Inspirerende mensen hebben we nodig in de zorg en dus ook inspirerende artsen. Artsen die goed werk leveren via een combinatie van vakmanschap, morele verantwoordelijkheid en persoonlijke betrokkenheid. Vandaag in de schijnwerper: Ester Bertholet.

Ester heeft een imposante werkervaring als voorgeschiedenis. Ze werkte in de daklozenopvang, werd pas na 5 keer ingeloot voor de studie geneeskunde, was arts-assistent klinische geriatrie in Engeland en Nijmegen, volgde met succes de hele huisartsenopleiding, volgde zes jaar later de hele opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, werkte tijdelijk in de GGZ, richtte in 2011 een Praktijk Ouderengeneeskunde Bertholet/Thuis (POGT) op in Velp, was aldaar in 2016 oprichter en bestuurder van ontmoetingscentrum voor ouderen ‘Ons Raadhuis’, is in 2019 oprichter en eigenaar van het Behandelpaspoort (over behandelwensen) en is vanaf 2020 bestuurder van Stichting MESO (Multidisciplinaire Eerstelijnsouderenzorg met een Specialist Ouderengeneeskunde) en publiceerde in 2023 het boek ‘Vitaal Ouder Worden is zo gek nog niet’.

Naast Velp lopen er op dit moment MESO-pilots in Tiel, Zoetermeer en Rotterdam.

Bij al haar werkzaamheden, in dezelfde gemeente als waar ik zelf werkzaam was, en gegeven interviews (hier+ hier + hier + hier) blijkt haar enorme persoonlijke betrokkenheid bij zorg voor ouderen in de thuissituatie. Qua inspiratie voor ouderenzorg was en is Ester voor mij een topper. Zij integreert kennis en kunde van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, klinisch geriaters en ouderenpsychiaters met menselijkheid, met gelijktijdig in het vizier de context van patiënt en diens eigen wijk als leefomgeving. Hoe mooi kan je het krijgen!

Gisteren was zij nog op televisie in aflevering 2 van “De Toekomst is Grijs”, getiteld het huisartsinfarct. (Omroep Max, 4 december 2025, vanaf 34.11 minuut). In de 3e aflevering (18.12.2025) van deze serie komt het mede door haar opgezette ontmoetingscentrum Ons Raadhuis in Velp nog aan de orde.

De start

Samenwerking met huisartsen begon met een pilot bij twee huisartsen in Velp, een dorp waar relatief veel ouderen wonen, en ging destijds aan de slag met vijftien thuiswonende ouderen met complexe problemen. Zij meldt: “Precies zoals ik het voor ogen had: in een periode van zes maanden de knoop ontwarren en samen met de patiënt, familie en betrokken hulpverleners tot een zorgplan op maat komen. Een plan dat inzicht en overzicht biedt en handvatten geeft, zodat men na die zes maanden zónder SO verder kan, ook op het moment dat de situatie verslechtert. Alle betrokkenen waren enthousiast, ikzelf ook: zo wilde ik wel dokter blijven.” En “na 1 jaar wisten we ‘zo moet het’, dit is wat je je eigen ouders zou toewensen.”

Het vervolg

Met haar POGT-praktijk en MESO-team ondersteunt ze vanaf 2011 huisartsen door ouderen met ingewikkelde problemen sowieso in de thuissituatie te consulteren, te adviseren en weer terug te verwijzen naar huisartsen en eerste lijn.

Iedereen is enthousiast, niet in de laatste plaats vanwege de met dit initiatief bespaarde zorgkosten. Ouderen die dankzij multidisciplinaire MESO-zorg niet in ziekenhuis of verpleeghuis terecht kwamen, maar thuis konden blijven.

