Selecteer een pagina

 

 

De indicatoren voor sociaaleconomische status (SES) zijn meestal opleiding, inkomen en beroep. In Nederland is het verschil in levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge SES ongeveer 7 jaar. Het verschil in levensverwachting in goede ervaren gezondheid tussen mensen met een lage en hoge SES is ongeveer 18 jaar. Hoogopgeleiden leven dus langer en ook veel langer in goede gezondheid dan laagopgeleiden. Bij de levensverwachting zonder chronische ziekten, zonder lichamelijke beperkingen en in goede geestelijke gezondheid zijn de verschillen iets kleiner, maar ook nog zo’n 10 tot 14 jaar. Tussen 1997/2000 en 2007/2010 zijn deze verschillen in gezonde levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden weinig veranderd. Het trieste is dus dat deze verschillen in de SES niet alleen groot zijn, maar daarbij ook niet afnemen (website). En moeten we dat accepteren? Of anderszins wat zouden de interventies moeten zijn? Waarbij de hoogopgeleiden ook nog eens eerder met pensioen gaan…

Daar komt bij…

Voor de toekomst geldt dat het percentage mensen met overgewicht tot 2040 toeneemt bij alle sociaaleconomische groepen, maar het neemt meer toe onder mensen met een lage sociaaleconomische status. Het percentage mensen dat soms rookt neemt voor elke SES af, maar in 2040 is dit percentage onder mensen met een lage SES drie keer zo groot als onder mensen met een hoge SES.

Oorzaken

De oorzaken van een achterblijvende levensverwachting zijn divers en liggen zeker niet alleen op medisch gebied, en de aanpak ervan valt (dus) ook niet alleen onder het zorgstelsel van de curatieve zorg. Behalve goede gezondheidszorg, speelt een rol (niet limitatief): leefstijl, voeding, genetische factoren, arbeidsomstandigheden, zingeving, dagelijks functioneren, sociale participatie, mentaal welbevinden, omgevingsfactor etc. etc.

Financiering Zorgverzekeringswet

De financiering van de zorg in de Zorgverzekeringswet (Zvw) is ondergebracht bij zorgverzekeraars. Zij worden gecompenseerd voor verzekerden met relatief ongunstige gezondheidsrisico’s via het zogenaamde risicovereveningsysteem (blog). Dit verevenen met een normbedrag per verzekerde betekent het compenseren van voorspelbare kostenverschillen. Deze bijdrage wordt gebaseerd op een inschatting vooraf (ex ante) van de zorgkosten van een zorgverzekeraar aan de hand van een aantal objectieve kenmerken van de verzekerden van de zorgverzekeraar. Voor het vereveningsjaar 2018 wordt gebruikgemaakt van kostengegevens over 2015 en verzekerdenkenmerken over 2010 tot en met 2015. Vervolgens worden, indien nodig, deze zorgkosten representatief gemaakt voor de situatie van het komende vereveningsjaar. Bij het representatief maken van deze kosten worden de gevolgen van wijzigingen in bekostiging, aanpassingen in het verzekerde pakket van de Zvw en andere beleidsmaatregelen verwerkt. Dit vereveningsmodel wordt al 24 jaar jaarlijks aangepast.

Doelgroep: lage SES

Voor risicoverevening 2018 zijn alle componenten van somatische zorg ondergebracht in één risicovereveningsmodel met in totaal 193 risicoklassen. Waarbij ten behoeve van de doelgroep (lage SES) het vereveningscriterium inkomensklasse de aard van het inkomen (AvI) er binnen het model 25 risicoklassen bekend zijn. Waaronder volledig arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden, werklozen etc.  En ten behoeve van het vereveningscriterium SES zijn er totaal 12 risicoklassen. Met een indeling van verzekerden binnen deze groep in vier categorieën op basis van het totaal adresinkomen (zeer laag, laag, midden en hoog). Elk van deze SES-categorieën wordt vervolgens onderscheiden naar drie leeftijdsgroepen: 0-17, 128-64 jaar en 65+.

Interventie bij de doelgroep

Wat is er nu nodig om de levensverwachting van mensen met een lage SES te verbeteren? Neem patiëntgericht de juiste risicoklasse(n) binnen het vereveningsmodel en bereken met een plan van aanpak wat het kost om juist voor hen bv. te streven naar een gezondere voeding, rookstop en meer bewegen?  Niet het huidige normbedrag van de verevening is dan de maat, maar dit bedrag plus de kosten van de interventie. Vervolgens moet bekend zijn, wie de financiering draagt en wordt gecontroleerd of dit plan met interventies ook wordt/is ingekocht. Financiering van leefstijlverandering hoort niet betaald te worden door de premiebetaler (blog). Aan de slag. Wanneer in de toekomst komt de dag dat door het CBS wordt gemeld dat het verschil in gezonde levensverwachting tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden in Nederland is opgeheven?