(Alleen nog) bij Stichting De Bevlogen Huisarts (DBH) is te lezen (DBH, 16 september 2026) dat op dinsdag 13 oktober aanstaande bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een rechtszaak dient tegen de NZa met verzoek deze Zorgautoriteit te dwingen tot een stevigere handhaving richting zorgverzekeraars wat betreft de plicht tot voldoende inkoop van mentale zorg. Een rechtszaak die de Consumentenbond (hier/hier) samen met DBH aanspant tegen de NZa.
Zoals bekend staan tienduizenden volwassenen op de wachtlijst voor mentale hulp (hier/hier/hier/blog). Met alle consequenties van dien (hier/hier/hier). De zorgplicht (artikel 11 Zorgverzekeringswet) bij verzekeraars met voldoende inkoop ligt al jaren onder het vergrootglas nu burgers moeten wachten op noodzakelijke mentale zorg, terwijl de onderling afgesproken beleidsnormen (Treeknorm) bij regulier wachten tot hulp beschikbaar is, blijvend zijn overschreden (hier).
De procedure
Het CBb is de hoogste rechter op het gebied van het economisch bestuursrecht en geeft leiding aan de rechtspraak op gebied van onder andere regulering van markten, gezondheidsrecht en consumentenbescherming.
Al op 2 april 2024 (hier) heeft de Consumentenbond de NZa verzocht handhavend op te treden tegen alle zorgverzekeraars door hen te verplichten om meer geestelijke gezondheidszorg in te kopen, omdat zij in strijd zouden handelen met de op hen rustende wettelijke zorgplicht. De bond wijst erop dat veel meer aanbod beschikbaar is, maar deze niet wordt gecontracteerd, dan wel via budgetplafonds bewust wordt beperkt. Ook bij twee andere geuite bezwaren, gebrek aan urgentie en het niet ingaan op het handhavingsverzoek, krijgt de Consumentenbond te weinig weerklank. Dit alles staat beschreven in document “Besluit op bezwaar” (NZa, publicatiedatum 11 juli 2025). De eerste alinea’s van dit document staan in bovenstaande afbeelding onder de blogtitel.
De NZa gaat na eigen onderzoek (hier), het Thematisch Onderzoek Proactiviteit zorgverzekeraars (TOP) niet verder in op de drie bezwaren, waarna de Consumentenbond nu als laatste stap beroep instelt bij het CBb in Den Haag.
In deze blog ga ik verder in op met name de (financiële) situatie.
Deelname DBH/huisartsen aan rechtszaak
DBH neemt deel aan de rechtszaak omdat uitblijven van tijdige GGZ-hulp, na verwijzing, betekent dat meer ernstige GGZ-problematiek toch bij de POH-GGZ of huisarts blijft, met daardoor extra te investeren tijd bij begeleiding van “secundair ontwrichte gezinnen.” Met om deze reden minder beschikbare tijd voor andere zorgvragen (hier).
Een conclusie die ook door onderzoek elders het afgelopen jaar is bevestigd (hier/hier/hier).
Financiële parameters: risicoverevening en macrobudget
Door een mankement in de risicoverevening lijden zorgverzekeraars verlies op patiënten met ernstige psychische aandoeningen (EPA–blog). Met risicoverevening worden zorgverzekeraars extra gecompenseerd via het vereveningsfonds als zij relatief veel burgers hebben in de polis portefeuille met relatief veel kosten. Risicoverevening zou overigens geheel niet nodig zijn mits destijds was gekozen voor één zorgverzekeraar. Het liep anders… (hier + blog/blog/blog). Nu er vastgesteld is dat het voor zorgverzekeraars financieel minder aantrekkelijk is om voor deze EPA-groep extra mentale zorg in te kopen, kijkt eenieder naar de overheid om met aanvullende beleidsregels het tij te keren. Dit leidt voor 2027 tot de volgende aanpassing in de vereveningsregeling (Uit Kamerbrief VWS, 14 september 2026)…
Deze aanpassing van de risicoverevening voor alleen 2027 betekent een herverdeling van het GGZ-budget deel wat via de inkomstenbelasting wordt toegevoegd aan het Zorgverzekeringsfonds. In opzet ten gunste van de inkoop van de duurste GGZ-zorg (EPA: hier/hier??). Een fonds wat beheerd wordt door het Zorginstituut en wetmatig 50% van de macrokosten van uitvoering van de Zorgverzekeringswet behelst. Risicospreiding tussen verzekeraars onderling van “dure” zorg moe(s)t vanaf de start van Zorgverzekeringswet (2006) de acceptatieplicht waarborgen en risicoselectie verbieden.