Een probleem blijft hetzelfde: de MESO-zorg wordt betaald met een niet structurele bekostiging, deze blijft al die tijd uit. Dan wel dat een aanwezige betaaltitel (Kamerbrief, 2023 + hier + hier) nog niet betekent dat er ook een landelijk dekkend contract is 

Het besluit de praktijk over te dragen

Ester besluit, dankzij of ondanks dit feit, om haar MESO-praktijk per 1 december 2025 over te dragen aan thuiszorgorganisatie Buurtzorg. In een recent interview zegt ze over deze overname…

Citaten uit interview Ester Bertholet (Zorgvisie, 20 oktober 2025)

Citaten: Het eerste probleem was de voorfinanciering in de zorgverzekeringswet (Zvw). Uitbetaling in de Zvw volgt pas na de behandeling. Door problemen met de software werden veel declaraties echter afgekeurd. Bertholet moest drie maanden, en soms nog meer, voorfinancieren aan huur en salarissen, zo’n 80.000 euro. Geld dat ze niet zomaar kon ophoesten. “Bij de experimentele bekostiging speelde ik altijd quitte, winst maakte ik niet. Ik was er trots op dat we ongeveer evenveel geld uitgaven als er binnenkwam.”

———————————————————————————————————————-

Regionale samenwerking als last

De plannen rond regionale samenwerking waren het tweede probleem voor Bertholet. Tot voor kort verwezen huisartsen patiënten rechtstreeks door aan haar. Maar in veel regio’s komt er een centrale verwijzing van alle huisartsen en wijkverpleging. Dat wordt opgezet door managers en beleidsmakers die een rechtstreekse link met de praktijk missen. “Mensen die op afstand staan van het contact tussen patiënten en hulpverleners gaan wel afspraken maken over onze werkwijze en verdeling van patiënten. Huisartsen wachten met doorverwijzen totdat er meer duidelijk is over die ontwikkeling. Daar heb ik last van.”

Verpleeghuizen en andere grote Wet langdurige zorg (Wlz)-partijen verdiepen zich daardoor opeens in de eerstelijnszorg, merkt Bertholet. “Ze willen meedoen in de eerstelijnszorg zonder dat ze daar al te veel ervaring mee hebben. Voor zelfstandige praktijken van specialisten ouderengeneeskunde is er daardoor te weinig ruimte. Maar we worden wel gedwongen om mee te doen aan die regionale samenwerking, anders kopen de zorgverzekeraars niet bij je in.”

———————————————————————————————————————-

Eisen zorgverzekeraars

Het derde probleem waren eisen die zorgverzekeraars stellen. Van origine vormen de ouderen met een Wlz-indicatie voor Bertholet de primaire doelgroep. Dankzij de MESO-interventie was opname in het verpleeghuis soms helemaal niet meer nodig of pas veel later. “Zodra mensen nu een Wlz-indicatie krijgen, moet ik de zorg nu stoppen. Dat is onmenselijk. Maar zonder financiering kan ik de zorg niet voortzetten.”

Zorgverzekeraars verschillen ook enorm in de eisen die ze stellen. “Sommige verzekeraars eisen dat ik altijd eerst een kort consult doen. Een andere verzekeraar eist juist dat een andere zorgaanbieder een eerste consult doet. Maar bij één verzekeraar waren we te laat met het aanvragen van de consultmogelijkheid. Dan doet een andere organisatie de intake. Als die groen licht geeft voor MESO, moeten wij die intake weer opnieuw doen. Dat kun je die kwetsbare ouderen niet aan doen.

 

“De ziel verdwijnt vaak bij grootsheid”

Interview rond vertrek

Deze week was ik nog in de gelegenheid Ester de volgende 9 vragen voor te leggen…

*Vraag 1 AM: Hoe is het om deze zorg waar je zoveel ziel en zaligheid in hebt gestoken, te moeten stoppen? Wat zegt dat over ons zorgsysteem?

**Antwoord EB:Eerlijk gezegd kijk ik er zelf juist naar uit om te stoppen in mijn praktijk. Ik ben altijd een pionier geweest, een ontwikkelaar. En ik hou van patiëntenzorg. De laatste jaren was ik bijna alleen nog maar bezig met overleg, afstemming, verzekeringen, declaratieperikelen en dingen uitzoeken achter mijn computer. Daar heb ik geen zin meer in.

