De organisatie en infrastructuur (O&I) van de huisartsenzorg wordt steeds meer ingebed in een regionale organisatie. Is dat een gunstige ontwikkeling? Drie van de vier verenigingen brachten in november 2019 hun visiestuk uit over regionale samenwerking, getiteld “Regionale samenwerking en organisatievorming in de huisartsenzorg”. Inmiddels is voor uitwerking van deze visie een ‘Toolbox’ beschikbaar. Jako Burgers, huisarts en strategisch-medisch adviseur van het NHG (H&W, april 2020, pg. 65): “er is geen landelijke blauwdruk, maar er zijn bouwstenen en randvoorwaarden waarmee je zelf je huis kunt bouwen. Huisartsen bepalen dus zelf hoe ze het willen organiseren, op een pragmatische wijze. De huisartsenzorg op lokaal en regionaal niveau is nu te veel versnipperd. Het is noodzaak de krachten te bundelen.” Genoemde bouwstenen zijn: opstellen regioplan, ondersteuning bij ICT, arbeidsmarktproblematiek en vormgeving aanbod en kwaliteit, gemandateerde samenwerkingsafspraken maken, ontzorging en facilitering van bedrijfsvoering. De genoemde randvoorwaarden hierbij zijn het vastleggen van een heldere besluitvormingsstructuur, het betrekken van alle huisartsen hierbij en een adequate financiering. In onderstaand kader staat de samenvatting van het visiestuk en de links naar de Toolbox.

Het visiestuk: samenwerking en organisatievorming: uitleg van LHV, NHG en InEen

Ingezet wordt op verregaande structurele samenwerking en organisatievorming in huisartsenzorg en eerste lijn. Door meer eenheid en kortere lijnen in de regio neemt ook de slagkracht van de huisartsenzorg, dus met alle huisartsen en de eerste lijn toe. Structurele samenwerking in de regio kan niet langer vrijblijvend zijn. Structurele samenwerking en regionale planvorming krijgen bij voorkeur vorm binnen één regionale huisartsenorganisatie. Waar mogelijk en gewenst kan deze worden uitgebreid met andere ketenpartners in de eerste lijn, met de tweede lijn, GGZ, Wlz-aanbieders en/of het sociaal domein. Huisartsen moeten aanspraak kunnen maken op een basisniveau van dienstverlening door de regionale organisatie. Als vertegenwoordiger moet de regionale organisatie beschikken over een adequaat mandaat van de huisartsen in de regio. Een sterke huisartsen- of eerstelijnsorganisatie zorgt voor goede patiëntenzorg en ondersteunt zorgverleners bij de complexe uitdagingen die op hen afkomen. De urgentie is groot. Er zijn veel vraagstukken waar de eerste lijn een antwoord op moet zien te vinden, zoals de ICT-infrastructuur en toenemende complexiteit van de zorgvraag door langer thuiswonenden ouderen en mensen met GGZ-problematiek. De arbeidsmarktproblematiek en werkdrukbeheersing vormen onmiskenbaar de grootste uitdaging voor de toekomst. Dit zijn vraagstukken die gewoonweg effectiever en duurzamer worden aangepakt door het gezamenlijk te doen. Een regionale organisatie die met mandaat namens een regio kan spreken kan huisartsen hierin ontzorgen door vraagstukken aan te pakken op het (praktijk-, wijk- of regio-) niveau waar dat het meest doelmatig en logisch is, en door een duidelijk aanspreekpunt te vormen voor andere domeinen en stakeholders.

 Toolbox

Bouwstenen en randvoorwaarden  pdf

Modellen voor organisatievorming

Gebruik van data in de regio

Mono- en multi­disciplinaire planvorming

Vraag en aanbod van scholing

Voorbeelden van bestuur­lijke inrichting in regio’s

 “De juiste zorg op de juiste plek: wie durft?” (rapport, 1 april 2018)

Citaat uit het visiestuk: “Vanuit de sector zelf klinkt een steeds sterkere roep om de samenwerking in de regio beter te organiseren. Tegelijkertijd sturen verschillende landelijke overlegtafels aan op meer en betere samenwerking tussen de verschillende zorgaanbieders in de regio. Zo is de ontwikkeling van JZOJP (Juiste Zorg op de Juiste Plek) een nadrukkelijk onderdeel van het Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg 2019-2022. Ziekenhuizen voelen een enorme urgentie om de zorg anders te gaan organiseren (innovatie) en een deel van de zorg buiten de muren te plaatsen (substitutie).” Niemand zal tegen het uitgangspunt van JZOJP zijn. Dit zal tot stand komen via de 3 V’s (voorkomen duurdere zorg, verplaatsen van zorg, vervangen door andere zorg). En dan mag met een dergelijke transitie het woord juist niet selectief worden gebruikt, noch in de regio, noch lokaal, wijk of landelijk. Juist is namelijk óók…

Op het juiste moment, via het juiste medium, in de juiste consultvorm, door de juiste functionaris, bij de juiste hoofdrolspeler, voor de juiste patiënt, binnen de juiste organisatie, met de juiste logistiek, na de juiste innovatie binnen de juiste bedrijfsvoering, met de juiste motivatie, voor het juiste tarief in de juiste bekostiging, met het juiste contract, waarop het juiste toezicht, bij de juiste stelselwet ondergebracht

Reorganisatie huisartsenvereniging?

