De afgelopen week werd ik uitgenodigd door de lokale radio van Alphen aan den Rijn om in een podcast samen met huisarts Erik Pleij de zorgstandpunten te bespreken van verkiezingsprogramma’s (Studio Alphen, podcast “Uitgedokterd”, 17 oktober 2025).

In ruim een uur passeren negen standpunten van zes politieke partijen de revue.

In deze blog komen nogmaals de besproken onderwerpen langs.

Op 29 oktober aanstaande zijn deze Tweede Kamerverkiezingen.

 

 

1*: Macrofinanciën zorg

Het basispad zorg beschrijft de verwachte financiële uitkomst bij ongewijzigd zorgbeleid. Met een kostenontwikkeling zonder vanaf nu politieke interventies. Dit betekent volgens het basispad een stijging van zorgkosten van 16 miljard tussen 2026 en 2030 (van 119,8 miljard in 2026 naar 135,8 miljard in 2030).

Ten behoeve van de komende verkiezingen hebben 10 politieke partijen hun beoogde maatregelen, al dan niet reeds vermeld in hun verkiezingsprogramma, door het Centraal Planbureau (CPB) laten doorrekenen (hier/hier/hier).

Men spreekt bij een politieke interventie van ‘ombuigingen’ of ‘dempen’ van de kostenontwikkeling volgens het basipad. Er is in letterlijke zin geen sprake van een bezuiniging. Er is één politieke partij die de komende kabinetsperiode meer uitgeeft aan zorg dan het basispad (GroenLinks/PvdA, namelijk 1,9 miljard meer). VVD en JA21 dempen daarentegen het hardst de groei.

Financiële verschuivingen binnen de zorg kunnen, naast consequenties voor ieders zorgaanbod, ook van invloed zijn op begrotingen, op staatschuld, op andere collectieve sectoren (onderwijs, veiligheid, sociale zekerheid) en op ieders inkomen.

Op de Rijksbegroting 2026 (VWS, 16 september 2025, pg.177) zijn de kosten van de Zorgverzekeringswet (bruto bijna 70 miljard, netto ruim 66 miljard) en de Wet langdurige zorg (bruto bijna 42 miljard en netto ruim 39 miljard). Het CPB berekent voor 2026 lagere uitgaven: Zorgverzekeringswet ruim 64 miljard en Wet langdurige zorg bijna 39 miljard.

Het getal van 119,8 miljard in de CPB-doorrekening betreft alle stelselwetten in de zorg (CPB-rapport, pg.22).

Conclusie: kostenplaatjes hebben beperkte waarde (hier) als niet wordt gemeld wat de consequenties zijn van de eigen doorrekening (genoemde zorgkosten versus niet genoemde zorgbaten). De politieke discussie begint pas als zorgvragers hun wensen melden en zorgaanbieders hun eigen kosten presenteren van het daarbij passend beleid van goede zorg (Wkkgz). Zolang dit niet gebeurt, bepalen anderen hoe het kostenplaatje zonder inhoudelijke discussie wordt ingevuld. Het is opmerkelijk dat het CPB bij elke partij die het basispakket wil bevriezen meldt dat dit tot een “substantiële toename van sociaaleconomische verschillen in de toegang tot zorg” zal leiden. Men is nu dus gewaarschuwd.

2*: Het verplichte eigen risico (VER)

Het VER is nu 385 euro per jaar en zou per 2027 dalen naar 165 euro. Deze verlaging is meegenomen in het basispad (eerder besluit kabinet Schoof/Wilders). Echter politieke partijen willen nu allemaal wat anders: VER (385, niet in een keer (D66/150 per keer – NSC/80 euro per keer), volledig afschaffen (PVV/PvdD/SP), stapsgewijs afschaf (GroenLinksPvdA), terugdraaien (VVD/CDA). De kosten van de Zorgverzekeringswet zijn in 2026 bruto 69,7 miljard. Binnen de huidige wetgeving van de Zorgverzekeringswet betekent dit dat 50% van deze kosten worden opgebracht door de inkomensafhankelijke premie en 50% door de trias VER, nominale premie en Rijksbijdrage. Dit impliceert dat als totale budgetsom gelijk moet blijven afschaf van de VER een maandelijkse premieverhoging betekent (hier).

Veranderen van de VER betekent verder meer/minder het mijden van zorg. VER-verlaging betekent verschuiving van betaling van zorggebruiker naar premiebetaler (blog/blog).

