Selecteer een pagina

 

 

Over de politieke besluitvorming rondom investeringen in de verpleeghuiszorg heeft de Volkskrant (Vk) afgelopen dagen uitgebreid bericht: “Onafhankelijke experts gaan opnieuw berekenen of de 2,1 miljard extra voor de verpleeghuiszorg ingeperkt kan worden. Aan de zijlijn blijven kabinet en oppositie elkaar machteloos in de haren vliegen”. Terwijl de NZa in de verpleeghuissector nog volop bezig is met een kostenonderzoek heeft de Vk met de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) inzicht gekregen in de mailwisseling tussen twee toezichthouders (NZa en ZiN) en het ministerie. Hierbij ontstaat het beeld dat VWS probeert met suggesties en ideeën de NZa-berekeningen omlaag te brengen. Waarna de NZa  verbolgen reageert en de reactie van VWS daar weer op “onleesbaar is gemaakt in de vrijgegeven interne correspondentie”… De Vk meldt dat meerdere bronnen in het departement beweren dat er bovenop de NZa is gezeten om de kosten omlaag te brengen. Minister de Jonge heeft 10 februari j.l. op Facebook uitleg gegeven: “de 2,1 miljard staat nu nog gewoon in de boeken”.

Wat ging eraan vooraf?

In drie eerdere blogs beschreef ik wat eraan vooraf is gegaan (een/twee/drie). Een forse bezuiniging van kabinet Rutte II, het manifest van Borst/Gaemers, eerst het met doorzettingsmacht opstellen van een kwaliteitskader door de ene toezichthouder (ZiN), nadat partijen er niet uitkwamen. Daarna de berekening van de andere toezichthouder (NZa) om aan de eisen van het kwaliteitskader te voldoen. Dit leidde tot de conclusie dat wanneer alle verpleeghuizen zorg bieden naar goed voorbeeld van instellingen, waar meer geld aan zorg wordt besteed met betere inzet van personeel, dat dan de kosten voor uitvoering van het kwaliteitskader worden geraamd op 1,3 miljard euro.  Waarbij de politiek zich niet realiseerde dat deze berekening leiden tot de wettelijke verplichting voor de overheid om het geld dan ook te leveren.

VWS

In afwachting van het kostenonderzoek (medio 2018) zijn voor de verpleeghuizen al extra middelen beschikbaar gesteld, die de komende jaren geleidelijk kunnen oplopen van 435 miljoen euro in 2018 tot 2,1 miljard structureel (regeerakkoord), met als maatstaf de best presterende instellingen. Het ministerie meldt dat de extra middelen van 435 mln. zijn berekend op de inzet van tienduizend extra zorgmedewerkers (7.000 fte). En dat bij zorginkoop 2019 (bij de Wlz zijn de zorgkantoren de inkopers) de mogelijkheid bestaat dat middelen worden teruggevorderd, indien deze niet zijn ingezet voor afgesproken investeringen in zorgpersoneel en implementatie van het kwaliteitskader.

Invloed VWS nog aanwezig?

Op 2 september 2016, dus ruim voor publicatie van het kwaliteitskader, diende VWS een onderzoeksaanvraag in bij de NZa over de bekostiging van de Wlz. Met niet alleen de vraag over de herijking van de tarieven van de zorgzwaartepakketten (zzp’s), maar ook advies te geven over een doorontwikkeling van de zzp-systematiek. Want de zzp-systematiek dateert van 2009, gebaseerd om onderzoek uit 2004. VWS werkt graag met koplopers in de sector, maar meldt bijna bij elke systeemwijziging dat “uitgangspunt vormt een budgettair neutrale invoering van herijking van kostprijzen”. Bij systeemveranderingen in de Wlz denkt VWS aan clustering van de zorgprofielen en zzp’s, verandering van het aantal zzp’s per sector en persoonsvolgende bekostiging. Wie denkt dat het ministerie buitenspel staat, heeft het mis. Herallocatie van bestaande gelden is immers al jaren een veel toegepaste methode.

Grootste gevaar

De Vk meldt dat uit interne documenten blijkt dat “de experts weinig heil verwachten van een personeelsnorm: wetende dat er veel vacatures openstaan, hoeveel zin heeft een numerieke norm te stellen waar alleen al vanuit arbeidsmarktperspectief niet aan kan worden voldaan? Welk signaal geef je daarmee af?” En waarbij de kosten van niet aanwezig personeel ook niet worden gemaakt, voeg ik er dan maar even aan toe. Dit dossier wordt vervolgd. Transparant of blijft steeds een WOB-verzoek nodig om te weten wat er gebeurt?

Ps: mijn volgende blog gaat over het genoemde kostenonderzoek van de NZa.