Ik vond het altijd geweldig om met enthousiaste collega’s te sparren, in alle organisaties van lokaal tot landelijk. Maar ik had het er steeds moeilijker mee dat ik met dezelfde organisaties op een hoger niveau heel moeilijk kon samenwerken; het werd snel veel te ingewikkeld en star. De ziel verdwijnt vaak bij grootsheid. Een kleine praktijk als die van mij overleeft het gewoon niet in dit zorglandschap en heeft steun nodig van een grotere partij, dat vind ik wel heel jammer en geen goede ontwikkeling. Ik geef de praktijk nu vol vertrouwen in goede handen door, mijn collega’s blijven hun patiëntwerk uitvoeren zoals ze altijd deden, dat is wel heel fijn.”

*Vraag 2 AM: Je stelt in een interview met Zorgvisie (citaat, 20 oktober 2025) “We zijn verdwaald in een oerwoud van problemen rond declaraties en software.” Kun je dat nog iets toelichten, zeker gezien recente redelijk positieve berichten (hier + hier + hier)?

**Antwoord EB: “De structurele betaaltitel is er gekomen door alle inspanningen van de stichting MESO. Dat is natuurlijk geweldig. Maar mijn praktijk en de drie pilotpraktijken zijn de enige praktijken die zijn ingekocht tot op de dag van vandaag. Dat maakt dat wij de inrichting van de ict voor deze nieuwe betaaltitel alleen moesten doen, wat voor een kleine praktijk als die van mij eenvoudigweg ondoenlijk blijkt te zijn. Nog steeds krijgen we veel afwijzingen van declaraties die we opnieuw en opnieuw moeten indienen omdat er bij de declaratiecheck door de verschillende verzekeraars steeds nieuwe knelpunten opkwamen. Daarnaast moesten we ook in alle verschillende afspraken met de diverse zorgverzekeraars onze weg zien te vinden, wat ontzettend veel werk was en is. Als de inkoop van een structurele betaaltitel eerder breed was uitgerold, hadden we het samen met andere organisaties kunnen uitzoeken. Voor ons was dit eenvoudigweg een te grote klus.”

*Vraag 3 AM: In 2019 is uitgerekend (hier) dat jouw inzet binnen de Zorgverzekeringswet gemiddeld 3.500 euro per patiënt bespaard ten opzichte van verwijzing naar een geriater. En ruim 49.000 euro per patiënt per jaar (60.000-11.000) per patiënt als multidisciplinaire eerstelijnsouderenzorg een verpleeghuisopname voorkomt. Soortgelijk resultaat was te lezen in 2023 (hier + hier + samenvatting + hier). Heeft deze trend zich nog steeds voortgezet, dan wel laten recentere berekeningen hetzelfde besparingsbeeld zien? Wat vond de regionale verzekeraar van deze bijzondere uitkomst?

**Antwoord EB: “Je kunt niet om dit soort resultaten heen, onze besparingen zijn herhaaldelijk aangetoond. En dan moet je nog bedenken dat de besparing voor 1 jaar is uitgerekend. Als iemand langer dan een jaar in een verpleeghuis woont, besparen we dus nog veel meer! Ik hoorde afgelopen vrijdag op het GOLTC-congres een presentatie van Teun Toebes, die het had over de kosten van 100.000 euro per jaar voor een verpleeghuispatiënt. Onze enorme besparing is dan niet moeilijk om te geloven.

Waar het mis gaat, is dat de eerstelijns inkoper van de zorgverzekeraar alleen maar onze kosten ziet en niet de besparing in de tweede lijn of bij het zorgkantoor. Bovendien zijn veel zorginkopers van mening dat het goedkoper kan dan de 4.000 euro die wij kosten. Ze hebben ervaring met collega-specialisten ouderengeneeskunde die consulten doen en daar ook hele mooie resultaten mee boeken. Een paar consulten is veel goedkoper dan een traject. Natuurlijk kan een SO met een of twee gesprekken meer doen dan als hij of zij er niet geweest was. Maar dat is toch iets heel anders dan de zorg zoals die gebruikelijk intramuraal ook gegeven wordt, verplaatsen naar de eerste lijn zoals wij dat doen. Die zorg zou ik iedere oudere patiënt met hoogcomplexe problemen gunnen, maar ook de SO’s die daarmee hun vakmanschap het meeste recht doen gelden.”

