Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur heeft, onder andere deze week, laten zien dat medewerkers en bestuurders in de verpleeghuis- en thuiszorgsector vinden dat zij in de coronacrisis in onveilige situaties zijn gebracht (Nieuwsuur 1, 10 april 2020; Nieuwsuur 2, 16 juli 2020).

Als belangrijkste reden daarvoor werden de op dat moment bestaande RIVM-richtlijnen genoemd. Die richtlijnen schreven voor dat het dragen van beschermende kleding zoals mondmaskers in allerlei gevallen “niet nodig” was. Inmiddels is er tijd voor evaluatie en kan met de kennis van nu worden geconcludeerd, aldus de uitzendingen, dat belangrijke RIVM-coronarichtlijnen over met name het gebruik van mondkapjes voor medewerkers in de ouderenzorg een magere wetenschappelijke onderbouwing hebben. De lezer mag na het bekijken van de uitzendingen zelf conclusies trekken en oordelen. Was het medisch niet noodzakelijk of was er schaarste aan middelen waarbij bij verdeling de ziekenhuizen voorrang kregen? Volgens Nieuwsuur is het RIVM niet van plan de richtlijnen aan te passen. Wel gaat het RIVM met de betrokken organisaties in gesprek (Trouw, 17 juli 2020). Volgens de voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid zijn het RIVM en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in de coronacrisis te veel vermengd geraakt. Ook de NOS heeft inmiddels commentaar geleverd (hier/hier/hier).

Deze blog gaat over de vraag of ook de beroepsgroep van huisartsen de coronacrisis nog gaat evalueren?

Enquête Huisarts Vandaag: met informatie van tussen 29 februari en 4 maart 2020 (1)

De enigste onderzoeksgegevens die publiekelijk over dit onderwerp zijn te vinden lees ik bij nieuwswebsite Huisarts Vandaag (HV, 5 maart en 6 maart). HV enquêteerde al in een vroeg stadium de stand van zaken bij huisartsen. Huisartsen werden op 29 februari 2020 uitgenodigd om een aantal vragen te beantwoorden. De sluitingsdatum van de HV-enquête was 4 maart 2020. Nu is bij huisartsgeneeskundig handelen altijd de context belangrijk dus ook hier. Kortom, hoe was ook alweer de coronasituatie in Nederland eind februari en begin maart 2020 toen de enquêtevragen werden beantwoord? In het eerste kader wordt daarom ter herinnering eerst de situatie eind februari/begin maart beschreven met citaten uit de gedetailleerde crisisbeschrijving zoals was te lezen in de NRC, 19 juni 2020. In het tweede kader daarna de antwoorden van de huisarts op enkele vragen uit de HV-enquête.

Citaten uit NRC, 19 juni 2020 (situatie eind februari en begin maart)

Over carnaval maakt het RIVM zich dan ook weinig zorgen. Ook niet als de eerste Nederlandse coronapatiënt op 27 februari in isolatie wordt geplaatst in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. De Brabander is in Noord-Italië̈ geweest, en heeft daarna carnaval gevierd in Loon op Zand.  Zo zorgwekkend is dat niet, zegt RIVM-man Jaap van Dissel tegen RTL Nieuws. „Ook op zo’n feest kun je de contacten op beste wijze terugvinden. Carnaval vier je meestal toch in een vrij kleine groep.” En, zegt hij, veel mensen zal een zieke toch niet aansteken: „Het virus verspreidt zich door grote druppeltjes. Dus het risico beperkt zich tot ongeveer anderhalf, twee meter.” Op dat moment zijn er al zo’n drie- tot negenduizend besmette mensen in Nederland, zal het Imperial College London later terugrekenen op basis van de coronapatiënten die een paar weken later overlijden. Onbewust, en buiten het zicht van de sussende Nederlandse infectieziektebestrijders, dragen ze het virus over aan de mensen om hen heen. In het Amphia-ziekenhuis in Brabant denkt arts-microbioloog Jan Kluytmans: als een paar patiënten zonder link met een risicogebied het virus dragen, dan moet het al rondgaan onder de bevolking. Als dat zo is, vangt de starre casusdefinitie van het RIVM die mensen nooit. Hij besluit op 2 maart in het Amphia álle patiënten en personeel met griepklachten te testen. Als ‘opschalingslab’ heeft het Amphia inmiddels alle benodigde middelen om dat zelf te doen. De eerste positieve medewerker is in Italië̈ geweest. Maar al snel daarna testen medewerkers positief die geen enkele band met risicogebieden hebben. Sommigen hebben carnaval gevierd in Prinsenbeek. Kluytmans appt 4 maart Jaap van Dissel: „Het gaat hier niet goed Jaap. De ene na de andere medewerker is positief. Soms ook zonder link naar het buitenland. Ik vrees dat carnaval een superspreidend effect heeft gehad.” Die vrijdag 6 maart roept het RIVM Brabanders met milde klachten – hoesten, niezen, misschien koorts – op thuis te blijven. Zo hoopt het RIVM de verspreiding van corona in Brabant „te bevriezen”, zegt Van Dissel voor de camera’s van de NOS. „Wat we in Nederland proberen, en denken nog te kunnen, is het virus de kop in te drukken, te beperken zodat we er geen last van hebben, met name zodat we onze zorg en onze kwetsbare ouderen kunnen ontlasten. Die situatie is in de rest van Nederland nog gunstig” (einde citaat NRC).