Het pleidooi om het VER te herzien (NRC, 5 augustus 2025), zonder premieverhoging, zou betekenen dat de 50%-50% moet worden bijgesteld en/of de kosten van het zorgaanbod worden herrekend. Nu betaalt de werkgever 6,51% van een gemaximeerde bijdrage inkomen van maximaal 75.864, – euro. Deze inkomensgrens kan worden aangepast.

Voor 2026 heeft DSW, de enige verzekeraar met al een bekende nominale premie, deze premie voor volgend jaar niet verhoogd (blijft 158,50 per maand).

Conclusie: De VER-opbrengst, het verschil tussen de bruto en netto begroting, bedraagt nu 3,4 miljard. Wat men ook verandert, elke verandering heeft consequenties voor burgers. Onder andere dat er een alternatieve invulling moet komen. Het VER is een van de punten die politieke partijen inzetten om de zorgkosten voor de burger, zoals genoemd in het basispad (bij punt 1*), te beïnvloeden.

3*: De basisverzekering

De omvang van de basisverzekering wordt bepaald door de minister. Met Zorginstituut Nederland (ZiN) als toezichthouder en pakketadviseur om de minister hierbij te adviseren. Het ZiN hanteert bij dit advies vier pakketcriteria:

  1. Noodzakelijkheid: Is de zorg echt nodig?
  2. Effectiviteit: Werkt de zorg of het medicijn? Is het bewezen effectief is?
  3. Kosteneffectiviteit: Is de prijs redelijk in verhouding tot wat het oplevert?
  4. Uitvoerbaarheid: Is introductie uitvoerbaar binnen het bestaande zorgsysteem?

Nu zeggen zes politieke partijen (VVD, D66, SGP, ChristenUnie, Volt, JA21) om de zorgkosten uit het basispad te dempen, dat nieuwe behandelingen of medicijnen voorlopig niet meer in het basispakket worden opgenomen. De basisverzekering gaat op slot, met op termijn een “besparing van miljarden”. Dit standpunt is niet houdbaar, omdat op basis van ‘evidence based medicine’ (EBM) met voortschrijdend inzicht de voortgang richting een betere volksgezondheid niet zomaar gestaakt kan worden (hier). Wel kan het ZiN op basis van dit voortschrijdend inzicht met toepassing van genoemde pakketcriteria de minister adviseren iets niet of niet meer op te nemen in de basisverzekering. Met hulp van de criteria ZE&GG

Conclusie: de omvang van het basispakket wordt bepaald door vier criteria, waarbij de minister beslist. Als het ZiN als pakketadviseur ook zelf (wel/niet) twijfelt aan de rechtmatigheid van onderdelen van de basisverzekering (hier/pg.13, hier/hier), laat dat dan in een advies richting de minister ook blijken (hier). Niet alle zinnige zorg is opgenomen in de basisverzekering, denk aan mondzorg voor volwassenen en diverse vormen van paramedische zorg.

4*: Eerstelijnsvoorzieningen in de wijk/versterking huisartsenzorg

Krachtige huisartsenzorg binnen een sterke eerste lijn komt er niet zomaar. De beroepsvereniging van huisartsen zet zelf in op het stimuleren van jonge artsen om huisarts te worden, op het aantrekkelijker maken van het praktijkhouderschap en op het versterken van het netwerk met alle (kern)disciplines van de eerste lijn. Recent is dit in een blog toegelicht (blog, 14 oktober 2025).

Goede eerstelijnszorg is essentieel voor burgers. Zeker in kwetsbare of minder welvarende wijken, waar inwoners vaak te maken hebben met meer chronische aandoeningen, financiële zorgen, mentale stress, werkproblemen en laaggeletterdheid. De leefomgeving speelt hier een essentiële rol bij bestrijding van gezondheidsverschillen. Met de even essentiële vraag (voorbeeld): 5W1H?

Conclusie: intenties om huisartsenzorg te versterken worden in verkiezingsprogramma’s breed uitgemeten. Invulling hoe dit te bereiken blijft achter. Als huisartsen zichzelf in het zorgveld een belangrijke taak toedichten, zullen zij zelf met een organisatie- en bekostigingsmodel moeten komen. Doet men dit niet, dat vullen anderen dat in. De vele rechtszaken de afgelopen decennia over bijvoorbeeld tarifering (blog) en contractering (blog) zijn, als ongemakkelijke en tijdrovende ervaring, hier mede het gevolg van.