Herverdeling met een hogere vereveningsbijdrage voor zware zorg lijkt een verbetering, maar dan moet het macrobudget om in totaliteit GGZ-zorg te leveren meebewegen en voldoende zijn. Immers het vanaf de werkvloer berekend budget is altijd stap 5 in elk 8-stappen uitvoeringsplan. Máár het macrobudget zoals jaarlijks gepresenteerd in de Rijksbegroting is een opgelegd budget van het Ministerie van Financiën en niet de optelsom van kosten van noodzakelijke zorg. Dat geldt voor huisartsen (blog), maar ook voor de sector GGZ. Dat opgelegd budget zag er de afgelopen week zo uit…
Dat GGZ-budget voor 2027 (zie kolom 4: €6,086 miljard) is wel van belang voor de zorginkoop de komende maanden. Waarbij het resultaat onbekend is wat de 20 inkopende zorgverzekeraars met hun 58 polissen (hier) in contracten 2027 met zorgaanbieders/GGZ-instellingen afspreken met betrekking tot voorwaarden over eventuele omzetplafonds (zware en lichte zorg), behandelstops versus doorleverplicht, prijsstelling, effect van bemiddeling etc. Echter deze contracten worden tekstmatig niet letterlijk gepubliceerd, dus burgers/verplichte premiebetalers zijn afhankelijk van controle op voldoende inkoop van een externe toezichthouder en wat partijen (aanbieder en verzekeraar) er zelf over naar buiten (mogen) brengen (hier).
Op bestuurlijk niveau (AZWA bestuurlijk akkoord) proberen partijen dit in evenwicht te brengen, maar ook hier worden de letterlijke notulen van de bestuurstafel (hier) niet gepubliceerd.
EPA-zorg (hier/hier/hier) kan overigens als ‘noodoplossing’ ook gefinancierd worden via een beschikbaarheidsbijdrage (hier) en/of via de reguliere niet ‘markt gebonden’ Rijksbegroting. Het hoeft niet per se opgelost te worden door inkoop van verzekeraars via de gereguleerde marktwerking. De politiek kiest.
Het is begrijpelijk dat de Consumentenbond namens wachtenden deze gang van zaken met veel te lange wachtlijsten niet (meer) accepteert en het oordeel op 13 oktober vraagt aan de bestuursrechter. Als burgers niet op de hoogte zijn van afgesproken behandelstops, inclusief de omvang ervan, en verzekeraars zo bewust de behandelcapaciteit beperken, hoe kunnen zij/burgers dan de juiste zorgaanbieder kiezen? Wat is keuzevrijheid dan waard? Wáár is dan de toezichthouder?
Dat huisartsen volgende maand meedoen met het beroep bij het CBb, is ook begrijpelijk (hier/hier), want (citaat NIVEL, 30 juli 2026): “Tijdens deze periode (AM: van wachten) maakte 72% gebruik van zorg in de huisartsenpraktijk, met name bij de huisarts. Ook consulten met de praktijkondersteuner huisartsenzorg ggz (POH-GGZ) (23%) of een voorschrift voor psychofarmaca (13%) werden ingezet. Binnen een jaar na de nieuwe verwijzing had 25% van de verwezen patiënten nog geen ggz-consult (einde citaat) …
Beschouwing: het kernprobleem
De burger die verplicht verzekerd is en bijtijds de premie betaalt (voorlopige premie) voor de basisverzekering én de burger/werkgever die bijtijds de inkomensafhankelijke bijdrage (hier + hier) betaalt aan de Belastingdienst heeft recht op tijdige zorg uit deze basisverzekering, mits daar een zorginhoudelijke indicatie voor is. In theorie koopt de verzekeraar voor de eigen polishouders zoveel zorg in, dat elke burger bijtijds deze rechtmatige mentale zorg ontvangt. In de praktijk worden burgers echter geconfronteerd met wachtlijsten met vergaande consequenties, maatschappelijk, individueel en binnen samenlevingsvormen/gezinnen. De al genoemde Treeknorm, ooit onderling door partijen afgesproken (hier), weerspiegelt als afspraak een resultaatverplichting en niet een inspanningsverplichting. Als bij te lang wachten er een te lage behandelcapaciteit is, is in theorie de oplossing nabij: tijdig extra zorg bijcontracteren. Maar ook als deze oplossing het meest logisch is, zal de Zorgautoriteit toezicht moeten houden of bijcontracteren gebeurt en zal zo nodig formele maatregelen moeten opleggen voor het geval dat het niet gebeurt.