Enquête Huisarts Vandaag: met informatie van tussen 29 februari en 4 maart 2020 (2)

Nieuwswebsite Huisarts Vandaag hield in (het begin van) de coronacrisis een enquête onder 900 huisartsen. De hier gepubliceerde antwoorden (kader onder) gingen als onderdeel van de enquête met name over de op dat moment beschikbare beschermingsmiddelen die nodig zijn bij artsencontacten met patiënten met een besmettelijke ziekte. 

·      43% beschikt niet over een set met adequate beschermingsmiddelen, 71% behoorde tot de categorie praktijkhouder en 24% tot de groep waarnemers.

·      In honderden toelichtingen op hun antwoorden in de enquête geven de huisartsen aan dat beschermende middelen vrijwel niet te krijgen zijn of niet geleverd worden ook al zijn zij al in een vroegtijdig stadium begonnen met het bestellen van die middelen. De andere helft van de huisartsen zit ook niet ruim in de middelen. Veertig procent heeft slechts een tot vijf sets met beschermende middelen in huis en zijn dus ook beperkt in hun mogelijkheden om huisbezoeken af te leggen.

·      Na berichtgeving van Huisarts Vandaag over het tekort schieten van halterschorten werd het advies door de NHG aangepast naar schorten met lange mouwen. Omdat veel huisartsenpraktijken halterschorten hebben is gebrek aan de juiste sets dus nog groter. Meer dan de helft van de huisartsen die complete sets hebben, bezitten alleen halterschorten. Eénderde van de huisartsen die sets hebben beschikken over schorten met lange mouwen.

·      Slechts een kleine vijftien procent van de huisartsen is in de gelukkige omstandigheid dat zij kunnen beschikken over meer dan vijf sets beschermende middelen.

·      Uit de vele reacties van de huisartsen die deelnamen aan de enquête blijkt ook dat zij vinden dat de overheid en de GGD ’s een kans hebben gemist om zorgprofessionals goed voor te bereiden om een mogelijke pandemie. Of zoals een van de huisartsen het verwoordde: ‘Men legt veel op het bordje neer van de huisartsen, bel uw huisarts als u klachten heeft, maar hebben er niet voor gezorgd dat de huisartsen kunnen beschikken over voldoende sets met beschermende middelen die zij nodig hebben om patiënten thuis te bezoeken.’

·      Nog eens een derde van de huisartsen ergert zich eraan dat zij als zorgprofessionals niet eerder door de overheid zijn geïnformeerd dan het algemeen publiek. Een even groot percentage (36%) beoordeelt de informatievoorziening door de overheid als voldoende.

·      Dat huisartsen niet optimaal voorbereid waren op het uitbreken van het corona-virus blijkt ook wel uit het feit dat ongeveer de helft van de huisartsen niet op de hoogte was van de beschikbaarheid van beschermingsmiddelen op de huisartsenpost.

·      Uit de enquête komt ook duidelijk naar voren dat huisartsen zich ergeren dat de overheid de huisartsen een belangrijke rol toebedeeld in de bestrijding van de epidemie maar op een aantal fronten nauwelijks ondersteunt om die rol optimaal te kunnen vervullen. Zo vindt een ruime meerderheid van 71% van de huisartsen dat de overheid de huisartsen had moeten voorzien van voldoende sets beschermingsmiddelen. Slechts 24% van de huisartsen die aan de enquête deelnamen vindt de aanschaf van die beschermende middelen een zaak van de huisartspraktijk zelf.

 Is evalueren nodig?

Reflecteren, toetsen en evalueren lijken mij drie toepasbare werkwoorden bij elk onderdeel van beleid om te verbeteren. De ‘opbrengst’ moet leiden tot het beter voorbereid zijn op een eventuele tweede coronagolf, dan wel een andere toekomstige uitbraak van een besmettelijke ziekte. Als maatschappij, maar ook als huisarts. Bij te onderzoeken items in de evaluatie denk ik (niet limitatief) bv. aan de volgende punten… 