*Vraag 4 AM: Buurtzorg neemt de praktijk over. Op zich logisch, ook zij hebben multidisciplinaire samenwerking in een netwerk, teamzorg met zelfsturing en streven naar zelfstandigheid ouderen hoog in het vaandel. Is jou bekend, hoe zij de expertise van een SO (dan nog breder) laten/gaan financieren? Want in Zorgvisie (16 oktober 2025) zegt Jos de Blok daarover: “In elke wijk zou een specialist ouderengeneeskunde de brug kunnen slaan tussen huisartsen en wijkverpleging. Zorgaanbieders van wijkverpleging en huisartsen zouden allemaal van dezelfde MESO-experts kunnen gebruikmaken. Ze hoeven die experts dan niet zelf in dienst te hebben, want dat is kostbaar. De MESO-steunpunten in de wijk horen thuis in de eerstelijnszorg.”

**Antwoord EB: “Buurtzorg is in overleg met de stichting MESO over volgende stappen die we in gezamenlijkheid gaan nemen. Jos heeft ideeën over vereenvoudiging van onze financiering, waar we graag meer van horen.”

*Vraag 5 AM: Het strikte criterium voor Wlz is voor de burger altijd 24/7 zorgafhankelijk te zijn, dan wel zorg in nabijheid nodig te hebben. Veel zorgproblemen bij ouderen zullen (nog) niet aan dit criterium voldoen. Daarnaast betreft dit Wlz vooral ‘verpleging & verzorging’, echter medische zorg thuis (hier) wordt nog via de huisarts/Zorgverzekeringswet geregeld. Waarom kan de MESO-zorg dan niet betaald worden uit de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP sinds 2020), de geriatrische revalidatiezorg (GRZsinds 2013) of beleidsregel Innovatie (hier), allen reguliere financieringen binnen ook de Zorgverzekeringswet?

**Antwoord EB:De beleidsregel Innovatie is een tijdelijke financieringsvorm en daarom niet bruikbaar voor de structurele betaaltitel. Binnen de GZSP werden van 2020 tot 2024 alleen consulten gefinancierd. De betaaltitel ‘trajectzorg’ is daar per 2025 bijgekomen.
Onze zorg redden we niet met alleen consulten omdat we zowel artsen en verpleegkundigen met geriatrische expertise inzetten en gebruik maken van een ondersteunend secretariaat. Daarbij financieren wij alle tijd die we nodig hebben voor een patiënt, zowel de directe tijd (die in een consult wordt betaald) als de indirecte tijd (die in (veel) mindere mate in de consultfinanciering verdisconteerd zat). We hebben verschillende keren over een heel lange periode uitgerekend dat alle afstemming met het lokale zorgnetwerk, met familie, met specialisten veel meer dan 50% van onze tijd vraagt.

Zeker voor mensen met een wlz-indicatie is een consult niet afdoende. Er is geen betaaltitel ‘trajectzorg’ in de Wlz-financiering ontwikkeld.”

*Vraag 6 AM: Alle beleidsstukken wijzen op een noodzakelijke sterkere eerste lijn. In het Zorgvisie-interview zeg je over verpleeghuizen en Wlz-instellingen: “Ze willen meedoen in de eerstelijnszorg zonder dat ze daar al te veel ervaring mee hebben”. Hoe bestaat het dat dit zover heeft kunnen komen? Het heeft mij verder verbaasd dat de Landelijke Huisartsen Vereniging niet aan de bestuurstafel zat bij besluitvorming rond het HLO. Jou ook?

**Antwoord EB: “Zeker. Alles wat ik heb ontwikkeld in de praktijk, ontmoetingscentrum Ons Raadhuis, het ontwikkelen van het behandelpaspoort en het schrijven van mijn boek over preventie heb ik met de doelgroep patiënten en huisartsen gedaan. Met de huisartsen Hans van Santen en Robbert van Hasselt heb ik bijvoorbeeld het eerste jaar van mijn praktijk elke maand rond de tafel gezeten om te horen wat er goed ging en wat ik moest bijstellen. Ik vind het persoonlijk ondenkbaar om niet met een doelgroep te sparren.