5*: Het ziekenhuislandschap

Tweedelijns zorgkosten van medisch-specialistische zorg vormen ongeveer de helft van de kosten van de Zorgverzekeringswet. Dat zijn niet alleen ziekenhuiskosten, maar bijvoorbeeld ook beschikbaarheidsbijdragen en revalidatiezorg. Invulling hoe ziekenhuiszorg verdeeld moet worden over het land heeft mede te maken met de politiek gekleurde wens tot toegankelijkheid en betaalbaarheid. Wat gaat de politiek doen?

Allereerst is in de wet geregeld dat spoedhulp voor 18,1 mln. burgers geregeld moet zijn. Dit houdt bij ambulancezorg in dat bij 95% van de A1-inzetten de ambulance binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn, bestaande uit 12 minuten rijtijd en 3 minuten voor meld- en uitruktijd, vertrekkend vanaf een ambulancestandplaats.

Daarnaast geldt nog de 45-minuten norm. Een soort bereikbaarheidsnorm van 45 minuten om op een open SEH te verschijnen (hier). Deze norm van 45 minuten is vastgelegd in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Welnu, verandering om tot een ander verdeelplaatje van ziekenhuizen te komen, betekent dat expliciet wordt gekeken welke ziekenhuislocaties met een SEH-afdeling of ten behoeve van acute verloskunde ‘gevoelig’ zijn voor de 45 minuten-norm. Met gevoelig wordt dan bedoeld dat sluiting van de SEH tot gevolg heeft dat meer mensen niet meer binnen de norm naar een SEH vervoerd kunnen worden, vergeleken met de situatie wanneer deze SEH openblijft. Waarbij grotere reisafstanden vooral kwetsbare groepen raken. In Nederland zijn op dit moment 79 ziekenhuislocaties met een SEH, hiervan zijn 76 locaties 24/7 uur geopend, 3 SEH’s zijn alleen overdag en ’s avonds geopend. In totaal zijn er 29 ziekenhuislocaties ‘gevoelig’. Er zijn 71 ziekenhuislocaties met 24/7-uurs acute verloskunde, daarvan zijn 31 locaties ‘gevoelig’.

Wanneer er financiële problemen zijn in een ziekenhuis, kan de situatie ontstaan dat het ziekenhuis onder bijzonder beheer komt te vallen, waarbij matig transparant verzekeraars en banken in samenspraak met de Raad van Bestuur aan de herstelknoppen draaien. Het ministerie wordt tegenwoordig op de hoogte gebracht (EWS: early warning system), maar heeft als systeemverantwoordelijke voor het stelsel opvallend weinig te vertellen. Zo bleek uit de ervaringen van zelfs de minister van VWS en de grootste regeringspartij (Zuyderland/blog,2024). Ook burgers moeten weliswaar op tijd worden geïnformeerd, overigens zonder dat zij daadwerkelijk bevoegdheid hebben tot ingrijpen.

Welnu, in dit krachtenveld wordt met een bestuurlijk akkoord (IZA/AZWA) ingezet op zogenaamde “concentratie en spreiding”. Politieke partijen hechten bijna zonder uitzondering veel waarde aan behoud van streekziekenhuizen. Dit zijn vaak “algemene” ziekenhuizen die moeten opboksen tegen zelfbenoemde “topklinische” ziekenhuizen en/of universitaire centra. Herverdeling met concentratie van medisch-specialistische zorg, betekent dat specifieke ingrepen in minder ziekenhuizen geconcentreerd worden (hier). Volgens het principe ‘(extra) oefening baart (extra) kunst’. Maar tegelijkertijd willen ziekenhuizen die voor het algemeen belang zorg afstaan daar graag iets voor terug krijgen. Je kunt van lokale burgers, gemeenten, Raad van Bestuur, Raad van Toezicht en ondernemingsraad niet verwachten dat zij eigenhandig de belangen van “hun” ziekenhuizen niet behartigen.

Conclusie: herinrichting van het ziekenhuislandschap (5W1H) krijgt in verkiezingsprogramma’s opvallend weinig aandacht. Helemaal onverwacht en onbegrijpelijk is dit niet. Durf om een heldere toekomstvisie te presenteren kan bij dit onderwerp makkelijk leiden tot onrust in de sector, maatschappelijke onvrede en stemmenverlies. Leiderschap ontbreekt.

6*: Zorgpersoneel, hoe om te gaan met tekort?