Beschouwing op beleidsniveau
Nu voor 2027 voor de GGZ minder budget (€6,0 miljard in kolom 4) beschikbaar is dan in 2026 (€6,3 miljard in kolom 3) is de vraag of de aangekondigde budgetherverdeling ten gunstige van zware zorg gaat slagen (vergelijk met Rijksjaarverslag 2025, pg.184 op 20 mei 2026). Eerder is in het IZA-traject voor de GGZ overigens wel extra geld beschikbaar gesteld (hier/hier).
De omvang van de gedeclareerde GGZ-kosten komt naar verwachting voor 2026 uit op €6,299 miljard (Zorgcijfersdatabank, kolom 6, 17 juni 2026). Wat nu?
Naast de genoemde intransparantie in contracten/AZWA, moet worden genoemd dat de huidige Rijksbegroting 2027 niet gefundeerd wordt in Eerste en Tweede Kamer door een politieke meerderheid. Om wél een politiek gedragen zorgbegroting te krijgen is nog steun nodig van minimaal 1 politieke partij of maximaal 6 partijen. Het kan nog alle kanten op (hier), dus ook de goede…
Opvallend deze week was verder de uitspraak van de qua grootte vijfde zorgverzekeraar dat in tegenstelling tot andere jaren de hoogte van de zorgpremie 2027 nu nog niet kan worden meegedeeld (hier/hier). Mijn aanname is dat dit te maken heeft met de geschetste budgettaire (politieke) onzekerheid én met de gevolgen van de late/recente aanpassing van de verevening én met het vanuit concurrentiemotief (blijkbaar ook) moeten introduceren van een plafond (hier/video).
Op 12 november aanstaande zullen alle premies van de zorgverzekeraars wetmatig verplicht bekend zijn.
De interdepartementaal beleidscommissie: “Uit balans”
Het gaat bij de GGZ-perikelen niet alleen om financiën. In opdracht van het kabinet presenteerde vorig jaar een interdepartementaal beleidscommissie (IBO, 30 september 2025) over de GGZ-situatie het rapport “Uit balans – IBO mentale gezondheid en GGZ.” De titel “uit balans” is van toepassing op zowel de verslechtering van de mentale gezondheid in Nederland als de vaststelling dat het huidige stelsel van ondersteuning en zorg onhoudbaar is. De toegankelijkheid staat onder druk vanwege oplopende wachttijden en de kwaliteit van aanbod is voor mensen met een complexe zorgvraag onvoldoende passend (hier/hier/blog).
Aanvullende relevante factoren
Naast financiële en contractuele items met invloed op beschikbaarheid van GGZ-zorg zijn er ook nog andere belangrijke items. Denk aan de beddenreductie (hier/hier), de mogelijk overschatte waarde van de mentale gezondheidsnetwerken aan de voorkant van de keten (hier/hier/hier) en het onnodig problematiseren en afbouwen van ongeveer 7% niet gecontracteerde zorg (hier/hier/hier/hier). Dan zijn er nog personele aspecten, zoals het vermeend tekort (hier/hier/hier), een hoog verzuim (hier/hier) en het (onbegrijpelijk) schrappen van opleidingsplaatsen (hier/hier).
Op enkele aspecten ga ik later nog in. In elk beleidsdocument staat “personeelstekort” altijd als probleem vermeld. Van een “tekort” aan zorgverleners kan pas worden gesproken als budgetplafonds en behandelstops in GGZ-contracten, bij het bestaan van wachtlijsten, zijn verboden en vervolgens nadíen (hier/hier) er onvoldoende BIG-geregistreerde zorgverleners beschikbaar blijken te zijn voor zorg van de basisverzekering. Deze laatste opmerking sluit weer aan bij de door de Consumentenbond/Stichting DBH (hier) gevoerde rechtszaak van 13 oktober, als bij dit probleem door de toezichthouder, ook behorend tot de overheid, onvoldoende toezicht op en handhaving bij de zorgplicht van verzekeraars plaatsvindt (hier/hier).