De wlz-organisaties worden nu gedwongen om in de eerste lijn te gaan bewegen omdat de zorgverzekeraars en zorgkantoren dit eisen in het kader van de regionale ontwikkeling. Bovendien zijn de tarieven van de consulten flink omhooggegaan en komt de trajectfinanciering er mogelijk ook voor hen dus aan. Eerder moesten de wlz-organisaties toeleggen op hun interventies in de eerste lijn. Nu komt de financiering meer in balans. Ze hebben ook de overhead om hier mensen voor vrij te maken. Dat deze organisaties soms zonder enige ervaring de eerste viool willen spelen in hoe de triage en de inhoudelijke inrichting van het werk van de SO in de eerste lijn eruit moeten zien, vind ik getuigen van grote arrogantie.

Dat gezegd hebbende, zijn er ook veel wlz-organisaties heel constructief, opbouwend en met veel gevoel voor samenwerking aan het ontwikkelen in de eerstelijn. Ik vind de regionale samenwerking in Zuid-Limburg daar een mooi voorbeeld van.

*Vraag 7 AM (in het verlengde hiervan): Beleidsmatig zie je de actuele start van het meedenkadvies (MSZ langer thuis – S1), de al jaren bestaande constructie om de ELP/psychiater om advies te vragen (GGZ langer thuis -S3), kaderartsen/consulenten bij ketenzorg (MDZ langer thuis -S2) en bij “ouderenzorg” wil structurele uniforme/landelijke financiering van aanvullende medische zorg contractueel maar niet voldoende van de grond komen. Wat is de reden?

**Antwoord EB: “Ik denk dat veel partijen last hebben van een kramp om over elkaars vakgebied te bewegen. Er is heel weinig flexibele ruimte, weinig grijs. Alles moet stellig, duidelijk afgestemd zijn, nog voordat er een patiënt is gezien. Wie doet wat, wat is wiens verantwoordelijkheid, kunnen we een stroomdiagram krijgen, in- en exclusiecriteria. De financiering volgt (of stuurt??!!) deze kramp en maakt het nog erger.

We zouden veel meer vertrouwen moeten hebben in elkaar expertise, de bereidwilligheid om uiteindelijk goede patiëntenzorg met elkaar te bedrijven. En dat kan in de ene regio bij die collega soms een beetje meer wit zijn en ergens anders een beetje meer zwart. We hebben een spectrum nodig van kleuren nodig, geen zwartwitdenkers.”

*Vraag 8 AM: Rudi Westendorp, arts en opiniemaker ouderenzorg zegt (Volkskrant, 15 november 2025) over de dubbele vergrijzing: “20 procent van hen is al overleden. De overige 80 procent moet nog door de rafelrand van het leven heen, heeft nog ondersteuning nodig, maar dat spreidt zich uit over de komende dertig jaar. Dat is geen tsunami, geen vloedgolf, dat kan de zorg aan. Echt, als je ooit oud wilt worden, wordt het dan in Nederland in 2025.” Ben jij met al jouw ervaring in thuissituaties het met deze uitspraak eens?

**Antwoord EB: “Ik kan de getallen van Rudi niet onderbouwen, maar gevoelsmatig denk ik zeker dat hij gelijk heeft. Mensen worden/zijn zich langzamerhand steeds bewuster van hun gezondheid en leven daar stapje voor stapje meer naar toe. Onze zorg is steeds beter en eerder om ziektes te herkennen en behandelen. Er ontstaat langzaam een bewustzijn in de samenleving waarin mensen weer meer naar elkaar willen omkijken, iets waar Buurtzorg met ‘de buurt als ecosysteem’ ook op een hele mooie manier in het ontwikkelen is. Dus ik denk zeker dat er veel signalen zijn die op een positievere toekomst wijzen.”

*Vraag 9 AM: Stel, jij wordt in een nieuw kabinet als politicus (minister of staatssecretaris) verantwoordelijk voor de ouderenzorg thuis. Welke maatregelen zou je als eerste nemen?