Bijna elke politicus in een praatprogramma begint bij het dossier zorg over twee problemen: de betaalbaarheid en het personeelstekort. Beiden voeden vervolgens de ingang te komen tot maatregelen. Bij uitspraken over het personeelstekort wordt altijd trouw genoemd dat het werken van 1 op de 4 werknemers in de sector zorg niet haalbaar is. Want bij een dergelijke verhouding zouden er vervolgens te weinig mensen overblijven voor tal van andere, eveneens nuttige, sectoren. Ook in kwaliteitskranten wordt naadloos deze uitspraak gevolgd. Blijkbaar is er weinig interesse in de vraag wat de afgelopen twee decennia de bijdrage van de overheid zélf is geweest aan het gemelde “personeelstekort in de zorg”. Gelukkig hebben wij in dit land met Marjet Veldhuis wel een persoon die dit goed heeft uitgezocht.

Nieuw rapport: Zorgsysteem jaagt personeel weg – niet zichtbare spelers ondermijnen de zorg, (Friesland, persbericht + rapport, 18 oktober 2025)

Citaat: “Niet het gebrek aan instroom, maar de hoge uitstroom en het verzuim, gevoed door beleid en bureaucratie, zijn de kern van het probleem. Achter dit alles staan de niet zichtbare spelers binnen het zorgstelsel – ministeries, verzekeraars en toezichthouders – die formeel legitiem zijn, maar niet zichtbaar de uitkomst bepalen.

Harde feiten uit het rapport

·      Het ziekteverzuim in de zorg is 7,3%, ruim boven het landelijk gemiddelde (5,2%) – een kostenpost van €10,7 miljard per jaar.

·      18% van de afgestudeerden verlaat de zorg binnen twee jaar; in sommige sectoren loopt de uitstroom zelfs op tot 23%.

·      De instroom in zorgopleidingen halveerde de afgelopen jaren, terwijl de uitval tijdens de studie hoog blijft (20–32%).

·      Tot wel 40% van de werktijd van zorgprofessionals gaat op aan administratie in plaats van zorg.

De niet zichtbare spelers

De vicieuze cirkel wordt in stand gehouden door wat zij noemt de niet zichtbare spelers: beleidsmakers en instituties die vanuit de coulissen bepalen hoe de zorg functioneert. “Het zorgstelsel heeft geen formele eigenaar, maar wordt gestuurd door niet zichtbare spelers – partijen die wel de spelregels bepalen, maar niet zichtbaar verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen.

Marjet Veldhuis heeft met dit rapport een topprestatie geleverd, waar politiek en burgers hun voordeel mee kunnen doen. Zij noemt ook diverse oplossingsrichtingen.

Het hoge verzuim is niet helemaal onbekend, zo eerlijk mogen we in verkiezingstijd toch wel zijn (hier/hier/hier/hier/hier + blog/blog).

Mijn oplossingsrichtingen: veilig werken en met goede werkrelaties waardevol mogen werken in een zorgnetwerk, zonder top-down bemoeienis bij uitoefening van dat professionele werk. Daarnaast mogen werken aan je eigen competenties. Verder zal de salarisachterstand van 6% ten opzichte van het bedrijfsleven moeten worden weggewerkt. Onder andere met als reden om op de schaarse woningmarkt een gelijke kans te hebben. Let wel, zorgpersoneel met onregelmatige diensten vindt het meestal fijn om na hun avond- of nachtdienst niet meer ver te hoeven reizen.

Conclusie: ja, er moet een balans zijn tussen in- en uitstroom van personeel. Maar hier spelen een hoge uitstroom en een hoog ziekteverzuim een ongezonde rol. Dat nog steeds voor zorgverleners zoveel tijd in administratie gaat zitten, is 23 jaar na het verschijnen van het rapport van de commissie de Beer (rapport, 2002) een trieste constatering (blog).

7*: Ouderenzorg: welke oudere wordt bedoeld?

Zorg voor ouderen is misschien het laatste jaar wel het meest besproken onderwerp. Voor 400.000 Wlz-verzekerden (Wet langdurige zorg), dus niet alleen ouderen, worden voor 2026 de kosten begroot op bijna 42 miljard bruto. Dit is voor de burger exclusief de kosten uit de Zorgverzekeringswet, en extramuraal ook exclusief woonkosten. Degenen die in Nederland aan de financiële knoppen draaien vinden Wlz-zorg hier gewoon te duur. Nou ja, daar vind ik wel wat van, want het gaat hier om mensen met de meest kwetsbare gezondheid. Met een zorgafhankelijkheid van de klok rond (24/7).

