veel naar buiten (hier). Wel valt het woord ‘bezuiniging’ te horen (hier). Als er straks minder meer collectief budget is om zorg uit de Zorgverzekeringswet (en Jeugdwet) te financieren, dan zal het publieke aandeel verminderen, maar zal de potentiële investeringsruimte voor PE of andere investeerders/bedrijfsketens juist groter worden. Vooral in de extramurale, schaalbare en planbare zorg, zijnde nu al sectoren zonder verbod op winstuitkering.

Bezuinigingen duwen, zo is mijn verwachting, zorg richting PE-geschikte segmenten óf richting PE-geschikt gemaakte segmenten. Niet uitgesloten moet worden, dat deze koers van toestaan van externe investeerders, inclusief maatregelen tegen excessen, binnen het huidige stelsel bewust wordt aangehouden en uitgewerkt.

Ofwel, er doemen met de Wibz nieuwe regels op, het spanningsveld zal blijven.

NB:

-plaatje 1 onder de blogtitel onderdeel uitspraak Raad van State (RvS, 22 oktober 2025)

-plaatje 2 komt uit de Kamerbrief van de huidige minister (VWS, 11 december 2025)

-plaatje 3 komt uit de Position paper Eerstelijnscoalitie over de Wet integere bedrijfsvoe- ring zorg (Wibz) t.b.v de Rondetafelgesprek Wibz op 24 maart 2025.

Eerdere relevante blogs over plaatsbepaling bedrijfsketens

19.03.2020: Maak het praktijkhouderschap huisarts aantrekkelijker (aantal, bekostiging, spreiding)

05.11.2020: Bij huisartsenzorg blijkt eigenaarschap praktijk van secundair belang (1) (Quin ACM NZa)

07.09.2021: Bij huisartsenzorg (b)lijkt eigenaarschap van secundair belang (2) (fout: van primair belang)

08.10.2021: Het hebben van een vaste huisarts leidt tot betere zorguitkomsten (3 indicatoren)

04.11.2022: Politiek aan zet: vaste zorgrelatie geeft werkplezier en betere zorg (aanpak G-Br.)

09.01.2023: Leidt actuele goodwilldiscussie tot ander overnamebeleid huisartspraktijk? (Co-med)

22.02.2023: Kostenvergoeding huisvesting huisartspraktijk vraagt nieuwe berekening (IZA/PKO)

04.04.2023: Zélf richting geven aan sturing zorgaanbod en bedrijfsvoering (Commercie,PKO,IZA etc.)

07.04.2023: Rapport “De basis op orde”, nu voortgang aan IZA-thematafel 1e lijn (RVS-IZA/OECD)

08.05.2023: Behoud van kernwaarde continuïteit als baken van vooruitgang (commercie/ketens-contract)

27.05.2023: Huisartsen stellen beroep in bij hoogste rechter economisch bestuursrecht (CBb)

25.08.2023: Oordeel toezichthouders private equity in huisartsenzorg laat te lang op zich wachten

11.09.2023: Zet in IZA primaire zorg centraal, niet het schaalniveau van organiseren (regio))

30.10.2023: Huisartsen strijden terecht voor rechtvaardiger tarief basiszorg (CBb/beschikking)

06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)

22.12.2023: Bestuursrechter dwingt NZa huisartstarieven nader te herijken (CBb/’kostendekkend’)

08.01.2024: Laat verschil bekostiging 1e en 2e lijn geen spelbreker zijn in samenwerking

27.02.2024: Kanttekeningen bij visie eerstelijnszorg 2030 (historie, regio, GR, AMW, gemeente)

13.03.2024: Beperkt toezicht geeft huisartsenzorg leverende bedrijfsketens veel vrijheid (NZa)

18.03.2024: Zorg voor ONI en NONI (Zorgplicht ZV/maatregel NZa/NHG bouwblok organisatie)

16.04.2024: Naast zorgverleners ook wetgever, toezichthouder, inkoper aan zet bij invulling medische Wlz-zorg

25.04.2024: Te beschouwen thema’s bij commerciële bedrijfsketens huisartsenzorg (ingreep IGJ)

11.06.2024: Tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord roept vraag op: hoe nu verder?

25.06.2024: Financiële staat: vraag/antwoord (19) (n.a.v. tussentijdse evaluatie Integraal Zorgakkoord)

28.06.2024: Zorgcontractering als speelbal van beleid (wijzigingen zorgcontractering: Mous/Maverick)

10.07.2024: Faillissement Co-Med noodzaakt tot scherper blik op organisatie en uitvoering zorg

27.08.2024: Uitkomst kostenonderzoek huisartsenzorg sluit niet aan op praktijkvoering (2024)

25.10.2024: Zand erover? (Artikelen NRC over Co-Med, nu hoe verder: met HAZ met PE en met commercie?)

28.07.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (1) (financieel/veel contextitems)

16.08.2025: Regel financiering organisatie/infrastructuur eerste lijn via werkvloer (RESV/wijkzorg)

03.09.2025: Snelle aanstelling staatscommissie moet zorg redden (AZWA/HLO-besluit+8 processtappen)

09.09.2025: Ondertekenen AZWA in instabiele tijd is een dilemma (2) (financieel/veel contextitems)

22.09.2025: Regulering winstuitkering zorg (winstuitkering, commercie, investeerders, Wibz/PE)

06.10.2025: Evaluatie topambtenaren: commerciële huisartsenzorg niet ten principale afgewezen

08.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: financiering/organisatie van zorg (1)

14.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: eerstelijnszorg c.q. huisartsenzorg (3)

20.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: in een podcast bespreking van 9 zorgitems

10.11.2025: Analyse kostendata alleen zinvol i.c.m. gelijktijdige beleidswijziging (databank ZiN)

18.11.2025: CBb uitspraak tarieven huisartsenzorg nog steeds niet in orde (dus herberekenen)

 

Vragen of opmerkingen?