**Antwoord EB:

  • “Ik zou meteen investeren in het opnemen van les op basisscholen en middelbare scholen over gezondheid en ziekte. Hoe kun je gezond blijven, wat eet je dan, hoe beweeg je het beste, waarom is het belangrijk dat je naar buiten gaat. Zoveel van de mensen uit mijn directe omgeving maar ook mijn patiënten hebben nauwelijks kennis van hun lichaam of van gezond leven. Daar valt enorm veel winst te behalen. Overigens heb ik zelf ervaren hoe zinvol het is om ook aan volwassenen en ouderen les te geven. Het helpt echt om goed te begrijpen wat artrose is, dat je niet per se een MRI nodig hebt om die diagnose te stellen en wat je er zelf aan kunt doen, ook op je 93e.
  • Ik zou ook direct investeren in een centrale rol voor het duo wijkverpleegkundige en collega uit het sociaal domein. Samen kunnen zij een prominente rol spelen in het overzien van een wijk of een dorp waarbij ze mensen kunnen stimuleren oog voor elkaar te hebben. Ik krijg zo vaak van patiënten het aanbod dat ze best bereid zijn om een buurvrouw pillen te geven of een keer te helpen een boodschap te doen. Vooral als ik hen dat als hulpverlener vraag, uit zichzelf doen ze het niet zo snel. Vandaar dat ik denk dat je dat moet stimuleren door het genoemde duo hiervoor te faciliteren.
  • Ik zou ook veel meer investeren in het laten ontstaan van ontmoetingsplekken zoals bijvoorbeeld Ons Raadhuis in Velp. Ik denk dat ontmoeting en verbinding de belangrijkste pijlers van onze gezondheid zijn. Al die mensen die zich eenzaam of waardeloos voelen, kun je hiermee ook een handreiking geven. Maar ook dit moet je faciliteren, juist bovengenoemd duo zou daar een rol in kunnen spelen.
  • Daarbij zou ik een wijk budget geven om tot bovenstaande ontwikkeling te komen, naast dat een afvaardiging ongelabeld geld zou mogen besteden om ‘gezondheid te bevorderen’. Ik denk dat mensen dit heel goed zelf kunnen (zie ook alle succesvolle initiatieven bij burgerparticipatie). Ik ben ervan overtuigd dat je geen bestuurder hoeft te zijn om tot goede constructieve daden te komen. Sterker nog, ik denk dat geld veel zuiverder en zinvoller ingezet zou worden. En omdat het ongelabeld is, mag de uitwerking in de wijk Charlois in Rotterdam wijk dus anders zijn dan in het dorpje Lochem in de Achterhoek. En ook hier is de bijvangst dat het voor veel mensen enorm veel zingeving zou opleveren om hier mee bezig te zijn!

Kortom, de les uit de geschiedenis van mijn praktijk ouderengeneeskunde is dat het systeem en de logheid van grote organisaties niet de beste ontwikkeling zijn; breng het terug naar de energie en welwillendheid van de doelgroep!”

Tot slot

Ester, hartelijk dank voor je medewerking en je inspirerende antwoorden. Ik wens je alle geluk, medewerking, werkplezier en wijsheid toe op je volgende werkplek. Het ga je goed!

Eerdere blogs over inspirerende artsen:

19.10.2019: Inspirerende artsen (01): Piet van Loon

05.12.2019: Inspirerende artsen (02): Dirk de Wachter

03.02.2020: Inspirerende artsen (03): Wanda de Kanter

04.01.2021: Inspirerende artsen (04): Marcel Slockers

12.05.2021: Inspirerende artsen (05): Liesbeth van Rossum

13.08.2021: Inspirerende artsen (06): Arjen Göbel

26.11.2021: Inspirerende artsen (07): Nienke Nieuwenhuizen

05.04.2022: Inspirerende artsen (08): Jacques de Milliano

01.11.2022: Inspirerende artsen (09): Nico van der Lely

21.09.2023: Inspirerende artsen (10): Anita Vreugdenhil

17.10.2023: Inspirerende artsen (11): Rob Vrenken

01.12.2023: Inspirerende artsen (12): Mart van de Laar

22.01.2024: Inspirerende artsen (13): André Knottnerus

16.12.2024: Inspirerende artsen (14): Michelle van Tongerloo

 

Vragen of opmerkingen?