Tot slot
Naast deze door DBH aangekondigde CBb-zaak loopt er nog een tweede rechtszaak (blog), zodat de juridische druk op het GGZ-stelsel inmiddels van twee kanten komt (hier). Bij het CBb staat de vraag centraal of de NZa als toezichthouder voldoende handhaaft wanneer zorgverzekeraars onvoldoende zorg inkopen. Stichting Recht op GGZ gaat een stap verder (hier/hier/hier/hier) en houdt in een civiele procedure de Staat zelf, als stelselverantwoordelijke, verantwoordelijk voor de inmiddels structureel bestaande te lange wachttijden (dagvaarding). De rechtbank Den Haag verklaarde de stichting begin deze maand in haar collectieve vordering ontvankelijk (Tussenvonnis, ECLI: NL: RBDHA: 2026:25597, 2 september 2026). De procedure kan nu verder, vervolg op 14 oktober, bij toeval dus 1 dag na de CBb-zaak. Naar ik begrijp is er voor deze tweede zaak nog géén mondeling inhoudelijke zittingsdatum gepland.
Het zijn al met al spannende tijden voor allen die afhankelijk zijn van, dan wel betrokken zijn bij goede mentale zorg. Met nu de vaststelling dat de juridische druk op de overheid wordt opgevoerd om in actie te komen.
NB:
-afbeelding 1 onder blogtitel afkomstig van NZa: Besluit op bezwaar (11 juli 2025)
-afbeelding 2 komt uit een recente Kamerbrief (14 september 2026)
-afbeelding 3 is de Rijksbegroting VWS Zorgverzekeringswet 2027 (15 september 2026)
Eerdere relevante blogs over GGZ en handhaving van de zorgplicht
29.03.2021: Handhaving inkoopplicht zorgverzekeraars moet na 15 jaar nog beginnen (NZa)
14.02.2022: Zorgplicht impliceert juiste inkoop van voldoende zorg (1) (tijdig, wet, ZV, rol IGJ, NZa)
16.02.2022: Zorgplicht impliceert juiste inkoop van voldoende zorg (2) (tijdig, wet, ZV, rol IGJ, NZa)
17.03.2022: Reflectie op speerpunten zorgkoers kabinet Rutte IV (3) (GGZ = speerpunt 12)
25.04.2022: GGZ: oude problemen, nieuwe bekostiging (ZPM, impact netwerk, transitieprobleem)
18.08.2022: Zorgplicht zorgverzekeraars blijft een (te) vaag omschreven begrip (plicht à “samen”)
26.04.2023: Laat rechter spreken over status wachtenden in GGZ (84.000, Treeknorm, verevening)
23.11.2023: Incomplete risicoverevening heeft grote impact op zorg (te complex/26->1 ZV’s)
06.12.2023: Passend contract ook in IZA-tijdperk moeizaam te realiseren (rechtszaken/betaaltitel)
02.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (1) (dysbalans vraag-aanbod + financiën)
04.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (2) (MGN-Uit de knel-HA-GEM-contract)
09.04.2024: Wachtlijsten bij de GGZ: over oorzaken en oplossingen (3) (NZa-lijst + antw. minister)
15.06.2024: Uitkomst rechtszaak GGZ van belang voor heel de zorg (wachtlijst: rol staat/verzekeraar)
04.09.2024: Zorgverzekeringswet wijzigen betekent eerst de noodzaak ervan inzien (update 2024)
27.02.2025: Verscherpt toezicht CZ legt ook functioneren NZa onder vergrootglas (resultaat)
29.03.2025: In afwachting van AZWA (het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord/ + IZA/sociaal domein)
13.05.2025: Aanspannen rechtszaak Stichting Recht op GGZ volkomen terecht (108.878 wachtenden)
17.06.2025: Onbegrepen gedrag in een niet functionerend zorgsysteem (n.a.v. parlementaire verkenning)
17.03.2026: GGZ-wachtlijsten: symptoom van een systeemprobleem (1) (wachtlijst, HA, GGZ)
23.03.2026: GGZ-wachtlijsten: symptoom van een systeemprobleem (2) (overheid/hervorming/IBO)
01.07.2026: Conclusie effectonderzoek inzet POH GGZ onvolledig (ESB/Prudon/CBb + minister)
14.09.2026: Ook voor zorgfinanciering geldt: blijvend nabij (keten GGZ/EPA nav Blijvend nabij)
Tja, als iemand het nog kan volgen?
Ik denk dat de ingewikkeldheid van het stelsel zelf aangepakt moet gaan worden.
Vraag/voorstel: Wie rekent eens de kostenbesparing uit van een simpel één verzekeraarstelsel vs de chaos van nu ? Die besparing kon wel eens richting de 10 procent gaan. Financieel dan. En profesioneel-emotioneel richting de 30 procent.