De twee grootste medische aansprakelijkheidsverzekeringen van ziekenhuiszorg, Medirisk en Centramed, melden deze maand dat forse premieverhogingen noodzakelijk zijn. Het is niet zozeer het aantal letselclaims dat zorgen baart, maar de oplopende kosten per claim. Vooral langer lopende claims drukken zwaar op het financiële resultaat. Ziekenhuizen zijn daarom steeds meer geld kwijt aan medische aansprakelijkheid. Met deze aansprakelijkheidsverzekeringen dekken ziekenhuizen de financiële en juridische gevolgen af voor hun zorgverleners, als ze na een behandeling door patiënten of nabestaanden worden aangesproken op medische fouten. De premies van deze verzekeringen die deze risico’s afdekken, stijgen tot ongenoegen van ziekenhuizen dus fors. MediRisk, het grootste verzekeringsbedrijf op dit gebied, zou de komende tien jaar om de kosten te dekken de premie elk jaar met 9 procent (!) moeten verhogen (bron: Skipr). Centramed verhoogde vorig jaar de verzekeringspremies voor medische aansprakelijkheid met 11 procent (!) en wil nog niet concreet zijn over dit jaar. Wat betekent deze ontwikkeling voor de zorg? En hoe zit het bij de huisartsenzorg?

Huisartsen en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz ofwel de klachtwet)

LHV (de Dokter, februari 2015):”sinds introductie nieuwe zorgstelsel en het daarbij horende eigen risico is het aantal claims dat zorgaanbieders van patiënten krijgen enorm toegenomen. Deze toename is toe te rekenen aan onduidelijkheid rond zorgpolissen en de kostenbewustwording van patiënten, niet aan verwijtbaar handelen van zorgverleners. De Wkkgz biedt de mogelijkheid om bij beoordeling van een klacht/geschil gelijk een claim in te dienen. Dit zal het aantal claims verder doen toenemen”. Vier jaar later, kan worden gesteld, dat de LHV gelijk heeft gekregen met invoering van de Wkkgz per 1 januari 2017. Want hoewel de patiënt een “sterkere” positie heeft gekregen, is er met de Wkkgz een lagere drempel gekomen voor klachten en claims (zie kader). Of de wet ook heeft geleid tot een meer defensieve geneeskunde, kan ik als gestopte huisarts niet beantwoorden. Verder heeft de huisarts naast extra kosten (+ blog) met invoering van de Wkkgz ook meer administratief werk gekregen (vergewisplicht richting nieuwe medewerkers of nieuwe aios, meldplicht IGJ bij ontslag wegens disfunctioneren of bij geweld in de zorgrelatie, informatieplicht richting patiënten, VIM-procedure met formulieren etc.). Hoezo (ont)regel de zorg? Hoe om te gaan met incidenten, is ook onderdeel van de wet. Levert de huisarts zorg aan mensen met een Wlz-indicatie in een kleinschalige woonzorgvoorziening dan moeten alle praktijkmedewerkers die de instelling bezoeken in bezit zijn van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag). De vergewisplicht en meldplicht zijn bij uitstek taken van de werkgever, de praktijkhouder dus. Eerste de terminologie en de kerncijfers bij claimen en klachtwet.

