Selecteer een pagina

 

Er heerst op dit moment in Nederland op basis van NIVEL Zorgregistraties in de eerste lijn een milde griepepidemie. Jaarlijks krijgt 5-10% van de bevolking griep. Ongeveer één op de tien griepachtige episodes berust op infectie met een influenzavirus. Wie kent er niet het beeld van koorts, in combinatie met hoesten, loopneus, keelpijn, hoofdpijn of spierpijn? Gemiddeld duurt een griepepidemie 9 weken. Een jaarlijks terugkerende discussie is het nut van een vaccinatie tegen influenza bij risicogroepen. Zo meldt Joost Zaat, huisarts en columnist dit jaar in de Volkskrant (column 10.10.2017) dat het nut van de vaccinatie wel erg gering is. Daarnaast schreef Zaat dat huisartsen er “bakken geld mee verdienen” en dat huisartsen die destijds de griepvaccinatie invoerden in ieder geval “voor hun eigen portemonnee het allerslimst waren”. De toon is gezet: dat vraagt om een reactie.

Het nut van de vaccinatie

De WHO adviseert vaccinatie sinds 1958. En inderdaad staat het nut ter discussie. Huisarts & Wetenschap (december 2017, pg. 667) meldt dat het aannemelijk is dat influenzavaccinatie complicaties en sterfte voorkomt en dat begin 2018 er nieuwe onderzoeksresultaten zijn als antwoord op de vraag wat de invloed van influenzavaccinatie van ouderen is op sterfte op de lange termijn. In het Gebu (2017; 51:75) staat dat er een lage vaccineffectiviteit is (een op de twintig ongevaccineerden kreeg influenza versus een op dertig gevaccineerden). Daar waar twijfel is over het nut, kent men believers en non-believers, ook in de zorg. En dat is niet erg, zolang er naar antwoorden gezocht blijft worden, nationaal en internationaal. Het belangrijkste nationale adviesorgaan is de Gezondheidsraad. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zal de standaard over influenzavaccinatie (M35) actueel willen houden. Zorginstituut Nederland (ZiN) zal als toezichthouder een (nieuwe?) kostenbaatanalyse houden van deze programmatische preventie en zal nadien de minister adviseren de vaccinatie wel/niet in het basispakket op te nemen. En de inhoud van dat basispakket verandert, zo weten we, elk jaar.

“Bakken met geld voor de huisarts”?

Wat valt de praktijkhoudende huisarts te verwijten als deze de gecontracteerde programmatische preventie uitvoert volgens de spelregels? De SNPG (Stichting Nationaal Programma Grieppreventie) is in Nederland een zelfstandige organisatie, opgericht in 1997, met als taak het coördineren van de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG). Dit NPG heeft een draaiboek over organisatie, indicatiestelling en uitvoering waar de huisarts zich aan heeft te houden. In 2017 bedraagt de vergoeding € 11,36 per toegediend vaccin. De inkomsten van al het werk van de huisarts zijn nagenoeg 100% topdown gereguleerd. Bij 77% van de omzet bepaalt de NZa het tarief huisartsenzorg, bij 23% doet de zorgverzekeraar dat. Sinds de Zvw bestaat (2006) heeft de NZa 3x een “kostenonderzoek” uitgevoerd, hetgeen feitelijk een inkomensonderzoek is. Een huisarts met een normpraktijk mag in 2017 exclusief de spoedzorg buiten kantoortijd na het laatste praktijkkostenonderzoek (PKO) maximaal € 131.505,06 verdienen. In dit PKO zijn de verdiensten van nevenactiviteiten zoals vaccinatie meegeteld bij dit bedrag. Voor de liefhebber: zie dit PKO, feitenrapport, juli 2017, tabel 33 (pg. 52) en tabel 21 (pg 38). Dit betekent dat als de verdiensten van nevenactiviteiten voor de huisarts toenemen een lager inschrijftarief en consulttarief voor de basiszorg het gevolg zal zijn.

Conclusie

Er is voor de huisarts dus juist geen financiële prikkel om influenzavaccinatie uit te voeren. Daarentegen heeft juist de huisarts wel het beste inzicht wie wel en wie niet tot de risicogroepen behoort. De NHG-standaard M35 was de eerste standaard die risicogroepbenadering adviseerde met gebruikmaking van het huisartsinformatiesysteem (HIS). Dit heeft geleid tot een hoge vaccinatiegraad bij risicogroepen. Een verworvenheid, die zolang de wetenschap de influenzavaccinatie nodig vindt, voorlopig moet worden gekoesterd.