Vanochtend in de Volkskrant een uitgebreide rapportage over de vermeende en onverwachte forse extra kosten van 2 miljard die zijn verbonden aan het opnemen van de richtlijn Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, opgesteld door het Zorginstituut, in het Kwaliteitsregister.  De huidige formerende partijen zouden zich later voor het blok gezet voelen met de miljardeninvestering die voortvloeit uit de verplichtingen met het implementeren van de richtlijn van de toezichthouder. Eerder gaf ik al een overzicht met de voorgeschiedenis.  Meteen wordt nu ook de politieke betrouwbaarheid van de staatssecretaris aan de orde gesteld. Hij zou de Kamer mogelijk niet volledig hebben voorgelicht. “Het perfecte politieke misdrijf”, kopte de Volkskrant zelfs. Is dat verwijt terecht?

Citaten uit de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer (31 mei 2017):

…Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is juridisch geborgd en bindend. Het nieuwe kwaliteitskader verpleeghuiszorg, dat het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) heeft vastgesteld en in het openbaar register heeft ingeschreven, is sinds 13 januari 2017 van kracht…

…De tariefregulering van de NZa moet de uitvoering van de toepasselijke kwaliteitsstandaarden mogelijk maken. Dit betekent dat het kwaliteitskader verpleeghuiszorg zoals dat nu voorligt- gegeven de huidige Wlz-aanspraken en zorgplicht – leidt tot extra kosten. De middelen zullen toereikend moeten zijn om zorginstellingen in staat te stellen het kwaliteitskader na te leven… 

…In haar scenario 3 concludeert de NZa dat voor de huidige groep cliënten in verpleeghuizen een extra bedrag van € 1,3 miljard nodig is. …

…Op termijn 40.000 extra fte aan zorgmedewerkers beschikbaar komen. Dit gaat volgens het CPB gepaard met een toename van indirecte uitgaven aan personeel. Ook gaat het CPB ervan uit dat de toegenomen kwaliteit in verpleeghuizen ertoe zal leiden dat meer kwetsbare cliënten daadwerkelijk hun indicatie zullen verzilveren en de overstap zullen maken naar een verpleeghuis. Het CPB raamt deze twee effecten bij scenario 3 op € 0,5 miljard structureel. Dit brengt het totale bedrag op basis van de huidige inzichten en de huidige wettelijke kaders op circa € 2,1 miljard structureel…

Conclusie

De kosten die voortvloeien uit implementeren van de richtlijn konden dus bij eenieder al 3,5 maand bekend zijn. Het meest zorgelijk is hier niet de betrouwbaarheid van een politicus. Het meest zorgelijk is het feit dat als van een kwaliteitsrichtlijn de werkelijke kosten worden berekend, iedereen schrikt van de prijs. Weten we eigenlijk wel wat het leveren van kwalitatieve zorg kost?