Terminologie: claim, klachtrecht, tuchtrecht, incident, calamiteit

Een burger die vergoeding wil voor geleden medische schade, kan de zorgverlener aansprakelijk stellen en een schadeclaim indienen. Ook kan de burger een klacht indienen. Allereerst bij de zorgverlener zelf. Komen zij er niet uit samen, dat kan de burger aankloppen bij de klachtenfunctionaris, die elke zorgverlener volgens de Wkkgz moet hebben, naast een interne klachtenregeling. Lukt het de klachtenfunctionaris niet om er met burger en zorgverlener uit te komen, dan kan de klager zich wenden tot een geschilleninstantie (SKGE: Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg), die bevoegd is met een ‘bindend advies’ een schadevergoeding toe te kennen van 25.000 euro. Daarvoor moet de commissie vaststellen dat is voldaan aan de criteria voor schadevergoeding. In die criteria brengt de Wkkgz feitelijk geen wijziging. Voor een grotere claim moet de burger bij de civiele rechter zijn. Burgers kunnen met hun klacht ook terecht bij het Landelijk Meldpunt Zorg, een afdeling van de Inspectie (IGJ). Ook kan de burger een klacht indienen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, waarmee een tuchtrechtelijke procedure wordt gestart. Zowel de Wkkgz als het tuchtrecht hebben als doelstelling, ik zeg het toch nog maar even, bij te dragen aan verbetering van kwaliteit van de beroepsuitoefening. Een incident is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg, en heeft geleid of had kunnen leiden tot schade bij de cliënt. Een calamiteit is ook een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor de patiënt of cliënt heeft geleid. In geval van een calamiteit moet de IGJ binnen drie dagen op de hoogte worden gebracht. Wie niet of te laat een melding doet van een calamiteit kan van de IGJ een boete krijgen van maximaal 33.500 euro. Sinds 1 juli 2016 is het verplicht om een procedure te hebben voor het Veilig Incidenten Melden (VIM). De Wkkgz geeft zorgprofessionals 6 weken de tijd om te onderzoeken of een gebeurtenis een calamiteit of incident betreft. In de Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA) is vastgelegd dat artsen zo snel mogelijk na een incident in gesprek moeten gaan met een patiënt. 

Kerncijfers

·      Diagnosefouten zijn de meest voorkomende reden (60%) voor patiënten om een schadeclaim in te dienen tegen huisartsen. Veel voorkomende gemiste diagnosen zijn CVA en loslaten netvlies

·      Tussen 2012 en 2017 zijn 835 aansprakelijkheidsclaims ingediend tegen bij de VVAA verzekerde huisartsen (224 in 2012 en 348 in 2017: dat is een stijging van 55% in 5 jaar)

·      VVAA (2018): “wat naast de stijging opvalt, is dat patiënten steeds hogere letselclaims indienen; dat zien we vooral bij huisartsen. Dan kan een letselclaim door verlies aan verdienvermogen en zelfwerkzaamheid, verwerkingsproblemen (smartengeld) en kosten van medische verzorging (zorgschade) oplopen tot enkele tonnen

·      Medisch Ondernemen/VVAA (2017): “Claims kunnen in de toekomst nog hoger uitvallen door het wetsvoorstel affectieschade. Dit wetsvoorstel verbetert de positie van de naasten van personen die door toedoen van een ander letselschade lijden of komen te overlijden. Als het voorstel wet wordt, kunnen ook zij een schadevergoeding ontvangen. In veel andere Europese landen is dit al gebruikelijk”. Daarnaast staat de vergoeding van inkomensschade van naasten die de verzorging op zich nemen al langere tijd op de politieke agenda

·      Het Parool (2017): “Het Verbond van Verzekeraars becijfert het aantal letselclaims in het afgelopen jaar op ongeveer 65.000. Inmiddels zijn er in Nederland zo’n 500 letselschadeadvocaten die hun diensten aanbieden. Zij vragen gemiddeld 225 à 300 euro per uur” (NB: let wel, niet alleen door het medisch domein veroorzaakte schade!)

·      Bij ongeveer 10% van die zaken duurt de behandeling meer dan twee jaar. Met zelfs  discussie over de kapitalisatie

·      NTvG (2018):Analyse van schadeclaims in de Nederlandse ziekenhuiszorg van 2007-2016. Uitkomst: In deze 10 jaar werden in totaal 15.115 schadeclaims ingediend. Tot 2013 steeg het aantal ingediende schadeclaims jaarlijks; daarna stabiliseerde dit. In 2016 werden 4,5% meer claims ingediend dan in 2007. Er werden 15.306 schadeclaims gesloten. De totale schadelast bedroeg € 229.191.033 en toonde een duidelijk stijging gedurende de gehele onderzoeksperiode: in 2016 was de schadelast 4,5 keer zo hoog als in 2007. Conclusie NTvG: Het aantal ingediende schadeclaims neemt toe, maar niet zo fors als de toename van de schadelast. Deze vervijfvoudigde gedurende de onderzoeksperiode. Vergeleken met eerdere onderzoeken zijn het aantal én de omvang van de schadeclaims in 2007-2016 wel sterk toegenomen” (commentaar van de Volkskrant)

·      Bij MediRisk waren er in 2018 in totaal 1842 in behandeling zijnde claims. De gemiddelde vergoeding per erkende claim bedroeg 55.143, – euro. Een toename van 20% in het laatste jaar.