Naast VER (punt 2*) en het sluiten van het basispakket (punt 3*) wordt in het CPB-rapport “benchmarking verpleeghuizen” door 6 politieke partijen (JA21, D66, Volt, VVD, CU, SGP) genoemd om op termijn zorgkosten te besparen. Met een eerder geprobeerde en niet werkzame methode die verpleeghuizen dwingt efficiënter te gaan werken (blog,2017 + blog,2017). Waarbij een besparingsbedrag van maximaal 5 miljard wordt genoemd. Te meer opmerkelijk dit plan, omdat deze ‘benchmarking’ in geen enkel verkiezingsprogramma staat.

Er zijn in NL nu 2,8 miljoen mensen tussen 65 en 80 jaar, daarnaast 900.000 90-plussers. De meesten wonen thuis, waarbij 96% van de 75-plussers tenminste 1 chronische aandoening heeft (bv: artrose, diabetes, angsten, probleem visus-gehoor, coronarialijden worden het meest genoemd).

Van de 400.000 Wlz-verzekerden behoren er 197.000 tot sector verpleging verzorging (VV), waarvan 103.000 met zorgprofiel VV05. Juist deze categorie probeert de overheid stap voor stap met een extramuraal verblijf onder te brengen in de Zorgverzekeringswet. We gaan het zien.

Recent is nog veel aandacht besteed aan dit onderwerp (blog/blog/blog/blog/blog).

Conclusie: Het is een grote maatschappelijke opgave om zorg en andere zaken voor ouderen in de context van een dubbele vergrijzing te organiseren (Volkskrant, 18 oktober 2025). Zeker met een afnemende mantelzorgratio en een mindere of onduidelijke personele en/of financiële beschikbaarheid. De heimelijke presentatie nu door het CPB van plannen bij verpleeghuizen dragen zo in niets bij aan de oplossing. Voor alle duidelijkheid: zorg voor en zorg om kwetsbare ouderen in de thuissituatie is al veel langer een thema met zorgen (blog, 2014).

8.*: Marktwerking? Helemaal geen markt, wel regulering!

Ons zorgstelsel valt sinds 2006 onder gereguleerde marktwerking. Destijds met het motto: marktwerking waar dat kan, regulering als het moet. Dit zorgstelsel loopt op het einde, zonder dat nog een alternatief beschikbaar is. Het stelsel bevat overigens ook publieke waarborgen, waaronder acceptatieplicht en een verbod op premiedifferentiatie. Maar in de podcast was dit niet het onderwerp. Wat kwam wel aan de orde?

Allereerst wat aan te vangen met 10 concerns van verzekeraars met totaal 20 zorgverzekeraars met gezamenlijk 59 polissen (37 natura + 22 combi)? De voor de burgers gunstige keus van een restitutiepolis is door verzekeraars van de markt gehaald. Wat overblijft is een veel te complex stelsel (bv. vereveningscriteria). Een stelsel waarbij ook nog wordt geaccepteerd dat ruim 12% een vrijwillig eigen risico neemt (gezond betaalt toch voor ongezond?) en de overheid de maximum bijdrage aan de inkomensafhankelijke premie aftopt op het plafond van €75.864 per jaar (rijk betaalt toch voor arm?).

De aankondiging van een staatscommissie om het zorgstelsel te hervormen en “te kijken naar de balans tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid, welke zorg welke wet regelt” heeft alleen enige zin als vooraf (nu!) de doorzettingsmacht na de uitkomst is geregeld (blog).

Een tweede aspect betreft de inbreng van investeerders (PE: ‘private equity’). Natuurlijk zijn overheid en verzekeraars blij met deze inbreng, want dan hoeven ze zelf niet dit geld op te brengen. Het gaat mij niet om de kwaliteit van zorg bij PE ter discussie te stellen (hier), maar het winstcriterium bij doorverkoop. Hetgeen bij elke verkoop een generiek prijsopdrijvend effect heeft als met regelgeving niet strenger wordt opgetreden.