Het standpunt van de VPHuisartsen over dit visiestuk, de vierde vereniging, is mij niet bekend. Huisartsen zijn met werkgroepen hard aan de slag om qua organisatie toekomstbestendig te worden. Met de werkgroepen LHV-MOVE (MOdernisering VEreniging) en LHV-VIBE (Vertegenwoordiging, Inspraak, Betrokkenheid en Eenheid). In dat opzicht was 2019 voor huisartsen toch al een intensief jaar (Toekomstvisie, HRMO, Hartenkreet, onderzoek contractering (Newcom). Is het bedrijfsmatig trouwens niet het beste toe te werken naar één huisartsenledenraad en bestuur? Welk ander bedrijf behalve huisartsen scheidt bij de verkoop vooraf aanbod en passende leveringsvoorwaarden? Zo vraag ik mij dit, inmiddels huisarts-niet praktiserend, al jaren af.  

Ja, een goede regionale organisatie is nodig

Een goede regionale organisatie (RHN/RHO) met de juiste(!) governance is nodig omdat vele zorgtaken op dat niveau het beste georganiseerd kan worden. Ik denk aan acute zorg, aan het toezien op crisisbeleid, aan de bouw van zorginhoudelijke netwerkstructuren in samenwerking en samenhang met eerstelijnspartners, ziekenhuizen, GGZ, jeugd– en ouderenzorg en sociaal domein. Wat vinden de beroepsverenigingen zélf welk zaken zij liever niet in de regio zien geregeld, maar elders? Daar lees ik niets over. Wat ik ook heb gemist in het visiestuk is hoe de patiënt kan worden geholpen zelf een rol te nemen bij diens gezondheid.  

 Niet alles gaat/hoeft regionaal

Bestuurders benadrukken al jaren dat ICT regionaal moet. Maar waarom geen centraal HIS, aansluitend op één centraal KIS en ZIS? Niet meteen roepen dat dat niet (meer) zou kunnen. Huisartsenzorg vindt primair in de eigen praktijk plaats, zorg dus dan juist voor een goede lokale ondersteuning. Multidisciplinaire zorg vindt plaats in de wijk, zorg dus dan voor een goede wijkstructuur. Wat een regionale organisatie niet moet doen, is de rol van de zorgplicht van verzekeraars overnemen. Voorbeelden: het zonder overleg koppelen van noni’s aan een HDS, de zorggroep verantwoordelijk maken voor no-show, besparingen incasseren, het schijnbaar fiatteren van en uitleg geven over wachttijden elders ontstaan door onvoldoende inkoop, het contracteren en uitbetalen van ketenpartners, het organiseren van ELV-bedden etc.  Als ondersteuning op drie niveaus (lokaal, wijk, regio) nodig is, heeft dat consequenties voor invulling en verdeling van de O&I gelden huisartsenzorg. Zorgverzekeraars, gaan/mogen huisartsen daar dan ook zelf over besluiten? En financier vooral de harde kern: degenen die samenwerken, die de zorg ook leveren en tegelijk zorgen voor de continuïteit.

Uitdaging en beperking

JZJP is op gebied van organisatie een zeer uitdagende klus. Alle partijen zijn nodig om hier vorm aan te geven. Al eerder ben ik daarop ingegaan (zie eerdere blogs onderaan). Er kan zeker worden ingezet op verdere regionalisering van de zorg met gebruikmaking van goede voorbeelden (hier/hier), mits financieringsschotten verdwijnen (1), spelregels rondom deze financiering centraal worden afgesproken (2), er vooraf een overheidsvisie is met uitwerking van (volume regionale) ziekenhuiszorg, zoals bedden, SEH’s, poli’s e.d. (3). Waarna de multidisciplinaire zorg als netwerk in de wijk wordt aangeboden (4).

Alleen met deze vier voorwaarden kan regionale samenwerking nu de beste strategie zijn. Maar erken ook de beperkingen. De spelregels van toekenning van het zorgbudget, de transparante kostprijs en de regels van de nieuwe organisatie en logistiek worden hopelijk centraal geregeld. Niemand zit te wachten op een nieuwe versnippering, méérdere ‘regionale’ organisaties naast elkaar en/of schaalverwarring (blog) en/of decentralisatie met regionaal (bestuurlijk) hobbyisme en/of een op oneigenlijke gronden tot stand gekomen postcodezorg.

Tot slot

Huisartsenwerk vraagt om kennisontwikkeling, flexibiliteit, improvisatievermogen, ondersteuning, samenwerking en dat met goede bedrijfsvoering en randvoorwaarden. Hóe je het werk vervolgens organiseert is net zo belangrijk. Er is, zo meldt de NZa recent nog in haar Monitor contractering huisartsenzorg 2020 (blog), een grote variatie in de slagkracht van regionale organisaties en in de investeringen die hiermee gepaard gaan. En richting zorgverzekeraars meldt de NZa in de monitor: “incidentele of projectmatige financiering uit projectpotten geeft aan aanbieders niet het signaal dat de inspanningen op lange termijn geborgd zijn”. Mij lijkt het dan ook het beste voldoende O&I-gelden als opslag duurzaam toe te voegen aan het inschrijftarief.

Eerdere blogs over het schaalniveau van de organisatie

07.07.2017: Waarde populatiebekostiging en regiocontractering wordt overschat (wijkzorg!)

17.04.2017: Contractering bij decentralisatie: vastlopen in bureaucratie (elke gemeente?)

27.04.2018: Regionalisering van de zorg: wat willen burgers en zorgaanbieders? (regio?)

09.10.2018: Ondersteuning huisarts: op niveau praktijk, wijk of regio? (organisatieschaal)

29.11.2018: Bij financiering regionale zorg zijn centraal afgestemde spelregels nodig (VWS)

26.01.2019: Modern functionerend wijkteam vraagt om andere randvoorwaarden (CPB/wijkteam)