·      Centramed (pg.13): In 2018 zijn 814 claims gemeld (2017: 863) met een totale schadelast van € 32,5 miljoen (2017: € 29,9 miljoen)

·      Voorbeelden van hoogte bedragen letselschade

Redenen van een stijgende lijn in aantal en hoogte letselclaims

De stijging heeft te maken met maatschappelijke ontwikkelingen. Citaat VVAA: “Het sociale vangnet krimpt. Mensen moeten bv. meer zelf betalen voor verzorging aan huis. De pensioenleeftijd stijgt en daarmee de financiële schade door inkomensverlies. En er komen steeds meer zzp’ers die nauwelijks een sociaal vangnet hebben en weinig tot niets hebben geregeld voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Als zij niet meer kunnen werken, dan is de schade enorm. Dat zien we terug in de claims”. Ook de aard van het werk van de huisarts verandert. Het takenpakket breidt uit. Met de diversiteit aan taken neemt ook het aantal medewerkers toe. Ook hierdoor stijgt het totaalrisico in de huisartspraktijk (ondernemersrisico, punt 12 en 13). Extra taken en langer thuiswonende patiënten geven extra werk en werkdruk. Mogelijk kunnen patiënten minder snel terecht of niet bij de “eigen” huisarts. Dit heeft effect op de ‘claimdrempel’ bij de patiënt.  Bij de huisartsenposten zijn dergelijke effecten nog sterker, aldus de VVAA. Citaat Medisch Ondernemen, november 2017: “Dat zien we ook terug in de cijfers: patiënten stellen daar (HDS) relatief vaker de arts aansprakelijk”. Een claimdrempel die ook beïnvloed zal worden door de bij deze wet gesteunde “bewustwording” en besef dat claimen bij geleden schade mag. Of met aandacht via sociale media. De juridisering van problemen is in alle sectoren van de samenleving al terug te vinden. Waarbij een claimcultuur en het doorschieten van juridisering bij allerhande zorgproblematiek met de huidige tijdsgeest van vergeldingsrecht wel degelijk op de loer ligt. Al in 2013 werd een waarschuwing gegeven. Want als iedere fout met schade leidt tot aansprakelijkheidsstelling en moet (?) worden afgekocht, wat betekent dat voor de zorg, voor de zorgrelatie (herstel?), maar ook waar eindigt dit? En laten we wel wezen: hoe meer advocaten, des te groter met gerichte ‘marketing’ (bv. “onze juristen weten overal raad mee”) de vraag.

De cliënt

De richtlijnen rondom letselschade en/of uitspraken over de hoogte van de schade uitgesproken door de civiele rechter, ga ik niet ter discussie stellen. Of het door letsel veroorzaakte leed. Wat hier zorgelijk is, is de stijging in hoogte van de claims (ziekenhuis). Mogelijk is ook de stijging in het aantal claims richting huisartsen een zorgelijke trend. Dat weet ik niet, want vergeet niet, dat de huisartsen alleen in de basiszorg overdag per jaar (2018) al zo’n 81 miljoen consulten verrichten. Wat ook zorgelijk is, zijn de genoemde percentages van de premieverhogingen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen. Reken maar dat noodzakelijke kosten van de premieverhoging,die een instelling maakt, worden opgeteld bij de gemaakte zorgkosten en samen worden ingebracht in de contractonderhandelingen met de zorginkoper. Zorgverzekeraars zullen dat heel goed begrijpen, want hun collega’s aansprakelijkheidsverzekeraars rekenen ook zelf de kosten van letselclaims door en zetten deze extra kosten om in een premieverhoging. Het moet linksom of rechtsom (wel) betaald worden. Claimkosten die uiteindelijk dan ook bij alle burgers als “zorgkosten” terecht zullen komen. De burger als belastingbetaler (via inkomensafhankelijke bijdragen) en/of als betaler van de nominale premie. En blijft de overheid, die wetgeving introduceert, zelf handig buiten schot.