Daarnaast zijn er commerciële en te risicovolle initiatieven (hier/hier + blog, 6 oktober 2025). Toezichthouders namens de overheid beklagen zich dat zij te weinig middelen hebben om uitwassen aan te pakken. Maar dat lijkt toch anders te liggen (artikel, 13 oktober 2025). Deze bestuurlijk toezichthouder (dezelfde auteur) wil verder graag antwoord op de volgende meer algemene vragen…

  • Welk percentage van alle kosten die door zorgaanbieders worden gedeclareerd wordt ook daadwerkelijk door patiënten geconsumeerd (hier)?
  • Hoeveel winsten worden uitgekeerd aan bijvoorbeeld zorg-ict-leveranciers en hoeveel premiegeld vloeit weg naar buitenlandse investeerders?
  • Hoeveel van ons premiegeld gaat in vorm van rente over leningen richting banken.
  • Zijn de belangen van zorgverzekeraars eigenlijk niet tegenstrijdig met die van de banken: minder productie respectievelijk meer productie?

Het derde aspect is de contracteervrijheid van verzekeraars én zorgverleners. Verplichte contractering (CDA) en het ter discussie stellen van de vrije artsenkeuze (VVD) zijn in verkiezingsprogramma’s verkeerde stappen in de verkeerde richting. Zolang omzetplafonds worden toegestaan met het bestaan van wachtlijsten, wordt aan de zorg(plicht) van inkopers niet voldaan (hier). Stel dat eens aan de orde!

Huisartsen zijn verplicht voor hun innovatiegelden een contract te sluiten. Zonder contract krijgen zij geen geld om te innoveren. Bij de wettelijk vastgelegde contracteervrijheid is dat een vorm van rechtsongelijkheid. Wie contracteervrijheid opheft, moet ook zo genereus zijn de risico’s te gaan dragen: daarover is niets te lezen!

Conclusie: commerciële inbreng wordt op veel fronten te gemakkelijk de hand boven het hoofd gehouden. De overheid zet te laat in op hervorming van het stelsel. Te veel financiële zorgroutes zijn met mist omgeven.

9.*: Preventie, het zorgenkindje

Bovenstaande conclusie over commerciële inbreng is ook van toepassing op preventie. Al 35 jaar is het regenboogmodel van ‘Dahlgren en Whitehead’ bekend, met melding welke items met welk percentage bijdragen aan gezondheid en volksgezondheid. Dit betekent dat leefstijl (blog), leefomgeving (blog) en sociale omstandigheden (boek) essentieel zijn voor gezondheid. Derhalve mag je verwachten dat de overheid als systeemverantwoordelijke ook juist interdepartementaal op deze items acties onderneemt (blog).

Omdat de opbrengst van het Nationaal Preventieakkoord teleurstellend was (blog/blog), mag gehoopt worden op een andere koers (blog). Voor verdere informatie wordt verwezen naar deze recente preventieblog in het kader van de verkiezingen (blog, 13 oktober 2025).

Conclusie: preventie vraagt een interdepartementaal actieplan met een beperkte rol voor de zorgsector (blog/blog/blog). Met uitzondering van de zorg geregeld via de Wet publieke gezondheid.

 

commerciële inbreng wordt op veel fronten te gemakkelijk de hand boven het hoofd gehouden

Tot slot

In de podcast worden diverse actiepunten genoemd waarmee een nieuw kabinet slagvaardig(er) aan de slag moet. Gezondheidszorg is “slechts” een van deze punten en is zelfs qua urgentie méér dan de negen door ons besproken punten.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober aanstaande is er wel wat te kiezen. Namelijk kiezen voor politieke partijen die, in een kabinet Eerste en Tweede Kamer op basis van een regeerakkoord ten behoeve van een beter NL, op korte én lange termijn, samen goede wetten willen maken. Kiezen voor politieke partijen die deze wetten willen uitvoeren en handhaven (kabinet) en kiezen voor politieke partijen die wetten willen (laten) controleren en met de daarmee verkregen kennis en advies de wet ook daadwerkelijk willen verbeteren.

Een slagvaardiger kabinet komt er alleen met deze ‘simpele’ spelregels.

Voor de uitnodiging bij de podcast gaat mijn dank uit naar Erik en Nathan.

U, als lezer van deze blog, of als luisteraar van de podcast, wens ik op 29 oktober een wijs stembesluit toe.

Eerdere blogs over deze verkiezingen…

08.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: financiering/organisatie van zorg (1)

13.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: preventie (2)

14.10.2025: Tweede Kamerverkiezingen: eerstelijnszorg c.q. huisartsenzorg (3)

17.10.2025: De link naar de podcast “Uitgedokterd” over verkiezingsprogramma’s

 

Vragen of opmerkingen?