  • Als een huisarts een virustest nodig vindt, kan er dan altijd getest worden? Krijgt de huisarts zonder “gespecificeerde toestemming” ook bericht van alle testuitslagen? Als een huisarts contact heeft met een voor COVID-verdachte patiënt, zijn er dan voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) aanwezig en 24/7 beschikbaar op praktijken en huisartsenposten? Een PBM-pakket conform de laatste richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Wie is hier voor wat verantwoordelijk?
  • Als er (wederom) in verband met een uitbraak een praktijkreorganisatie moet plaatsvinden, is veranderingscapaciteit bij reorganisatie, logistiek en ondersteuning aanwezig?
  • Zijn alle kosten (arbeidstijd, fysiek en logistiek, gederfde inkomsten, vervanging bij uitval door COVID etc.) proactief inmiddels ondergebracht in de bestaande bekostiging. Krijgen zorgverleners net als de zorgverzekeraars ook een catastroferegeling? Of wordt het: lever eerst maar, dan regelen we later wel de financiering?
  • Onderzoek naar de COVID-prevalentie onder huisartsen en alle ondersteunende disciplines. Wat waren/zijn de consequenties?
  • Hebben huisartsen voldoende input kunnen leveren in het OMT en wat is er met deze input wel/niet gedaan?
  • Welke verbeterpunten zijn er te formuleren ten aanzien van de samenwerking (onderling, met ziekenhuis, met gemeente, met ROAZ, met RIVM/GGD, met verzekeraar, met centrale overheid, met distributiecentra)?
  • Waren er beleidsmatige verschillen onderling in de 25 GGD-regio’s? Zo ja, welke?
  • Heeft de investering in tijd en kosten in het geschikt maken van meerdere werkplekken voor videobellen en uitleg en scholing aan assistentes en collega-artsen een meerwaarde? Uit welke data blijkt dat wel/niet?
  • Met welk andere onderzoeken kunnen huisartsen bijdragen aan betere uitkomsten? Bv. herstelproblemen na COVID. Andere dan deze/deze en deze reeds bestaande mooie onderzoeken. 

Tot slot

Of de beroepsgroep van huisartsen ook daadwerkelijk na 6 maanden coronatijd gaat evalueren is mij niet bekend. De uitkomsten van de HV-enquête lieten in maart 2020 al overeenkomsten zien met de deze week in Nieuwsuur getoonde ervaringen in thuiszorg en verpleeghuiszorg. Vier oppositiepartijen vinden deze week dat de Tweede Kamer moet terugkomen van reces om zich te buigen over de klacht van de ouderen- en thuiszorg dat het coronabeleid patiënten en personeel in gevaar heeft gebracht. Urgentie wordt gevoeld. 

Eerdere blogs over COVID-19

19.03.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (01) (de consequenties volksgezondheid)

23.03.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (02) (gevolgen economie en geld printen)

26.03.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (03) (over sociale en mentale gevolgen)

28.03.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (04) (met testbeleid naar 3 groepen)

30.03.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (05) (met uitstelzorg, aanpak en compensatie)

02.04.2020: De impact van COVID-19 is amper te overzien (06) (beleidsmaatregelen o.b.v. kennisbundeling)

04.04.2020: Verhoogde urgentie aanpak tekorten geneesmiddelen (altijd al, zeker nu in coronatijd)

07.04.2020: Contractafspraken: andere context, ander contract? (andere afspraken in COVID-19 tijd?)

10.04.2020: Tekort beschermingsmateriaal voor zorgverlener én patiënt een treurig feit

19.04.2020: Het bron- en contactonderzoek bij COVID-19 kan ook zonder app (BCO zelf uitvoeren)

22.04.2020: Het bron- en contactonderzoek bij COVID-19 heeft last van het afwentelvirus (GGD)

24.04.2020: Verhoogde testcapaciteit COVID-19 wordt niet volledig benut (de beschermende COVID-keten)

05.05.2020: Van het nieuwe abnormaal naar het normale normaal (maatregelen heropenen economie)

09.05.2020: Conclusie: voor elke burger goed neusmondmasker voorradig (anders schijnveiligheid)

12.05.2020: Een financiële kluwen: lenteherberekening en catastroferegeling (compensatie 21 ZV’s)

16.05.2020: Economie en volksgezondheid zijn onlosmakelijk verbonden (maatregelen economie + zorg)

20.05.2020: Extra taken (blijkbaar) voor huisartsen in coronatijd (bij testen mantelzorgers en toedienen LMWH)

01.06.2020: 0800-1202 (het nieuwe testbeleid voor elke burger met coronaklachten, 3 mnd. na 1e patiënt)

08.06.2020: Na WHO-advies: frequent gebruik mondmaskers het nieuwe normaal? (ruime indicatie)

22.06.2020: Regelen onafhankelijke evaluatie eigen coronabeleid is (ook) taak overheid (en nodig)

10.07.2020: Inzicht in verspreiding coronavirus als fundament voor maatregelen (1,5 mtr., Goudsmit)

13.07.2020: Urgentie de bevolking méér proactief te gaan testen (asymp. dragers + superverspreiders)